Trotse Engelse fans durven na 46 jaar weer te hopen op een titel

Het is opvallend rustig rond Engeland op het EK. Maar de knock-outfase van EK’s en WK’s vormt al decennia een struikelblok voor de Engelsen. Zondag wacht Italië in Kiev.

Geen hooligans, geen nachtclubverhalen, geen schandalen in de Londense straatkranten. Onwerkelijk, on-Engels saai is de sereniteit rond de EK-campagne van de Engelse nationale voetbalploeg. In de voorbereiding op de kwartfinale tegen Italië, zondagavond in Kiev, kwam de meeste reuring niet uit het Engelse trainingskamp in Krakau, maar uit de burelen langs de Theems in Londen: daar liet de Britse regering nog maar eens weten het duel in Oekraïne om politieke redenen te mijden.

In Engeland waren de afgelopen weken weinig supporters te vinden die ook maar een penny gaven voor de kansen van de nationale ploeg. Daarvoor was er te veel gebeurd. Een late trainerswissel, geblesseerd afgehaakte sterren als Frank Lampard, en een EK-aftrap zonder de geschorste Wayne Rooney hadden Engeland in de voorspellingen tot één van de vroege slachtoffers in Polen en Oekraïne gemaakt.

Dit Engeland, schreef The Observer vlak voor de eerste wedstrijd tegen Frankrijk, „is misschien wel het minst tot de verbeelding sprekende Engelse team dat ooit aan een eindtoernooi heeft deelgenomen”.

Maar zie de broeierige binnenstad van Kiev op vrijdagmiddag: trotse Engelse voetbalsupporters paraderen in ridderuitrusting op de boulevard van Chresjtsjatik, het rode kruis van St. George op de buik, en fantaseren met een pint bier in de hand over de heilige graal die voor hen klaar staat. Misschien wordt het wel weer een gouden zomer, zoals die van 1966. Werd het kansloos geachte Chelsea, zo roepen sommige media nog even in herinnering, dit jaar in de Champions League ook niet door een onzichtbare hand geleid? Het zou wat zijn: een Europese voetbaltitel als opwarmertje voor de Olympische Spelen in Londen.

Met zeven punten in een moeilijke groep met Frankrijk, Oekraïne en Zweden overtroffen de Engelsen alle verwachtingen, erkende bondscoach Roy Hodgson na het laatste groepsduel tegen Oekraïne. Door het onverwachte verlies van Frankrijk tegen Zweden eindigde Engeland zelfs als eerste en kreeg het een geweldige bonus: niet Europees en wereldkampioen Spanje, maar Italië is zondag de tegenstander.

Een halve finale tegen Duitsland lonkt. Langzaam wordt de bescheidenheid weggedrongen door hoop, misschien zelfs overmoed, zoals dat zo vaak gebeurde rond de nationale sportploegen van Engeland. „We mogen vanaf nu best een beetje inhalig worden”, zei oud-international sir Trevor Brooking deze week in Krakau tegen The Guardian, kort na de zege op Oekraïne. Brooking, die bij de Engelse voetbalbond medeverantwoordelijk was voor de benoeming van Hodgson, voelde de omslag van de stemming in het Engelse kamp sinds het begin van het EK. „Het hielp waarschijnlijk dat de verwachtingen laag waren”, zei Brooking. „Nu staan we in de kwartfinale. Je vraagt je af wat er nog meer in het vat zit.”

De onzichtbare hand die Engeland door Oekraïne leidt, is die van Liverpool-icoon Steven Gerrard, in Engeland gezien als één van de laatste vertegenwoordigers van een gouden generatie die nooit een prijs pakte, met spelers als David Beckham, Joe Cole, Paul Scholes, Frank Lampard en Gary Neville.

In Oekraïne kan Engeland, met jonge krachten als Danny Welbeck en Theo Walcott, misschien eindelijk eens over zijn moeizame voetbalgeschiedenis heen stappen. Nooit eerder versloeg Engeland een groot Europese voetbalnatie in de knock-outfase van een eindtoernooi op vreemde bodem.

Zondag, in het Olympisch Stadion van Kiev, zal de ploeg van Hodgson die mentale barrière dus moeten overwinnen. Wayne Rooney, die de eerste twee groepsduels moest uitzitten door een schorsing en tegen Oekraine meteen de winnende treffer maakte, denkt dat dit Engeland daartoe in staat is. „We zijn meer georganiseerd dan ooit. De jongens hebben steeds voor elkaar gevochten. We willen dit samen doen. Dus denk ik dat we een goede kans hebben.”

    • Rob Schoof