Townships, surfles, jeugdgevangenis

Rik Posthuma (de blonde jongen rechts) met zijn surfklas

Wie? Rik Posthuma (19) uit Apeldoorn

Tussenjaar: 3 maanden vrijwilligerswerk in Zuid-Afrika

‘Ik heb zoveel impulsen gehad dit jaar, ik vind het nu thuis wel even heel erg saai. Ik ben bezig met de aanvraag van mijn studiefinanciering en het regelen van mijn kamer. Morgen ga ik in Scheveningen surfen met een jongen die ook vrijwilliger was in Kaapstad.

Ik heb anderhalve maand surfles gegeven aan kinderen uit de townships en anderhalve maand gewerkt bij een ‘human rights office’. Daar hielp ik een advocaat, heel bevlogen was hij, met het uitzoeken van zaken.

Dat was in het begin wel heel heftig. Alles kwam daar langs. Er was bijvoorbeeld een vrouw die tijdens werktijd was verkracht door haar manager. Je moet dan alle details weten, daar moest ik dan naar vragen als broekie van negentien.

In een jeugdgevangenis gaf ik met nog een vrijwilliger workshops aan jongens van twaalf tot zeventien. Je zag dat ze allemaal gangstertattoo’s hadden, zelfs in hun gezicht. De eerste keer was dat wel intimiderend, maar die jongens waren blij dat we kwamen, die komen verder hun cel nauwelijks uit.

De kranten in Zuid-Afrika staan vol met moord en doodslag, maar mijn ouders hebben veel gezien van de wereld, mijn vader kende Kaapstad, ze vonden het goed dat ik dit wilde. Ik zat daar in een heel fijn gastgezin met andere vrijwilligers. En als vrijwilliger van Projects Abroad krijg je verstandige regels mee. Nooit na 19 uur alleen over straat, neem ’s avonds altijd een taxi, dat soort dingen.

In de eerste week dacht ik dat het leuk was om ’s avonds in Woodstock, een artistieke wijk, foto’s te maken van graffiti. Iemand bood me daar voor anderhalve euro een ‘graffiti tour’ aan. Net op tijd kwam er een busje met ‘armed services’ aan, een soort particuliere bewakers in legeroutfit. ‘Pak je camera en kom in de bus!’ Die ‘gids’ was gewoon een straatrover. Dat was een goede les. Daarna is er niks meer gebeurd.

Ik heb dit jaar veel over mezelf geleerd, en ik kan beter relativeren. Vorige week heb ik afscheid genomen van Siphe, een dertienjarige jongen die bij mij op surfles zat. Ik bracht hem thuis, naar Capricorn, waar hij met zijn moeder – een prostituee – en zeven broertjes en zusjes in een golfplaten huisje van twintig vierkante meter woont. Geen riolering, veel dronkenschap op straat. Het is daar zo heftig, en hij is zo getalenteerd en positief. Die jongen heeft echt indruk op mij gemaakt.

Ik wist voor mijn vertrek al dat ik economie en rechten wilde studeren. Mijn juridische werk in Zuid-Afrika heeft alleen maar bevestigd dat dat een goede keuze was.”