Column

Touwtrekken tot het knapt

Touwtrekken in Groot-Brittannië, in de jaren vijftig

Het touwtrekken is geen Olympische sport meer. Net toen Nederland er in 1920 goed mee voor de dag kwam werd het afgeschaft. Waaróm viel afgelopen week niet te achterhalen. Ook cricket, croquet, roque en jeu de paume zijn geschrapt zonder dat iemand daar nog het fijne van weet.

Van lieverlee verdween hier in Holland alle aandacht voor het trekken dat verderop in Europa, bij voorbeeld in Engeland, nog op hoog niveau beoefend wordt. De Engelse Tug of War Association voert een levendige website waarop veel wetenswaardigheden over de sport te vinden zijn. Het touwtrekken is aan meer regels gebonden dan je voor mogelijk houdt. Je moet in de richting van de tegenstander kijken, beide handen op het touw hebben, het touw niet vast zetten tegen het lichaam en vooral nooit gaan zitten. Er blijkt op allerlei manieren vals gespeeld te kunnen worden.

In Nederland is de activiteit in de versukkeling geraakt. Ja, er is een touwtrekbond, maar niemand die de bond ooit wat vraagt, en er zou vandaag ook niet over dat trekken begonnen zijn als nrc.next niet op 6 juni een foto had geplaatst van ondervoede Faeröer-bewoners die met hun laatste krachten een onzichtbare ‘gigantische griend’ aan wal sleepten. Die gingen ze later opeten, de redactie had er een recept bijgezet.

De jaarlijkse griendenvangst is een oeroude traditie waarbij het erom gaat in korte tijd zoveel mogelijk grienden dood te steken. Jong en oud doet er aan mee. Grienden zijn heel kleine walvissen die geen pijn kennen en ook overigens nooit bezwaar maken tegen deelname aan oude gebruiken. Voor de Faeröerers betekent griendenvlees een welkome aanvulling op het dagelijks menu dat voornamelijk uit zeewier en aangespoelde zeemeeuwen bestaat. Met de zoektermen ‘pilot whales’ en ‘Faroe Islands’ laat Google alle aspecten van de traditie zien.

Tientallen mensen trokken aan de onzichtbare gigantische griend, er werd dan ook een stevig touw gebruikt, en opeens was daar de vraag: hoe hard kan een mens eigenlijk trekken, en welke spieren gebruikt hij daarvoor. En als tien zware kerels aan een onzichtbare gigantische griend trekken maakt het dan nog uit als er een paar kleine kinderen meetrekken? Zou je die kinderen vooraan zetten, dicht bij de gigantische griend, of juist achteraan, achter de zware kerels?

Het zijn een beetje naïeve vragen, dat is waar. Wat nog pijnlijker is is dat er niet echt antwoord op valt te geven. Nu ja, op de eerste wel. Een mens kan hard trekken, harder dan zijn gewicht groot is. Dat is hier lang geleden beschreven aan de hand van een lezer die zichzelf aan een (vaste) katrol had opgetakeld. Daarbij had hij vanzelfsprekend alleen zijn armen gebruikt. Bij het touwtrekken doen de armen nu juist niet mee, zij blijven meestal gestrekt, zoals de spelers op de foto laten zien. Het enige dat van de armen wordt gevraagd is dat zij niet uit de kom schieten. Touwtrekken doe je met de spieren van de benen en de romp. De kracht die in horizontale richting wordt ontwikkeld is in principe eenvoudig te meten maar in de praktijk schijnt het er nooit van te komen. De AW-schatting is dat het 1,5 tot 2 maal het lichaamsgewicht is. Bij het ‘trekken’ dat onderdeel is van het gewichtheffen wordt een kracht van 2 tot 2,5 maal het lichaamsgewicht ontwikkeld.

Wat na lang nadenken nog steeds niet duidelijk is is of de krachtsinspanningen van de verschillende touwtrekkers, meestal acht aan elke kant, zich eenvoudig laten superponeren. Dus: zonder voorbehoud optellen. Trekt A met 700 newton en B met 900 newton dan trekken ze samen met 1600 newton. De gedachten gaan onwillekeurig uit naar de ellendeling die tussen A en B staat en helemaal niet trekt. Het stuk touw tussen hem en A zou slap hangen als daar niet B was met zijn 900 newton. Waarschijnlijk zijn de uitgeoefende krachten inderdaad gewoon op te tellen, zoals bij een vertikaal naar beneden hangend touw waaraan op diverse plaatsen verschillende gewichten zijn bevestigd.

Als dat zo is maakt het ook niet uit waar de spelers staan: de sterkste vooraan of juist aan het eind. Dat is te zeggen: niet voor de klassieke mechanica. Maar er is ook een psychologisch aspect: als de sterkste trekkers achteraan staan voelen de meer naar voren geplaatste spelers veel minder snel aan de spanning in het koord of hun eigen bijdrage aan de krachtsinspanning achterblijft bij de rest dan als zij in omgekeerde volgorde staan. Het AW-advies zou zijn: de zware kerels voorop, de kinderen achteraan.

Bij het plotseling breken van het touw levert dat natuurlijk extra risico op. Maar onder normale omstandigheden zal er niet gauw iets misgaan. Pijnlijk genoeg wordt nogal eens ongecontroleerd touwgetrokken, dus zonder dat de bonden er greep op hebben. Bij festiviteiten wil men nog wel eens groepen laten trekken die groter zijn dan zestien personen, het record schijnt bij 1600 personen te liggen. Bij onoordeelkundig touwtrekken hebben zich gruwelijke ongelukken voorgedaan.

Amateurs hebben bij voorbeeld de neiging om het touw om hun hand te slaan voor ze aan het trekken beginnen, zich niet bewust van de enormen spanning die later in het koord zal ontstaan. Zulke deelnemers hebben hun vingers verloren voor de omstanders begrijpen waarom ze zo schreeuwden. We zwijgen hier over de spelers die het touw om hun lichaam sloegen.

Het grootst is het risico als heel grote groepen trekken aan touw, bijvoorbeeld nylon touw, dat heel veel rek vertoont. In 1997 was dat het geval in Taipei toen 1600 spelers een wedstrijd aangingen. De zware nylon kabel rekte en rekte tot hij niet meer kon. Toen knapte hij. Daarbij sloegen de losse einden met zo’n kracht terug dat de voorste touwtrekkers er hun armen bij verloren.

Google heeft indringende foto’s van de losse ledematen en de verbouwereerde spelers. Zoek ze op met ‘tug-of-war’ en ‘amputation’. Het goede nieuws is dat de armen weer met succes zijn aangezet. En dat dit alles lijkt aan te tonen dat de bovengenoemde superpositie inderdaad opgaat.