‘Topsectorenbeleid negeert fors deel van toponderzoek’

Premier Rutte tipte de Nederlandse natuurkundige Leo Kouwenhoven onlangs nog als toekomstig Nobelprijswinnaar. Maar het onderzoek van Kouwenhoven, die wereldnieuws was met zijn ontdekking van ‘majoranadeeltjes’, komt niet in aanmerking voor de subsidies waarmee het kabinet de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven bevordert.

Dit zegt Kouwenhoven, universiteitshoogleraar aan de TU Delft, vandaag in deze krant: „Mijn onderzoek is te fundamenteel. Toepassingen zijn er pas over twintig jaar.” Zo kan op basis van de majorana-deeltjes in de toekomst mogelijk een superkrachtige quantumcomputer worden gebouwd.

Voor het onderzoek aan de majoranadeeltjes, een grote wetenschappelijke doorbraak, heeft Kouwenhoven een miljoen dollar gekregen van het Amerikaanse Microsoft. De Nederlandse overheid gaf eenzelfde bedrag via de de organisaties FOM en NWO, die jaarlijks onderzoekssubsidies verdelen.

Het kabinet haalt nu met het ‘topsectorenbeleid’ de helft van de begroting van een half miljard euro weg bij NWO. Die 250 miljoen moet worden besteed aan onderzoek waarin wetenschappers samenwerken met bedrijven in door de overheid aangewezen gebieden, de ‘topsectoren’.

„Het Nederlandse topsectorenbeleid richt zich vooral op het midden- en kleinbedrijf, terwijl juist de grote bedrijven als Philips of DSM bepalend zijn voor het landschap van het toponderzoek”, zegt Kouwenhoven. Hij is bang dat het beleid ontaardt in ‘boekhouden’ en dat bedrijven geld krijgen voor onderzoekers die gewoon al jaren bij hen in dienst zijn. Zo resteert er voor onderzoekers aan universitaire onderzoeksinstellingen steeds minder geld.

Microsoft heeft toegezegd het contract met Kouwenhoven te verlengen. Het bedrijf hoopt de quantumcomputer te kunnen bouwen. Zelf redt hij zich wel. „Maar ik zie collega’s in het fundamentele onderzoek in problemen komen.”