Sorry heren, ik heb éven een opvlieger

De overgang. Misschien wel het laatste taboe voor werkende vrouwen, maar met grote gevolgen voor bedrijven. Want vrouwen in de overgang melden zich twee keer zo vaak ziek als hun jongere collega’s.

Illustratie Roel Venderbosch

Carla van Dokkum werkte jarenlang bij ingenieursbureau Arcadis. Ze was hoofd interne communicatie voor alle Arcadis-bureaus in de wereld (22.000 ingenieurs). Ze zat dus altijd te vergaderen, zegt ze vrolijk, met kerels. Op een goed moment kreeg ze last van opvliegers. Ze beschrijft het als een verschrikkelijke hitte die opgolft van je tenen tot je kruin. Ze was vijftig en zat in de overgang.

Carla van Dokkum (69) is een extraverte vrouw die geen tijd heeft voor taboes. Ze kocht een forse ventilator en zeulde die overal mee naartoe. Kreeg ze last tijdens een vergadering, dan zette ze de ventilator op tafel, deed hem aan, en zei: „Sorry heren, ik heb even een opvlieger”. De mannen aan de vergadertafel lachten dan wat ongemakkelijk. Maar de vergadering ging door.

Misschien is dat het laatste taboe voor werkende vrouwen: de overgang. De andere zijn langzaamaan wel geslecht. Zwangerschapsverlof. Ouderschapsverlof. Deeltijdwerk. Moedermelk kolven in een donker kamertje aan het einde van de gang. Tienminutengesprek op school. Maar over de overgang wordt nog vooral besmuikt gegniffeld. Terwijl het er voor de meeste vrouwen behoorlijk inhakt: de overgang duurt twee tot twaalf jaar. De vrouw verliest haar vruchtbaarheid definitief en de menstruatiecyclus stopt.

Reden voor publicist Saron Petronilia (51) om een ‘Overgang-event’ voor werkende vrouwen te organiseren, vorige week in Maarssen. Petronilia schreef ook het boek Alles wat je moet weten over de overgang. De doelgroep is groot: de groep werkende vrouwen van 45 tot 55 jaar – de leeftijdsfase waarop de overgang begint – is massaler dan ooit tevoren op de arbeidsmarkt aanwezig. Vorig jaar werkte ruim tweederde van de 1,2 miljoen vrouwen in die leeftijdsgroep meer dan twaalf uur per week.

Het thema staat nog niet erg hoog op de agenda van de afdelingen personeelszaken, zo blijkt in Maarssen: er zijn hooguit veertig bezoekers. Het zou wel hoog moeten staan, vindt Petronnilia, want vrouwen in de overgang melden zich ongeveer twee keer zo vaak ziek als vrouwen tussen de 25 en 45 jaar. Gemiddeld drie tot vier weken per jaar, tegen gemiddeld twee weken per jaar voor de jongere groep.

Jos Kouwenhoven, personeelsmanager bij cateringbedrijf Prorest, is wel aanwezig. Zij blijkt werk te hebben gemaakt van de overgang. „Tachtig procent van ons personeel is vrouw en het zijn veelal herintredende vrouwen. Allemaal tegen de veertig of ouder.” Ze werken voor Prorest onder meer in bedrijfsrestaurants en keukens. Kouwenhoven heeft ingevoerd dat elke werkneemster na haar veertigste verjaardag een brief krijgt met een uitnodiging voor een informatiebijeenkomst over de overgang. Over de klachten die erbij horen en wat je eraan kunt doen. Kouwenhoven: „Veel vrouwen maken er gebruik van. Ze vinden het prettig om er iets over te leren en zijn blij dat er überhaupt aandacht voor is.”

Het uiteindelijke doel is om het welzijn van het personeel te vergroten en het ziekteverzuim te beperken. „We willen dat vrouwen zo gezond mogelijk kunnen doorwerken tot hun pensioen. We kunnen niet zonder ze. Het ziekteverzuim is bij ons 6 procent. Dat is 2 procent lager dan het gemiddelde in de cateringbranche. Al kan ik niet bewijzen dat aandacht voor de overgang direct leidt tot lager verzuim.”

De klachten. Opvliegers zijn nog de mildste. Althans, de minst genante voor een vrouw die op het werk is. Stemmingswisselingen kunnen er ook bij horen, net als extreme vermoeidheid, huilbuien en buitensporig bloedverlies. Dan is het hoofdstuk thuis-met-partner nog niet behandeld. Laat staan noties als: ‘einde van mijn vrouw-zijn’, ‘nooit meer kinderen kunnen krijgen’, ‘oud en afgeschreven’.

Carla van Dokkum heeft ook daar een geruststellend verhaal over. „Ik had het geluk dat ik vreselijk verliefd werd tijdens de overgang. Op mijn huidige man. Ik dacht weleens dat mijn leven was afgelopen, want dat denk je tijdens de overgang, maar die verliefdheid heeft me er doorheen gesleurd.” Life, zegt Van Dokkum, begins at fifty.

Maar de meeste vrouwen vinden de overgang vooral vervelend. En veel informatie is er niet over te vinden, klaagt een vrouw van 53 jaar die een fulltimebaan heeft in een mediabedrijf. Ze zit sinds kort in de overgang. „Ik wil heus niet eeuwig jong zijn, ik vind het prima dat er een nieuwe levensfase aanbreekt. Maar ik wil wel altijd begrijpen wat ik heb. Dus als ik verschrikkelijk zit te zweten, dan denk ik: welk doel dient dit? Wat heeft het, evolutionair bezien, voor nut dat ik zo moet zweten?”

In het boek Alles wat je moet weten over de overgang, vertelt presentatrice en kunstenaar Adelheid Roosen (52) hoe confronterend zij het vindt dat ze in de overgang zit en dus oud wordt.

Roosen deelt een atelier met zes vrouwen, van wie zij de eerste was die in de overgang belandde. Ze bracht het als volgt ter sprake: „Ik zakte onderuit, sloeg mijn hand in mijn kruis en zei: ‘Dood’. Natuurlijk dikte ik het een beetje aan, want dit soort onderwerpen verdient humor. Anders is het niet te dragen.”

    • Frederiek Weeda