Snaren tellen en stuiteren

Stuiteren. Rustig maar geconcentreerd de bal naar de grond brengen. Er is geen bekender ritueel dan de neergaande polsbeweging vlak voor de service.

De komende twee weken zal de heilige grasbaan van Wimbledon weer bol staan van bizarre gewoonten. „Tennis is door het enorme aantal dode spelmomenten dé sport voor rituelen en bijgeloof”, zegt Honzik Pavel, sportpsycholoog en tennistrainer van het jaar in 2010. „Ze werken in de regel positief: het vergroot de concentratie. En vergeet niet dat stuiteren de pols ontspant.”Pavel geeft een voorbeeld: Rafael Nadal zet altijd twee flesjes drank naast zijn stoel met het etiket richting zijn baseline. Kim Clijsters legt altijd een dubbele knoop in de veters van haar rechtersportschoen, en een enkele in de veters van haar linker. En Martina Navrátilová moest voorafgaand aan een grastoernooi altijd even naar de grond om er wat sprietjes uit te trekken.

Dit zijn voorbeelden van bijgeloof. Het verschil met rituelen? „Een sporter heeft controle over de rituelen, terwijl bijgeloof controle heeft over de sporter”, zegt Pavel.

De sportspsycholoog uit Amstelveen heeft het idee dat partijen tegenwoordig langer duren, omdat spelers meer tijd nemen voor hun opslagen. Succesvol werken ze hun rituelen af. „Nadal wordt verweten neurotische trekjes te hebben. En dan Maria Sharapova: omdraaien, snaren tellen, stuiteren, snaren tellen, stuiteren, serveren. Zij speelt haar punten op basis van routine.”

    • Jens Pauw