Populairste deuntjes overleven - en worden doorsnee

Woman listening to music Image Source

De kabbelende muziek op de website van DarwinTunes is niet gecomponeerd, maar geëvolueerd. Computerwetenschappers van het Imperial College in London lieten duizenden geluidsfragmenten om de gunst van evenzoveel luisteraars strijden. Alleen de best beoordeelde deuntjes overleefden. Uit ruis ontstond zo complexe muziek, compleet met akkoorden, een baslijn en melodie (Proceedings of the National Academy of Sciences,19 juni).

Het experiment begon met twee willekeurige, computergegenereerde stukjes muziek van acht seconden. “Adam en Eva”, grapt Bob MacCallum, eerste auteur van het artikel, aan de telefoon. MacCallum en collega’s wilden onder meer weten welke rol componist en publiek spelen bij het ontstaan van muziek.

Adam en Eva klonken nergens naar, maar, zegt McCallum, “ze volgden een paar muzikale regels. Ze zijn in een vierkwartsmaat geprogrammeerd, en maakten gebruik van een twaalftonige toonladder. Net als bij een kat die over een piano loopt, was het aantal mogelijke noten bij hen beperkt.”

Uit Adam en Eva evolueerde McCallum een startpopulatie van 100 loops, van acht seconden lang. 6.931 bezoekers van de website van DarwinTunes kregen deze stukjes muziek voorgeschoteld, en beoordeelden deze op een schaal van één (I can’t stand it!) tot vijf (I love it!).

Alleen de best beoordeelde mochten zich voortplanten. Zodra er twintig riedeltjes beoordeeld waren, stierven de slechtste tien uit. De tien winnaars hadden ‘seks’: hun programma’s werden met elkaar gecombineerd. Elke muziekpaartje kreeg op deze manier vier nakomelingen, die hun ouders en de afvallers vervingen.

Uit de aanvankelijk onsamenhangende klanken evolueerde al snel goed klinkende muziek, met een ritme en akkoorden. Er ontstonden nieuwe tonen, melodieën en klankkleuren. MacCallum: “Na 3.000 generaties evolueerde er een bass drum. Uit het niets.”

Zoals een veldbioloog soorten turft en snavels opmeet, zo kwantificeerden de onderzoekers de kenmerken van de door hun geëvolueerde muziek. Ze bepaalden in hoeverre de akkoorden binnen DarwinTunes overeenkwamen met westerse akkoordenschema’s, en hoe complex de ritmes waren.

Samen verklaarden die twee dimensies maar 4,2 procent van het succes van een deuntje. De overige 95,8 blijft vooralsnog onverklaard. “We weten dat mensen syncope, zoals een off-beat, aantrekkelijk vinden, maar we hebben nog geen goede manier om dat te meten.”

De deuntjes werden aan het begin van het experiment elke generatie beter beoordeeld, maar uiteindelijk vlakte gemiddelde waardering af tot een 3 (It’s OK...). De muziek wordt niet beter, niet slechter, maar blijft middelmatig. Is dat een natuurlijke beperking van geëvolueerde muziek? Nee, zegt McCallum, de oorzaak is gebrekkige overerving: “Twee loops die op zichzelf prettig in het gehoor liggen, krijgen niet perse fijn klinkende nakomelingen”, zegt hij.

Dat ligt vooral aan de manier waarop de seks nu is geprogrammeerd, zegt hij: “Een dochterdeuntje kan bijvoorbeeld twee baslijnen van haar ouders erven, terwijl het andere deuntje per ongeluk twee melodieën erft.” MacCallum sleutelt daarom aan een nieuw algoritme, waarin de twee muziekstukken alleen soortgelijke partijen uitwisselen, net zoals chromosomen in het echt met genen doen.

MacCallum ziet in de muzikale beperkingen van DarwinTunes parallellen met volksmuziek. “Er zijn aanwijzingen dat traditionele muziek in duizenden jaren nauwelijks verandert. Muziek wordt van generatie op generatie doorgegeven door doen en nadoen. Pas met de ontwikkeling van een notenschrift ontstaat er een betrouwbaardere overerving van musicus op musicus, vindt er meer innovatie plaats en ontstaat er complexere, gelaagde muziek.”

Inmiddels is MacCallum een tweede muzikaal evolutie-experiment gestart, met percussiesamples als extra ingrediënt. Ondanks dat er in deze populatie pas 202 generaties zijn verstreken, is er nu al een opzwepende technobeat geëvolueerd. Dansen op Darwin. Wie doet er mee?

Lucas Brouwers

Beluister de geëvolueerde liedjes op nrc.nl/wetenschap

    • Lucas Brouwers