Poetin heeft over Syrië niet geheel ongelijk

Het Westen veroordeelt Rusland inzake Syrië. Werk liever samen, betoogt Anatol Lieven.

De onenigheid tussen het Westen en Rusland over de aanpak van Syrië lijkt op het oude verhaal over twee kale mannen die ruziën om een kam. Eigenlijk weten beide partijen niet wat ze moeten doen, maar op hun gebrek aan een plan reageren ze op de voor hun traditionele manier – Rusland met obstructie, het Westen met holle retoriek.

Het Westen is terecht van mening dat het Baathbewind in Syrië niet aan de macht kan blijven zonder eindeloze wreedheden en dat het bijzonder wenselijk is dat de Assaddynastie instemt met een vertrek. Rusland is terecht bang dat zo’n val weleens zou kunnen leiden tot een nog erger bewind en een nachtmerrie voor de Syrische minderheden.

Hoe onverteerbaar dit misschien ook is voor Washington, het Kremlin stelt ook terecht dat een internationale afspraak over Syrië alleen kans maakt als Iran erbij wordt betrokken, vanwege de nauwe banden van Teheran met het Syrische bewind en het legitieme Iraanse belang bij de toekomst van de Alawieten, de min of meer shi’itische minderheid. Bovendien heeft de obsessie van de VS en Israël met Iran Washington in het verleden maar al te vaak de ogen doen sluiten voor de gevaren van het Saoedische beleid, hoezeer de Saoedische steun ook mede de basis heeft gelegd voor het islamistische extremisme in Pakistan en elders.

Wie Washington en Parijs over Syrië hoort, doet er goed aan nog eens terug te denken aan de Amerikaanse en Franse politiek jegens hun bondgenoot Algerije in de jaren ’90. Het leger annuleerde toen een democratische verkiezing. Een wrede onderdrukkingscampagne tegen de zegevierende islamisten begon, leidend tot meer dan 150.000 doden. Dat het Westen Algerije zou isoleren, of dat het zou ingrijpen, was uitgesloten.

Dit gegeven werpt een wrang licht op de westerse retoriek van nu. Voordat Hillary Clinton Rusland en China „verachtelijk” noemde, omdat ze internationale actie inzake Syrië tegenhouden, had ze misschien eens even kunnen kijken in de historische spiegel. Bevorderlijk is ook niet dat Clinton Rusland in het openbaar verweet Syrië gevechtshelikopters te verkopen, terwijl Amerikaanse overheidsfunctionarissen in vertrouwen toegaven dat ze die bewering opzettelijk overdreef om Moskou onder druk te zetten. Moet dit het wederzijdse respect en vertrouwen verhogen?

De kwestie-Syrië is als zodanig van groot menselijk en geopolitiek belang, maar heeft ook ernstige gevolgen in het bredere verband van de westerse betrekkingen met Rusland. Een deel van de westerse publieke opinie is begonnen aan een nieuwe ronde van furieuze retoriek tegen de regering-Poetin, vooral vanwege haar semiautoritaire karakter, maar wel met Syrië als extra munitie. Dit is zeker niet geheel ten onrechte, gelet op een aantal verfoeilijke kanten van de Russische staat, maar het behoeft wel enige nuancering.

Zoals blijkt uit de Russische verkiezingsresultaten en de samenstelling van de betogingen door de oppositie, steunt een overweldigende meerderheid van de Russen een mengeling van nationalisten en Sovjetloyalisten. Ook al hebben ze hun buik vol van de corruptie van de elite, de meesten zullen niet stemmen op pro-westerse liberalen. Deze achterliggende Russische werkelijkheid – en de vrij goed presterende economie onder het behoedzame beheer van Vladimir Poetin – geeft de regering-Poetin niet alleen extra armslag, maar betekent ook dat er geen jota zou veranderen aan het Russische buitenlandbeleid in het onwaarschijnlijke geval dat die regering zou vallen.

Het Westen moet deels compromissen met Rusland zoeken, omdat het zwakker is dan voorheen. Zo is onder meer het idee van een NAVO- en EU-lidmaatschap voor Georgië en Oekraïne, of zelfs maar een serieus versterkt partnerschap, van de baan. Dit vergt op zijn beurt een wijziging in de westerse politiek tegenover Rusland van expansie naar een gezamenlijke strategie van crisisbeheersing, bijvoorbeeld bij het reële gevaar van een nieuwe Armeens-Azerbajdzjaanse oorlog om Nagorno-Karabach.

De huidige ontwikkelingen wijzen op nog twee andere gegevens. Willen we dat de westerse democratie haar mondiale invloed behoudt, dan moeten we dringend zorgen dat ze bij onszelf beter functioneert. En de toekomstige wereld zal niet alleen een veelheid van grote mogendheden, maar ook van politieke systemen hebben.

Wil er dus enige kans op internationale samenwerking zijn, dan moeten we elkaars systemen met respect leren bejegenen. Gesprekken met Rusland en China over Syrië zouden een goed vertrekpunt zijn.

Anatol Lieven is verbonden aan het Londense King’s College en schrijver van America Right or Wrong: An Anatomy of American Nationalism.

(Bron: Financial Times)