Paragnost + politie = praatjes

Het heeft iets treurigs: nuttig onderzoek dat aan de vergetelheid ten prooi valt. Neem het werk van Martin Reiser, de eerste politiepsycholoog in de Verenigde Staten. Reiser ging in 1968 aan de slag bij de Los Angeles Police Department. Daar raakte hij geïnteresseerd in police psychics. Dat zijn paragnosten die de politie graag een handje willen helpen. Als de politie ten einde raad is, neemt ze zo’n uitnodiging wel eens aan. Maar heb je iets aan zulke paragnosten? Of stichten ze alleen maar verwarring? Reiser wilde het weten.

Hij bedacht een simpel experiment. Hij gaf paragnosten en studenten sporen die op een heuse plaats delict waren veilig gesteld. Het kon gaan om een wapen, kleding of een stuk papier. Alleen de politie kende de details van het misdrijf. Met de sporen in de hand moesten de proefpersonen van Reiser het misdrijf zien te reconstrueren. De paragnosten ratelden er zelfverzekerd op los. Ze vertelden zes keer zo veel als de studenten. Maar ze kwamen nooit met meer correcte informatie op de proppen. Per saldo creëerden de paragnosten dus meer mist. Vandaar de conclusie van Reiser: niet doen, die para’s.

In de jaren ’70 en ‘80 was Reiser bekend vanwege zijn onderzoek. Tegenwoordig is hij goeddeels vergeten. Dat staat in schril contrast met de populariteit van Amerikaanse televisieseries als Psychic Detectives. Daarin vertonen paragnosten hun kunsten, vaak in samenwerking met lokale sheriffs, die wanhopig een misdrijf proberen op te lossen. Reiser of niet, het is prachtige televisie. Omdat het namelijk het principe van retrofitting zo haarscherp in beeld brengt. Bij retrofitten wordt er aan de boodschap die de paragnost van Gene Zijde doorkrijgt zo gesjord en getrokken dat ze uiteindelijk strookt met de feiten.

Zo lang als je als kijker dat retrofitten niet door hebt, zie je tijdens dit soort televisieseries grootse dingen gebeuren. Ook op de Nederlandse buis. Ik keek laatst naar een aflevering van Het Zesde Zintuig-Plaats Delict. Presentator Robert ten Brink nam paragnosten mee naar een plek in het bos. Wat zou zich daar hebben afgespeeld? Valsheid in geschrifte? Bedrieglijke bankbreuk? Nee, het ging om de moord op een meisje. Iets heel ernstigs dus. Dat voelden de para’s ook zo. Een van hen kwam in een trance terecht en maakte pijngeluiden. “Wat gebeurt er nu met je?”, vroeg ten Brink. De para legde uit dat het slachtoffertje in haar was getreden. Ze kreeg het beeld van een etalage – een bakkerij of een slagerij – door. En er was een huis met een puntdak in het spel. Na een rondje retrofitten werd de etalage een frietentent en het huis met de puntdak werd een loods. Warempel, allemaal feiten uit het dossier. De huilende familieleden van het slachtoffertje keken toe en toonden zich dankbaar. Ze werden samen met de para’s door de buurt gereden. Een woordvoerster van de politie was eveneens van de partij. Ten Brink duwde een microfoon onder haar neus: “wat wilt u van onze paragnosten weten?” De woordvoerster: “We hopen de zaak op te lossen.”

De paragnosten van Ten Brink geloven in zichzelf. Best mogelijk dat ze ooit anders zijn begonnen. Ik ken een student wiens moeder er heilig van overtuigd was dat haar zoon helende krachten bezat. Als er zieken in het dorp waren, nodigde de moeder hen uit om op de sofa in de woonkamer te gaan liggen. Haar zoon moest dan met zijn handen over de patiënt strijken. Aanvankelijk twijfelde hij aan zijn gave. Maar hoe meer complimenten hij van dankbare dorpsgenoten kreeg, hoe sterker hij overtuigd raakte van zijn talent. Inmiddels begrijpt hij dat zijn talent placebo heet.

Dat stadium hebben de paragnosten van Ten Brink nog niet bereikt. De dankbaarheid die ze met retrofitten oogsten voedt hun zelfvertrouwen. Ook al omdat het allemaal gebeurt onder het toeziend oog van het Bevoegd Gezag. Het doet denken aan verhalen over dolfijnen die drenkelingen naar de wal duwen. Zoiets bestaat. Je bent geneigd om er de conclusie aan te verbinden dat dolfijnen hulpvaardige dieren zijn. Totdat je je realiseert dat de drenkelingen die door dolfijnen verder in zee werden geduwd het niet na kunnen vertellen. Precies daarin schuilt de kracht van het vergeten onderzoek van Reiser: het laat ook de mislukkingen zien.

Nog zo’n vergeten onderzoek: in 1958 werd aan de Utrechtse universiteit een proefschrift verdedigd, met de titel Enige aspecten van de paragnosie in het Nederlandse Strafproces. Het beschrijft onderzoek à la Reiser. De promovendus, een politie-inspecteur, gaf bekende paragnosten politiefoto’s van de plaats delict en vroeg hen te vertellen wat er was gebeurd. Ze bakten er helmaal niets van. Het onderzoek werd geloofd en geprezen, onder meer in het Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde. De promovendus heette…jawel… Brink. Robert ten Brink zal daarin een Wenk van Gene Zijde zien. Gelijk heeft hij. Als je het retrofitten noemt, haken de kijkers af.

    • Harald Merckelbach