Oude beloftes herhaald in Rio

Nieuwsanalyse Een vage slotverklaring, geen nieuwe afspraken: velen verlieten ontgoocheld de milieutop in Rio. Het debat tussen arme en rijke landen komt niet verder.

Een Indiaan op de slotdag van de Volkstop die tegelijkertijd met de milieuconferentie in Rio de Janeiro werd gehouden. Foto AP

Rio+20 zit erop. De tienduizenden deelnemers aan de grootste milieuconferentie ooit zijn op weg naar huis. In een mooie slotverklaring is vastgelegd welke toekomst hun voor ogen staat – of eigenlijk: ons allen, want de ‘wij’ in die tekst, dat zijn vrijwel alle landen van de wereld.

In het slotdocument, getiteld The Future We Want, wordt heel wat ‘in herinnering geroepen’, ‘hernieuwd’, ‘herbevestigd’, ‘erkend’ en ‘versterkt’. Zoveel zelfs, dat de argeloze lezer zich gemakkelijk kan afvragen wat er dan eigenlijk is gebeurd sinds 1992, toen (eveneens in Rio de Janeiro) de grote Earth Summit over duurzaamheid werd gehouden. Waarom moeten al die beloftes van toen worden herhaald?

„We dringen er bij alle partijen op aan om hun verplichtingen [op het gebied van klimaatverandering] na te komen”, staat er bijvoorbeeld. Bedoeld wordt: we vragen onszelf om nu eindelijk te doen wat we hebben beloofd. Want de handtekeningen onder de slotverklaring van Rio komen uit dezelfde landen als die onder de internationale klimaatverplichtingen.

Milieuorganisaties, die zoals altijd bij dit soort conferenties in groten getale aanwezig waren, zijn zeer teleurgesteld. Maar dat hoeft niet te verbazen. Voor hen is het zelden genoeg.

Opmerkelijker is dat ook veel officiële delegaties Rio gefrustreerd hebben verlaten. Woensdag kwamen de staats- en regeringsleiders aan en dinsdagavond had Brazilië de onderhandelingen al voor gesloten verklaard, uit vrees dat alles opnieuw ter discussie zou worden gesteld. Alle losse eindjes hadden de Brazilianen eigenhandig uit de slotverklaring gesloopt. Met als gevolg dat die nu zo algemeen is, dat niemand er aanstoot aan kan nemen.

Milieutoppen zijn verworden tot een oeverloos debat tussen arme en rijke landen. Geïndustrialiseerde landen wijzen erop dat hun dure maatregelen om de planeet te beschermen alleen werken als ontwikkelingslanden bij hun ongebreidelde groei ook rekening houden met het milieu. Ontwikkelingslanden zeggen dat ze niets liever willen, mits de rijke landen betalen, want die konden bij het vergaren van hun rijkdom de planeet uitputten in een tijd dat niemand zich nog om het milieu bekommerde.

Tijdens de Earth Summit van 1992 zei de Amerikaanse president George Bush senior, dat hij bereid was mee te werken aan duurzame ontwikkeling, maar dat iedereen goed moest beseffen dat de American way of life, de Amerikaanse levensstijl, niet ter discussie kon staan.

Het is de vraag of dat twintig jaar later, op een planeet met ongeveer 1,5 miljard meer mensen dan toen, nog vol te houden is. Miljoenen mensen in opkomende economieën dromen van het middenklasseleven dat men in de geïndustrialiseerde wereld gewend is. Die droom zal volgens veel deskundigen in een nachtmerrie veranderen zonder grote veranderingen in de economie, zonder innovatieve productieprocessen en een eerlijker verdeling van schaarse grondstoffen.

Sommigen wijzen daarom enthousiast op de deelname van het bedrijfsleven in Rio+20. Tenslotte zullen de veranderingen van hen moeten komen.

Maar juist de ‘groene’ pioniers in het bedrijfsleven smeken al jaren om richtlijnen en wetgeving om hen daarbij te helpen. En dat is de verantwoordelijkheid die alleen kan komen van de partijen die in Rio om de tafel zaten.

    • Paul Luttikhuis