Ontruiming van 'Ter Apel' is aanfluiting rechtsstaat

Het spijt me dat ik het zo hard zeg, maar bij de ontruiming eind april van het tentenkamp in Ter Apel is de rechtsstaat beschadigd. En wel door de overheid, met opzet. Het lijkt erop dat de rechter een oor is aangenaaid – en een paar honderd uitgeprocedeerde asielzoekers een rad voor ogen is gedraaid. Om van de burger maar te zwijgen. Eigenlijk schaam ik me dat ik er zo laat achter kom.

Gisteren verscheen ‘de Uitspraak’ in de krant, een tweewekelijks rubriekje waarin een rechterlijke uitspraak wordt gesignaleerd. Daar werd beschreven hoe de kortgedingrechter in Groningen het noodbevel ter ontruiming van het kamp „buitensporig” had genoemd. Er was helemaal geen sprake geweest van een dreigende oproer dat zo’n bevel en dus ontruiming mogelijk maakt. Wel was er brandgevaar, maar dat kon de burgemeester ook oplossen zonder ontruiming. Alleen, die uitspraak had dus geen enkel effect. De burgemeester had het kamp al ontruimd, vóór de zitting. Hoe kon dat eigenlijk gebeuren?

Bij dat rubriekje schrijven wetenschappers van het Nederlands Juristenblad een commentaar. In deze casus waren ze het roerend met elkaar eens. De burgemeester had het grondrecht om te betogen met voeten getreden. En door te ontruimen vóórdat de rechter uitspraak deed, was er eveneens een burgerrecht geschonden – het recht op toegang tot de rechter. Bij zo’n fundamenteel recht moet dat van tevoren en niet achteraf. Ook woonhuizen worden niet ontruimd als er een kort geding is aangespannen, nietwaar. Respect voor de rechter is een ijkpunt in de rechtsstaat. De rechter sticht vrede, beslecht het geschil. De verliezende partij krijgt de kans na het vonnis vrijwillig te ontruimen. Deze asielzoekers werden echter door de ME eerst weggesleept en opgesloten. Voordat de rechter had gesproken. Zij waren zelfs strafbaar omdat ze de politie niet gehoorzaamden.

Dat de politie kennelijk niet op goedkeuring van de rechter hoefde te wachten zat mij echter als een graat in de keel. Dus waarom gebeurde dat dan? Er zal wel ergens een interessante uitzondering in de wet zijn, die dit mogelijk maakt, dacht ik nog. Maar helaas. Een van de NJB-experts was Adriaan Wierenga, universitair onderzoeker in Groningen en deskundig op het gebied van noodrecht. Desgevraagd zocht hij de casus helemaal uit, samen met Jan Brouwer, hoogleraar in Groningen. Sinds gisteren staat hun analyse online op njblog.nl. Naarmate Wierenga meer te weten kwam, belde hij me deze week vaker op. Eerst verbaasd, daarna verstoord en vervolgens gewoon boos. ‘Tahrirplein in Ter Apel’, staat er boven hun stuk. Dit stinkt, luidt de samenvatting.

Wat is daar gebeurd? Wat hier volgt, is mijn interpretatie. En wel van een schandaal.

De staat zag de demonstratie in Ter Apel als een politiek en bestuurlijk gevaar. Het kamp groeide alarmerend snel. Het sloeg aan in de media. Er stonden al zestig tenten, met zo’n 350 mensen in tamelijk hopeloze situaties. Die alle tijd hebben en niks te verliezen. Zij maakten de achilleshiel van het strenge uitzettingsbeleid zichtbaar. Er kwam ook praktische steun uit de regio. Het overheidsbeleid is juist gericht op het onzichtbaar houden van deze groep. Betogers mag je niet zomaar ontruimen, was al bij de Occupykampen gebleken. Een noodbevel en een noodverordening zouden vermoedelijk niet overeind blijven in de rechtszaal. Dus die kan je maar beter eerst gebruiken en daarna gauw weggooien, was de cynische redenering. Dat is ook wat er gebeurde. Er werd ontruimd. Daarna keurde de rechter het noodbevel af. Van de toetsing van de noodverordening kwam ook niks meer terecht. Die trok de gemeente twee dagen na ontruiming in. Mission accomplished. Opgeruimd staat netjes.

Om het terrein vervolgens leeg te mogen houden, kwam er een nieuw konijn uit de hoed. De gemeente en het asielzoekerscentrum blijken een gebruikerscontract voor dit grasveldje te hebben gesloten. En wel al twee weken vóór de aankomst van de eerste demonstrant. Een wonderbaarlijk toeval. En, nog veel bijzonderder, in de overeenkomst belooft het asielzoekerscentrum de gemeente een boete te betalen van 500 euro per dag voor iedereen die op dat terrein komt. Nog voorkennis ook dus! In de 16 dagen van het tentenkamp heeft het centrum dus zogenaamd een schuld van 8.000 euro aan de gemeente Vlagtwedde opgebouwd. En ook betaald? Ik geloof er geen biet van. Die gebruiksovereenkomst is achteraf gesloten om dat terrein leeg te kunnen houden. De overheid heeft snel een belang gecreëerd. De rechter die daarna over de hekken om het weiland mocht oordelen, trapte erin. Het recht op toegang tot de rechter, om te demonstreren, op vrijheid van meningsuiting – het is allemaal om zeep geholpen. Sorry dat ik het zeg.

Folkert Jensma

Debat op nrc.nl/rechtenbestuur Twitter @folkertjensma

    • Folkert Jensma