Och nee, wat doet ie nú?

Het is zover: de sporter heeft zich weten te plaatsen. Het thuisfront volgt de prestaties vaak op afstand. Hoe is dat? Deze week de moeder van wielrenner Lieuwe Westra.

Alie Westra. Foto Sake Elzinga

De laptop van Alie Westra staat op de salontafel in de voorkamer. Hij ligt standaard aan de lader, op zo’n kussen met een dienblad als bovenkant. Zodat-ie ook gemakkelijk op schoot kan. Dat is handig, want vaak genoeg zijn de wedstrijden van haar zoon, wielrenner Lieuwe Westra (29), niet op televisie. Of de sportzenders schakelen pas bij de finale in. Dan volgt mem, zoals Lieuwe zijn moeder noemt, die ritten dus op haar laptop. Via wielerland.nl, sport.livez.com of het Spaanse biciciclismo.com. „Met van die tickers, weet je wel.”

Elke paar minuten, en als er iets nieuws in de rit gebeurt, verschijnen nieuwe tekstregels in beeld. Als een wielrenner demarreert, maar ook als er een valpartij is. „Dan kan ik niks doen behalve wachten. Wachten of hij erbij zit of niet. En daar zit ik dan, hier, en hij daar.”

De taal van die websites spreekt Alie Westra niet. Ze begrijpt geen Spaans, maar eigenlijk ook geen Frans en Engels. Daarom gooit ze de zinnen door een vertaalprogrammaatje. „En ik leer ervan hoor. Inmiddels weet ik wel: ‘chute’, dat betekent valpartij.”

En als de wedstrijden wel uitgezonden worden? Dan kijkt ze niet naar de NOS, maar naar de Belgische sportzender Sporza. „Dat commentaar is vaak beter. En zij weten gewoon veel meer van Lieuwe.” Ze kijkt alle rondes of wedstrijden, groot en klein: van de ronde van België tot de Dauphiné Libéré tot Parijs-Nice, waar Lieuwe begin dit jaar verrassend tweede werd. „Toen hij daar wegreed van die andere jongens, zó de berg op, toen dacht ik: och nee, wat doet ie nú?”

Volgende week start Lieuwe Westra met zijn ploeg Vacansoleil in de Tour de France, daarna volgen de Olympische Spelen. Ze twijfelt of ze mee zal gaan: het is maar eens in de vier jaar, en de kans dat hij dan wéér meedoet, is niet zo groot. Maar ze kan alles vanuit huis, in het Friese Moleneind, zo goed volgen – „en daar sta je er maar wat achteraan, en echt goed zie je het toch nooit.” Naar de Tour gaat mem hoe dan ook niet. Als haar man nog had geleefd, ja, dan was het misschien anders geweest. Maar die overleed vier jaar geleden plotseling aan een hartaanval. „Als hij er nog was geweest, waren we zeker samen gegaan. Dat maakt alles wat dubbel. Mijn man had dit gewoon nog mee moeten maken.”

Makkelijk heeft haar zoon het niet, met het overlijden van zijn vader. „Ja, hij mist hem wel, denk ik. Maar dat zegt-ie niet. En ik ben blij dat mijn man wel nog heeft gezien hoe Lieuwe prof is geworden.”

Voordat Westra weer professioneel ging fietsen, heeft zijn moeder heel wat met haar zoon te stellen gehad. Hij had zijn fiets in de wilgen gehangen, en koos voor een bestaan als stratenmaker. Met in de weekenden een feestleven, inclusief drugs, drank en heel veel roken. „Zat-ie hier op de bank. Op een gegeven moment woog hij wel 92 kilo. Maar hij heeft net op tijd het goede pad gekozen. En als moeder blijf je je zoon toch de hand boven het hoofd houden, hè.”

Nu lijkt het alleen maar beter te gaan met haar zoon. Afgelopen week werd hij nog Nederlands kampioen tijdrijden: hij was acht seconden sneller dan Lars Boom. Daar is ze wel gaan kijken, die wedstrijd was in de buurt, in Emmen. En natuurlijk is ze dan trots. „Maar dat hoef je niet altijd te laten zien. Ik ben niet zo iemand die steeds maar zegt: Lieuwe dit, Lieuwe dat.” Als ze bij de eikenhouten kast met foto’s, prijzen en schalen staat, vertelt ze niet voor niets dat haar ándere zoon, Jan-Hendrik, ook fietst. „ Op amateurniveau.”

Maar mem Westra glundert, als ze vertelt over Lieuwes bijnaam: ‘Ut Beest’. En als ze zegt dat hij eigenlijk een beetje een moederskindje is. „Zelfs zijn vriendin zegt wel eens als hij niet rustig wordt: ‘nou, bel jij eerst mem maar even’.” Elke dag hebben ze wel even contact, vooral via WhatsApp-berichtjes met haar BlackBerry. Die ligt altijd binnen handbereik, op de kast naast haar vaste leunstoel. „Ik stuur altijd gelijk even iets, als hij over de streep is.” Had hij een goede race, dan hoort ze vaak later pas iets. „Maar ging het wat minder, dan is het: ‘Mem, luister even...’”

    • Annemarie Kas