Met zwart-witdenken de crisis te lijf

Auteur: Daan QuakernaatTitel: Ga kathedralen bouwen!Uitgeverij: Kuaternaaq MediaISBN: 978-90-817757-0-0112 blz. € 19,90

Neem het stallen van fietsen in steden, vooral in de buurt van stations. Wat de goedbedoelende autoriteiten ook aan ge- en verboden bedenken, het blijft meestal een rommelige bende.

Of neem het gedrag van goedbetaalde bestuurders in corporatieland. Hoeveel regels en toezichthouders ook om hen heen worden geweven, altijd zijn er weer directeuren die dure maatpakken frauduleus als ‘representatiekosten’ menen te moeten declareren.

Op het eerste gezicht hebben de fietsenchaos en de krabbelaars niets met elkaar te maken. Maar niet voor Daan Quakernaat, „spreker van beroep” en naar eigen zeggen permanent „op zoek naar de balans tussen mens en machine, tussen angst en controle, tussen passie en structuur”. Voor hem zijn het beide voorbeelden van uitwassen van onze hedendaagse manier van werken.

In zijn uitbundig met zelfgemaakte foto’s geïllustreerde Ga kathedralen bouwen! schrijft Quaker-naat over wat hem aanspreekt en frustreert. De kathedralenbouwers uit de Middeleeuwen, die hadden nog eens durf en moed. Hoe hebben zij die majestueuze godshuizen in vredesnaam voor elkaar gekregen?

Op vele plaatsen – Amiens, Chartres, Laon, Metz, Parijs, Reims – leidde de wederzijdse verheerlijking van macht door prelaten en vorsten tot geniale monumentale bouwwerken. De mediëvist Georges Duby deed er in 1976 in zijn De kathedralenbouwers indrukwekkend verslag van.

De combines van bisschoppen en koningen wisten volgens Quaker-naat van te voren wel wat ze wilden, maar beschikten niet over een gedetailleerd plan van aanpak. Werkende weg trokken de bouwers hun plan, overlopend van lef.

Daar kunnen hedendaagse managers, die volgens hem veelal vastzitten in ‘risicominimalisatie’ en ‘controledenken’, nog een boel van leren. „De kathedralenbouwers hadden niks en konden alles. Wij hebben alles en kunnen niks”, provoceert hij. De huidige manier van werken kenmerkt zich volgens hem door een obsessie met planning en beheersing. Dodelijk voor groei, vernieuwing en vooruitgang, oordeelt hij.

‘Kathedraal’ gebruikt Quaker-naat als metafoor: alles waaraan je begint zonder vooraf te weten of het gaat lukken, is voor hem een ‘kathedraal’. Ze worden tegenwoordig nog wel gebouwd – hij noemt internet, Google en het palmeiland van Dubai –, maar volgens hem steeds minder op hun waarde geschat.

Aan het eind vat Quakernaat zijn opvattingen samen in een zestien pagina’s tellend essay: ‘Kathedralen bouwen doe je zo’. Daarin verdeelt hij een cirkel – „de wereld om ons heen” – in twee helften: zwart en wit. Zwart staat voor kenbaar, meetbaar en controleerbaar. Wit voor passie, creativiteit en doorzettingsvermogen.

Beide helften zijn voor altijd en onlosmakelijk met elkaar verbonden, het succes zit in de combinatie, in de onderlinge dynamiek. Yin en yang op zijn Quakernaats. Fouten durven maken, acht hij essentieel, evenals het leren van gemaakte fouten. Natuurlijk zijn planning en voorbereiding (‘zwart’) belangrijk, maar nog belangrijker vindt hij „de gedrevenheid om ergens te komen” (‘wit’).

Zo ziet Quakernaat de kathedralenbouwers de weg wijzen naar oplossingen voor alle mogelijke uitdagingen van vandaag de dag, van files tot klimaat, van vergrijzing tot energie.

Het is goedkoop met dit zwart-witdenken de spot te drijven. Maar er wringt meer. Want zijn het niet veeleer de financiële vrijbuiters, de speculerende durfallen en de piramidespelende geldwolven die met hun gevaarlijke zelfgeschapen ‘kathedralen’ de boel op tilt zetten? Niet eenmalig, zodat ze wellicht nog zijn te beteugelen, maar stelselmatig. En veel ondermijnender dan foutparkerende fietsers.

Joop Meijnen

    • Joop Meijnen