‘Mark Rutte zegt nee tegen alles’

Toen premier Rutte aanschoof bij de Europese regeringsleiders, gold hij als een verademing. Nu niet meer. Dit is wat ze in Brussel zien: Rutte haakt Nederland los van Europa. En of hij na de verkiezingen in september dan weer aanhaakt, laat hij open.

Illustratie Roland Blokhuizen

‘Frankrijk wil een Europese, geen politieke unie. Duitsland wil precies het omgekeerde. Het wordt moeilijk die twee te verzoenen. Maar ons allergrootste probleem is Nederland. Nederland wil geen bankunie en geen politieke unie. Het wil helemaal niets meer in Europa. Mark Rutte zegt ‘nee’ tegen alles.”

Wie dacht dat CDA-leider Sybrand van Haersma Buma deze week scherp was over de Europese standpunten van premier Mark Rutte (VVD) – of het gebrek daaraan – is nog niet in Brussel geweest. Bovenstaande uitspraak komt uit de mond van een van de hoge ambtenaren en politici met wie deze krant vertrouwelijke gesprekken voerde over de positie van Nederland in Europa. Deze gesprekspartners, die verschillende nationaliteiten hebben en anoniem willen blijven omdat ze betrokken zijn bij gevoelige besluitvorming rond de eurocrisis, oordelen hard over de Nederlandse premier.

Europa staat in brand, zeggen zij. Grote politieke stappen zijn nodig om de euro te redden. Maar Rutte, vindt een hunner, is „maar met één ding bezig: de Nederlandse verkiezingen in september. Omdat hij denkt die te kunnen winnen door Geert Wilders’ anti-Europese retoriek over te nemen, zet hij in Brussel zijn hakken in het zand. Andere Europese leiders komen met ideeën, met oplossingen. Rutte komt met blokkades. De man is óveral tegen.”

Afgelopen dagen vergaderden de euroministers van Financiën in Luxemburg over de crisis. Komende week bespreken de regeringsleiders een rapport van Europees president Herman Van Rompuy, voor een Europese bankunie en een politieke unie waarbij de eurozone de teugels véél strakker moet aanhalen.

De hoeveelheid voorstellen die Brussel passeert, is ongeëvenaard. Zo willen veel landen Griekenland meer tijd geven om zijn begrotingstekort en staatsschuld te verminderen. De Grieken hebben tijd verloren door de verkiezingen, en alle prognoses verslechteren in heel Europa – ook in Griekenland. In Nederlandse kringen vindt men dit echter „een Grieks probleem. Het is niet fair om ons de rekening te sturen”. Een financiële transactiebelasting in Europa, zoals Duitsland wil, „schaadt Amsterdam”. Eén Europees resolutiefonds om bankfaillissementen ordentelijk af te wikkelen, is voor Nederland „een onbegaanbare weg”. Plannen om geld uit het euronoodfonds direct naar banken te sturen, „vinden wij geen goed idee”.

Paniek-nee’s

De crisis is een systeemcrisis geworden: de financiële, economische en eurocrises die eerst gescheiden waren en elkaar opvolgden, gaan nu samen en versterken elkaar. Beleggers ontvluchten Spanje, Cyprus en Italië en herinvesteren hun geld in Duitsland en Nederland. Grof geschut is nodig om dit te stoppen. Maar tegen voorstellen om het noodfonds een banklicentie te geven, zodat het direct van de ECB kan lenen (een Frans idee), of om het fonds staatsobligaties te laten opkopen (uit Italiaanse koker), verzet Nederland zich. Alleen Europese banksupervisie door de ECB vindt Den Haag bespreekbaar, voor de 25 grootste banken. Maar het zijn juist kleinere banken ónder de radar die de eurozone dreigen op te blazen. Eurobonds? Nederland zegt ‘nee’. Europees depositogarantiesysteem? Nee. Nagenoeg elk plan dat de laatste weken opkomt, vindt Nederland „geen goede idee”. Een bron in Brussel noemt de houding van Nederland onomwonden „ziek”.

Nederland is een van de oudste landen van de Europese Unie. Op Haagse ministeries hoef je niemand uit te leggen dat het politiek contraproductief is om elke dag de kont tegen de Europese krib te gooien. In Brussel weet men dus dat dit geen weloverwogen nee’s zijn.

Integendeel: de indruk hier is dat dit ‘paniek-nee’s’ zijn. Eurolanden moeten soevereiniteit inleveren, méér centraal bestuur instellen, anders breekt de eurozone in tweeën. Dat begrijpt Rutte. Juist daarom krijgt hij het zo benauwd: dit botst met zijn binnenlands-politieke strategie. Ruttes rivalen, Geert Wilders en SP-lijsttrekker Emile Roemer, straffen hem af als Rutte daaraan meedoet. Daarom minimaliseert Rutte in Nederland de impact van de crisis: die speelt enkel „in het zuiden”. En méér Europa, zegt hij, is niet aan hem besteed.

Daarom, zegt een Europees functionaris, „is Rutte doodsbang voor de top komende week. Die trekt hem de andere kant op”. Alle 27 regeringsleiders hebben Van Rompuy eind mei opdracht gegeven een rapport te maken over een bankunie en een politieke unie. Rutte protesteerde niet toen Van Rompuy de regeringsleiders de tekstverklaring voorlegde die hij aan de media wilde voorlezen. Daarin werden zaken als ‘eurobonds’ en ‘gemeenschappelijk depositogarantiesysteem’ gewoon genoemd.

Sinds die top bereidt bondskanselier Angela Merkel het Duitse electoraat voor op „stap voor stap bevoegdheden afgeven aan Europa” om de stabiliteit van de euro te waarborgen. Rutte, eens trouw bondgenoot, doet het tegenovergestelde. In Berlijn benadrukten Rutte en Merkel woensdag enkele overeenkomsten; maar dat maskeerde de groeiende verschillen over vooral de langetermijnaanpak niet. Ook de Finse premier Katainen, met wie Rutte veel optrok, stelt zich de laatste tijd gematigder op.

Vlak voordat Van Rompuy begin deze maand naar Den Haag kwam voor overleg, zei de premier dat hij geen behoefte aan „institutionele vergezichten” heeft en „geen eurofiel” is. In gesprekken met andere regeringsleiders maakt Rutte duidelijk dat niemand moet verwachten dat Nederland vóór 1 september enige soevereiniteit prijsgeeft. Hij zou zelfs hebben geroepen dat Nederland „er anders uitstapt”. De RVD noemt dit „volstrekte onzin”.

Tirades

Gesprekspartners moeten Rutte soms kalmeren. Zijn tirades over „die zuidelijke landen” die achterover leunen als je hun geen discipline oplegt, worden feller. Dit versterkt de indruk dat het water de Nederlandse premier aan de lippen staat. „Rutte stond lang in een spagaat”, observeert een bron in Brussel. „Hier zei hij A, in Den Haag B. Maar de crisis escaleert. A en B drijven verder uit elkaar. Rutte kan zijn spagaat niet volhouden. Hij moet kiezen. En kiest voor Den Haag.”

Als dit klopt, is de analyse van Van Haersma Buma dat Rutte „in Europa wil mee hobbelen met de stappen die worden genomen en er dan in Nederland een heel vies gezicht bij trekt” al achterhaald. Rutte is een station verder: hij haakt Nederland los van Europa. Of hij na 12 september weer aanhaakt, laat hij open. Eerst Wilders te lijf, dan de crisis.

Toen Rutte in oktober 2010 aantrad, vonden veel regeringsleiders hem een verademing. Hij was joviaal en wekte de indruk dat hij, anders dan de stugge Balkenende (CDA), iemand was met wie je zaken kon doen. Die indruk verdampte snel. Steeds kwam Rutte naar toppen met harde standpunten over Griekenland of het noodfonds, door Wilders afgedwongen. Daarover viel niet te onderhandelen: „De Tweede Kamer wil het zo.” Zo gaat het nog steeds.

Dat begint collega’s te irriteren. Een van hen zegt: „Je komt naar Brussel om te onderhandelen, niet om anderen elke keer weer jouw red lines op te leggen.” Dat Rutte constant over geld praat, wekt wrevel. Zijn belangrijkste interventie op de vorige top ging over Europese subsidie voor Griekenland: was dit ‘oud’ geld of ‘nieuw’ geld? Als de Britse premier David Cameron zijn tirades tegen de eurozone afsteekt, vertelt een getuige, „zit Rutte almaar te knikken. Hij gedraagt zich als een outsider. Alsof Nederland er, zoals Cameron, alleen voor de handel bij zit.” De Britten hebben altijd zo in Europa gestaan. Nederland niet.

De positie van eenling, van buitenstaander, wordt versterkt doordat Rutte niet verbloemt dat hij weinig affiniteit heeft met Europa. Zelfs in zijn eigen entourage worden sommigen ongerust: is er niemand die hem bij de les kan houden? Als Rutte een christen-democraat was geweest, hadden Europese zusterpartijen hem misschien uit zijn isolement kunnen halen. De christen-democratische clan is hecht, dwars door landsgrenzen heen: zij stemmen hun posities van tevoren af, met fikse discipline. Maar Rutte is een liberaal en de Europese liberalen zijn een allegaartje. Ze worden geleid door de Belgische ex-premier Guy Verhofstadt, een Europese federalist die inhoudelijk op een andere planeet leeft dan Rutte. Ook dat draagt ertoe bij dat Rutte in Europa zo’n loner is geworden.

    • Caroline de Gruyter