Lance, kom op nou, vertel het echte verhaal

Als ex-kankerpatiënt wil Lance Armstrong anderen hoop bieden. Als sportman blijven dopebeschuldigingen hem achtervolgen. Bedrog? „Iedereen profiteerde mee”, zegt wielerverslaggever Maarten Scholten.

Lance Armstrong in juli 2010, tijdens een trainingssessie in Ridderkerk. Foto AFP

Plotseling staat hij achter de bank in de lobby van hotel Barton Creek. „Hé jongen”, groet Lance Armstrong lachend, in het Nederlands. T-shirtje, spijkerbroek en gympen. In het luxe golfresort in zijn woonplaats Austin, Texas, neemt hij op 4 december 1999 alle tijd voor een interview. Van kankerpatiënt tot Tourwinnaar, een mirakel. „Door mijn verhaal te vertellen kan ik andere mensen hoop bieden.”

Na afloop volgt een razende rondrit door de Texaanse heuvels, in zijn machtige fourwheeldrive. „Gisteren gekocht.” Even langs bij ploegleider Johan Bruyneel in een hotel verderop. „Wil je nog meer weten”, vraagt hij de volgende ochtend bij een toevallige ontmoeting. Half uurtje op de koffie bij de Tourwinnaar. Geef maar toe: onder de indruk.

Dan de aanklacht van het Amerikaans antidopingagentschap USADA, gedateerd op 12 juni 2012, vijftien pagina’s lang. Ook na zijn comeback in 2009 zou Armstrong gebruik hebben gemaakt van verboden middelen: epo en/of bloedtransfusie. Tussen 1998 en 2005 kwamen daar nog bij corticosteroïden, groeihormoon, testosteron. En niet alleen voor eigen gebruik. De zevenvoudig Tourwinnaar zou ook anderen hebben aangezet tot dopegebruik, en deel hebben uitgemaakt van een dopingnetwerk. Met Bruyneel in het complot, net als een drietal artsen en een verzorger.

Armstrong, tot gisteren in de gelegenheid om de zware beschuldigingen van USADA officieel te weerleggen, twittert zijn zoveelste ontkenning. Meer dan 500 keer gecontroleerd, nooit positief bevonden. Klaar. Maar wel geschorst, hangende het onderzoek. Dus morgen geen triatlon van Nice, de sport waarin hij dit jaar terugkeerde en onlangs twee wedstrijden won. Zijn advocaten zullen er ongetwijfeld alles aan doen hem opnieuw vrij te pleiten. Maar zelf het echte verhaal vertellen?

Luis Garçia del Moral, een van de nu beschuldigde artsen, loopt tijdens het trainingskamp van 1999 even weg als Armstrong zomaar met een Nederlandse journalist de kamer van Bruyneel binnenkomt. Niets geks, ontspannen sfeer. „Johan, vertel hem het verhaal van the lady and the soup”, vraagt Armstrong. „Mooi jongen!” En Bruyneel vertelt lachend hoe hij met Lance in de aanloop naar de Tour verdwaalde in de Ardennen. Ze belden aan bij een oud vrouwtje en moesten soep mee eten uit een grote pan. Het werd hun gimmick. Volgend jaar zouden ze de vrouw weer opzoeken. „Die soep is zijn garantie voor succes”, grapt Bruyneel.

Soep? Ja ja, roept de cynicus nu. Doping! Bedrog! De aanklacht van USADA bevestigt vooral wat toch allang bekend was. Aanklager Jeff Nowitzky zocht niet voor niets twee jaar naar strafbare feiten om Armstrong te veroordelen. Vergeefs, oké. Maar getuigenissen van oud-ploeggenoten Tyler Hamilton en Floyd Landis lieten wat doping betreft weinig aan de verbeelding over. Zoals de journalisten David Walsh en Pierre Ballister eerder boekjes open deden. Of de Franse krant L’Equipe al in 2005 een positieve test op epo onthulde uit 1999. „De grootste sportieve fraude ooit”, betitelde oud-Tourwinnaar Greg LeMond in 2004 het succes van zijn landgenoot. Nou dan.

Grootste fraude? „Comeback van de eeuw”, jubelt de hele wielerwereld als Armstrong in 1999 de Tour wint. Met voorop Tourorganisator ASO en Hein Verbruggen, voorzitter van de internationale wielerunie UCI. Een jaar eerder is het Franse wielerspektakel bijna ten onder gegaan aan de dopeschandalen bij Festina en TVM. Doping, over iets anders gaat het niet in de aanloop naar de Tour. Favorieten als Marco Pantani, Jan Ullrich en Laurent Jalabert ontbreken. Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij: ex-kankerpatiënt Armstrong wint de Tour! Wat een verhaal.

Maar achteraf niet zeggen dat de ongeschreven wetten in 1999 niet bekend waren. Epo gold al sinds begin jaren negentig als toverwoord in de topsport. Het hielp flink, was bij juiste dosering niet schadelijk en viel niet op te sporen bij dopingcontroles. Ja, de UCI stelde wel een gezondheidscontrole in. Maar die werd hooguit gezien als vrijbrief om met epo tot de hematocrietgrens van 50 te gaan. Of geloofde Verbruggen echt dat daarna niemand meer gebruikte?

En Armstrong? „De problemen zijn kleiner dan iedereen doet voorkomen”, zegt hij in 1999 in Barton Creek. Geen hypocriete ontkenning, of zichzelf schoner praten dan de concurrentie. Maar ook geen bekentenis, want dan hing je.

Zuivere topsport is een contradictio in terminis, wie weet dat beter dan Armstrong? Toen hij tegen de verwachting in genas van kanker stonden weinigen nog op hem te wachten. In mei 1998 kwam een handvol journalisten en toeschouwers kijken naar zijn comeback in de Ronde van Luxemburg, waar achteraf zijn historische triomftocht begon. The rest is history. Zeven Tourzeges op rij. Wielersport als ultimate fight in zijn prachtige duels met Ullrich, ongekende demonstraties in klimmen en tijdrijden.

Wie profiteerde niet? De fietsindustrie in groeimarkten VS en Duitsland explodeerde. ASO zag de Tour groter worden dan ooit. Ook de UCI koesterde haar nummer 1, die het vliegwiel steeds weer aanzwengelde. „Een geweldige gele trui”, looft Verbruggen in 2000 vriend Armstrong. Volgens hem was er weer „zuiverheid” over de Tour gekomen. En achteraf komen dan getuigenissen over een weggemoffelde positieve test in 2001, ook in de jongste USADA-aanklacht. Een betaling van 125.000 euro door Armstrong – zwijggeld? – heeft de UCI intussen toegegeven. „Voor de dopingbestrijding.”

Want ook de medische wedloop explodeerde in het tijdperk-Armstrong. Dopingbestrijders raakten aan de winnende hand en pakten de ene na de andere toprenner. Maar niet Armstrong. Die sloeg bij elke beschuldiging meedogenloos terug. Vraag de Ierse verzorgster Emma O’Reilly, die tegen hem getuigde in het boek van journalist Walsh (L.A. Confidential). Nooit meer iets van vernomen. Een bestseller werd het boek ook al niet. En zelfs dopingbestrijder Nowitzky, die eerder de Amerikaanse topatlete Marion Jones huilend achter de tralies kreeg, moest Armstrong begin dit jaar laten ontsnappen.

„Een Romeinse keizer”, noemde vriend en manager Mark Higgins hem in 2009. Armstrong heeft vijf kinderen, een miljoenenimperium, meer dan 3,5 miljoen volgers op Twitter en een florerende stichting Livestrong voor de kankerbestrijding. Wat moet er nog bij?

Vertel je verhaal, Lance! Niet via tweets of juridische trucs. Gewoon een persconferentie in Barton Creek, in T-shirt, spijkerbroek en gympen. Dirigeer Verbruggen, ASO en wat captains of industrie achter de tafel en vertel samen het verhaal. Het was geen bedrog, het ging zoals het ging en iedereen profiteerde mee. En de beste won. „Hé jongen.” Jij kunt dat. Want de beste ben jij.

Maarten Scholten is wielerverslaggever bij NRC Handelsblad.