Je maakt zo een virus

De publicatie werd verboden uit angst voor bioterrorisme. Wie wil kan virus nu al maken, zeiden de virologen. Een halve leek van deze krant probeerde het. Is hij geslaagd?

‘De mutaties die het vogelgriepvirus besmettelijk maken voor zoogdieren zijn al in de wetenschappelijke literatuur te vinden. Ik begrijp niet waarom de Amerikanen onze informatie te riskant vinden om te publiceren. Je hoeft niet briljant te zijn om te bedenken welke mutaties er nodig zijn.” Dat zei virologiehoogleraar Ron Fouchier in februari. Het was de aanleiding voor het artikel ‘Maak zelf uw eigen gevaarlijke griepvirus’ in deze wetenschapsbijlage, op 3 maart.

Fouchier gaf een opinie-artikel van zijn groep mee: ‘Predicting ‘airborne’ influenza viruses: (trans-)mission impossible?’ Het verscheen in de herfst van 2011. Verder hield hij zijn mond, zoals hij ook op congressen voor vakgenoten maandenlang geen details vrijgaf.

Zoogdieren besmetten betekent voor een griepvirus: besmetten via de lucht, meereizen in kleine uitgehoeste vochtdruppeltjes. Het betekent ook: goed groeien in de bovenste luchtwegen, zodat iedere nies de daar vermenigvuldigde virussen naar buiten stort. En er moet véél virus groeien in die keelholte-slijmvliescellen.

Het artikel in deze wetenschapsbijlage deed een paar voorspellingen voor mogelijk aan te brengen mutaties. Hoe bracht ik het er van af?

“Een tien met een griffel”, zegt Fouchier er deze week over, nu hij zijn resultaten wel kan bespreken.

Om bovenin de luchtwegen te binden, moet vooral het virusgen voor het belangrijke oppervlakte-eiwit hemagglutinine (HA) veranderen.

Er was recent onderzoek waar de posities 187, 190, 193, 226 en 228 in de aminozuurketen van HA (uit een mensengriepvirus) cruciaal werden genoemd. Fouchier veranderde door een gerichte ingreep nummer 222 en 224 (in een H5N1-vogelgriep). Er is nummeringsverschil tussen mensen- en vogelgriep: 226 in H3-mensegriep is dezelfde als 222 in H5-vogelgriep. En 228 is 224. Wie op grond van de literatuur besloot om alle vijf de veranderingen aan te brengen zat zeker goed. In het moderne genetische laboratorium is vijf veranderingen aanbrengen net zo makkelijk als twee.

Om veel nakomelingen te maken was een verandering in een polymerasegen van het vogelgriepvirus nodig, dat de genen van het virus vermenigvuldigt. Eén verandering in één positie (627) op één van de polymerasegenen is daarvoor voldoende. Die verandering werd in deze krant aanbevolen en Fouchier blijkt hem te hebben ingebouwd. De drie mutaties die Fouchier zelf inbouwde waren daarmee redelijk goed voorspeld.

Dan nog de besmetting in zo klein mogelijke druppeltjes. Fouchier verwachtte, in zijn opinie-artikel, dat de activiteit van het andere belangrijke oppervlakte-eiwit neuramidase (N) moest veranderen. Maar in de literatuur was niks te vinden over nodige mutaties in N.

In februari was al bekend dat Fouchiers groep niet alleen gerichte veranderingen had aangebracht, maar ook een klassieke besmetting-op-besmetting-experiment met fretten had uitgevoerd, zodat het virus zich door evolutie aan dat zoogdier zou aanpassen. Het lag voor de hand om te suggereren dat dat experiment vooral nodig was om de ontbrekende genetische kennis te omzeilen.

Alleen: beslissende mutaties in N zijn daarbij niet ontstaan. Wel kwamen er in HA nog twee bij, op posities 103 en 156. Ze veranderen de structuur van HA waardoor het nog makkelijker zoogdiercellen binnendringt.

Fouchier zei deze week: “Het gaat om de balans tussen de werkzaamheid van HA en N. Maar omdat we niet wisten wat we zelf moesten doen hebben we dat aan de natuurlijke selectie overgelaten. Dat is precies waarom we dat experiment zo gedaan hebben.”

Achteraf vraag je je af waar die Amerikaanse staatscommissie zich zo druk over maakte. De informatie was inderdaad in de literatuur te vinden. Nieuwe technieken heeft Fouchier niet gebruikt. Iedereen die een geschikt lab heeft en ervaring met influenzavirus had dit werk kunnen doen, zonder de gisteren eindelijk verschenen Science-publicatie.