Ik probeer voorspelbaar te zijn

Henk Kamp is de eerste VVD-minister op Sociale Zaken. Hij gaat graag de confrontatie aan, maar altijd met open vizier. Het liefst wil hij overal bij betrokken zijn. Aan het hoofd van de tafel voelt hij zich het best. Politici laten zich volgens Kamp „onnodig negatief over elkaar uit”.

Henk Kamp komt uit „een echt CDA-nest”. Foto Roger Cremers

Henk Kamp begon deze week zijn debat met verjaardagsfelicitaties aan een partijgenoot. Om daar meteen aan toe te voegen: „Dat was het vriendelijke deel van mijn inbreng van vandaag.”

Om vervolgens de vloer aan te vegen met vakbond Abvakabo, die „tegen alles” is. Hij betichtte SP’er Paul Ulenbelt van onzin, nadat die hem had verweten dat hij zich niet voor kan stellen hoe andere mensen leven. „Waarom kan ik mij dat niet voorstellen? Ik ben opgegroeid in een gezin dat over niet meer beschikte dan het minimumloon.”

Zo bedrijft Kamp politiek: ongepolijst duidelijk zijn. Maar wel bereid met tegenstanders compromissen te sluiten, om die vervolgens te verdedigen.

Vandaag stelt de VVD op een congres zijn kandidatenlijst vast, Kamp zit er niet bij, maar hij is een belangrijke VVD’er. Geen karikaturale overigens, maar een fervent verdediger van het poldermodel en Haagse ambtenaren. En hij is blij dat in Nederland het verschil tussen arm en rijk niet groot is.

Hij is ook de eerste VVD-minister ooit op Sociale Zaken. Daar werkte hij anderhalf jaar noest aan twee kroonjuwelen van de VVD: het verhogen van de AOW-leeftijd en het versoberen van de uitkeringen. Bijna had hij zijn plannen af, en toen viel het kabinet. De gelegenheidscoalitie van het Lenteakkoord sloeg deze „twee grote opdrachten” uit zijn handen.

Kamp is teleurgesteld dat zijn plannen niet doorgaan. Toch stond hij deze week met goed gemoed wéér een nieuw plan voor de verhoging van de AOW-leeftijd te verdedigen. „Er is toch niets mooiers dan voor het algemeen belang te werken?”

Zijn echte zorg is groter: er vallen te veel kabinetten. „Ik heb het gevoel dat de overheid niet zo verantwoord functioneert als zou moeten.” Hij was zelf minister in vier van de vijf kabinetten in de afgelopen tien jaar. „Per gevallen kabinet ben je een jaar kwijt. Dus in die periode van tien jaar hebben we vier jaar gehad dat er afgewacht werd. Stel dat de KLM of de NS vier van de tien jaar stilligt. Dat kan niet.”

Aan wie ligt dit?

Kamp aarzelt. „Ik denk dat het niet reëel is te zeggen dat het aan de kiezers ligt. Degenen die actief zijn in de politiek bepalen uiteindelijk hoe het gaat.”

De VVD zat in vier van de gevallen kabinetten. Wat doet uw partij verkeerd?

„Ik ga niet zeggen dat wij heilige boontjes zijn. Maar geen van die vier keren veroorzaakte de VVD de val.”

Balkenende-II viel door voortdurende aanvaringen tussen VVD-minister Verdonk en coalitiepartner D66.

„Daar heeft U gelijk in.”

Waarom gaat het fout?

„We hebben nogal veel partijen. Die leggen ieder voor zich uit waarom zij het goed zien en al die anderen fout. Een burger houdt daar het idee aan over dat het gewoon niet deugt, daar in Den Haag. Dat komt omdat we ons onnodig negatief over elkaar uitlaten.”

Als voorbeeld noemt Kamp CDA-leider Sybrand van Haersma Buma. Hij kritiseerde deze week VVD-leider Mark Rutte. Die zou tweeslachtig over Europa spreken en daarmee willen aanschurken tegen de PVV.

„Wij werken al ruim anderhalf jaar uitstekend met het CDA. En nu zou wat de premier doet plotseling niet goed meer zijn. Dat komt vanwege de verkiezingen. Het CDA profileert zich door zich af te zetten.”

De VVD maakt de PvdA en de SP ook ernstige verwijten.

„Ja. Mijn conclusie is niet dat alle anderen verkeerd zijn en wij goed. Wat mijn partij betreft kan ik moeilijk objectief zijn. Maar ik probeer voorspelbaar te zijn, te zorgen voor een goede sfeer, mij niet scherper over anderen uit te laten dan noodzakelijk is.

„Ik probeer mij gematigd uit te drukken en te vertellen waarom het goed is wat wij willen en niet waarom het verkeerd is wat anderen willen.”

Bent u daarom zo mild over het poldermodel? Dat is voor een VVD’er opmerkelijk.

„Er gaan veel dingen goed in Nederland. We hebben de laagste werkloosheid van Europa, het hoogste minimumloon, de beste pensioenen, een hoge arbeidsproductiviteit, een klein verschil tussen arm en rijk. Dat is niet allemaal goed gegaan óndanks de werkgevers- en werknemersorganisaties. Die hebben daar aan bijgedragen.”

Bent u binnen uw partij geen minderheid? Veel VVD’ers vinden dit soort organisaties een ‘hindermacht’.

„Dat denk ik niet. De laatste keer dat ik op de lijst stond, stond ik op nummer drie en had ik 100.000 voorkeursstemmen. Ik ben voor de derde keer minister. Ik vertel dit verhaal overal in de partij, en ze hebben me hier minister gemaakt.”

Was u betrokken bij de onderhandelingen tussen de vijf Lentepartijen over de eerdere verhoging van de pensioenleeftijd?

„Niet echt, nee.”

Vond u dat jammer?

„Ja, want ik wil overal bij betrokken zijn. Iedere vrijdag in de ministerraad bemoei ik me met alle onderwerpen. Ik vind dat mijn taak. Als er onderhandelingen zijn zit ik het liefst aan het hoofd van de tafel. Als dat niet kan, dan aan de zijkant van de tafel. En als dat niet kan, ben ik er niet blij mee. Maar ik ben niet de leider van mijn partij. Mark Rutte en onze fractievoorzitter Stef Blok zaten in een moeilijke positie: zij wilden de relatie met hun ministers goed houden én ervoor zorgen dat de onderhandelingen slaagden. In dat krachtenspel is netjes met mij omgegaan. Als het kon, werd er met mij gepraat.”

De tweede grote opdracht was de Wet Werken naar Vermogen – uitgevoerd door Kamps staatssecretaris Paul de Krom. De bijstand moest strenger, net als de toegang tot sociale werkplaatsen en de uitkering voor jonge arbeidsongeschikten. Maar ook dit kroonjuweel van de VVD werd door de Lentevijf geblokkeerd. Het komt er toch, denkt Kamp: „Het plan ligt niet in de prullenbak. Wij hebben de wet zorgvuldig in een la gelegd en we staan te trappelen om die la weer open te doen.” Het liefst doet hij dat zelf, hij komt graag terug als minister van Sociale Zaken.

Kamp heeft een bijzondere manier van optreden. Hij gaat op televisie en radio in debat met tegenstanders als vakbondsleider Agnes Jongerius, die een spotje maakte waarin Mark Rutte gehandicapten hard uitlacht. Maar ook met bijstandsgerechtigden of met oudere werklozen. Kamp is dan niet zachtzinnig. Hij vertelde een 55-jarige werkloze man dat als hij zich niet aantrekkelijker kon maken voor werkgevers, hij maar met minder salaris genoegen moest nemen.

Waarom doet u dit?

„Er zijn twee lijnen voor ministers. De ene is dat je niet in debat moet gaan, omdat het niet past bij je positie. Ik ben van de lijn dat je via de media verantwoording hebt af te leggen. Ik lek of spin nooit. Dit doe ik wel. Ik vind het gepast dat mensen die met de effecten van mijn beleid worden geconfronteerd mij kunnen aanspreken en een weerwoord kunnen krijgen.”

Stel: een Groningse gemeenteambtenaar wordt ontslagen, en kan geen baan vinden. Zou die uiteindelijk naar het Westland moeten verhuizen om in de kassen te werken?

„Kijk, je kunt alles ridiculiseren. Ik zit niet likkebaardend te kijken hoe ik die man naar het Westland kan krijgen. Wat ik wil is dat hij in Groningen in diezelfde sfeer werk vindt, misschien als zzp’er. Als dat niet lukt, wil ik dat hij iets doet dat aansluit bij zijn interesses. Als dat niet lukt, iets heel anders, maar toch in zijn eigen omgeving. Als dat allemaal niet kan, moet hij bereid zijn te verhuizen naar een plek waar wel werk is. Ook als dat werk is dat hij niet zo leuk vindt, maar waarmee hij wel de kost kan verdienen.

„Als er voor jou geen werk is, of je kan niet werken, wil ik je graag een goede uitkering geven. Maar anders wil ik dat je gaat werken. Het is raar dat in een grote stad als Rotterdam met 37.000 werkzoekenden, nog steeds mensen zeggen: die haven is te ver weg, of het Westland is te ver weg, dat is niks voor mij. Polen is ver weg.”

De komende verkiezingscampagne, verwacht Kamp, gaat over de economie. En daarmee gaat hij ook over Europa, een thema dat voor de VVD electorale risico’s herbergt. Bij de Europese verkiezingen van 2009 haalde de grote concurrent, de PVV van Geert Wilders, éénderde meer stemmen dan de VVD.

Wilders valt Rutte sinds de val van het kabinet aan omdat hij zou buigen voor de „dictaten van Brusselse bureaucraten”. Andere partijen verwijten de premier juist dat hij uit angst voor Wilders Europa niet verdedigt . En geheel op links wedijvert de eurokritische SP met de VVD om de grootste partij van Nederland te worden.

Kamp: „Het is de uitdaging van de VVD om duidelijk te maken dat wij een groot deel van onze welvaart en werkgelegenheid te danken hebben aan de vrije Europese markt. Wij exporteren meer naar Italië dan naar China, Rusland, India en Brazilië samen.

„Ik hoor niet bij de mensen die meer Europa willen. Ik denk vaak, waar bemoeit Europa zich mee? Dat kunnen we zelf veel beter. Maar ik vind ook, dat als je voor één vrije markt en één munt hebt gekozen, dat je dan ook samen moet doen wat daar logischerwijs bij hoort. Eerst moet Zuid-Europa orde op zaken stellen, de eigen pijn nemen, en economische hervormingen doorvoeren, zoals Ierland en Portugal nu doen. Daarna mag er pas een gezamenlijk bankenstelsel komen. Dat gaat misschien nog wel vijf tot tien jaar duren, maar we kunnen nu al een goed begin maken met Europees toezicht op de banken.

Zou u met de SP kunnen samenwerken in een coalitie?

„Ik zie dat niet gebeuren. De standpunten van VVD en SP over Europa, sanering van de overheidsuitgaven, defensiebeleid, buitenlandse politiek, de sociale zekerheid staan haaks op elkaar. Ik sluit geen enkele partij uit, maar ik zie zelf geen basis voor samenwerking.”

Waarom zit u in de politiek?

„Bij mij thuis was iedereen lid van een politieke partij. Ik kom uit een echt CDA-nest. Ik was de eerste die voor de VVD koos. Ik was heel jong vertrouwd met lezen en praten over nieuws en politiek. Ik heb beelden dat ik bij mijn grootouders op schoot zat terwijl zij de krant lazen en daar met elkaar over spraken. Zo raak je bij de publieke zaak betrokken. Wat is er nou mooier dan voor het algemeen belang te werken? Ik zou het niet weten.”

Is het een opdracht?

„Nee, het is een kans die je krijgt.”