Ik ben hier niet voor mijn ego

Peter van Uhm neemt donderdag afscheid als commandant der strijdkrachten. Liefst was hij buiten, maar het grootste deel van zijn carrière zat hij achter het bureau op het ministerie, waar hij ook hoorde dat zijn zoon in Afghanistan was omgekomen. „Het gaat hier niet om de winst- en verliesrekening, maar om mensenlevens.”

Nederland, Wageningen, 5-5-2012 . Foto Maarten Hartman. Is van Uhm scherp genoeg ? Foto is verscherpt. Niet te groot plaatsen?Bevrijding 5 mei. Bevrijdingsdag. Nationaal Vrijheidsdebat. Nationaal Comite Herdenking Capitulaties 1945 Wageningen. Sprekers : Ad Melkert, Dr. W. Verkoren, Generaal P.J.M. van Uhm. In Congrescentrum Hof van Wageningen. Hotel De Wereld. Maarten Hartman

Met een grijns stapt Peter van Uhm de grote tent op het legerkamp in Kunduz binnen. Buiten is het weer gaan regenen en de modder van de schietbaan zit nog aan zijn schoenen en zijn broek. Lachend begroet hij kolonel Nico van der Zee, die vanuit deze tent het commando over de politietrainingsmissie voert.

Het is eind april als commandant der strijdkrachten Van Uhm voor het laatst Afghanistan bezoekt. Na de formaliteiten die nu eenmaal horen bij een bezoek aan een missiegebied, had hij zich met enkele infanteristen teruggetrokken op de schietbaan. De jonge mannen hebben de afgelopen maanden de politietrainers van de marechaussee begeleid. Niet bepaald de droommissie van militairen die zijn opgeleid om te vechten. Maar deze middag mochten ze iets leuks doen: tijdens de laatste schietoefening de hoogste baas uitdagen met een scherpschutterswapen. Van Uhm heeft „nog nooit met zo’n ding geschoten”. Schieten is sowieso niet iets wat hij nog iedere dag doet.

Door zijn vizier zag hij op honderden meters afstand een vierkant bordje dat de soldaten hadden opgehangen, met het logo van hun regiment erop. „Willen jullie echt dat ik daar op schiet”, vroeg de generaal. Daarna ging hij op zijn buik liggen, legde aan en blies met één schot de bovenkant van de plaat aan flarden.

Het gehavende bordje nam hij als trofee mee naar huis. „Zo, ik heb ze even laten zien dat ik het nog kan”, zegt hij triomfantelijk tegen Van der Zee.

Nijmegen

Bakkerij Van Uhm bestaat niet meer. Het pand in Nijmegen-Oost waar zijn vader bakker was, is nu een woonhuis. De plaats erachter, waar hij met zijn vriendjes voetbalde, is verkaveld in kleine tuintjes met schuttingen. Zijn oude lagere school is met de grond gelijk gemaakt. Er is een nieuw appartementencomplex verrezen. Daar gaat generaal Peter van Uhm wonen zodra er ‘b.d.’ achter zijn titel komt te staan, buiten dienst. Donderdag draagt Nederlands hoogste militair zijn functie als commandant der strijdkrachten over. Hij verlaat, 57 jaar oud, de krijgsmacht.

Voorlopig gaat hij niets doen, zegt hij. Tijd maken voor zijn vrouw en zijn dochter. Slapen zonder piepende blackberry naast zijn bed. Herstellen van het hoestje dat hem al maanden dwarszit. Weg uit Den Haag, terug naar zijn wortels in Nijmegen. „Je moet nooit vergeten waar je vandaan komt”, zegt Van Uhm. „Rijden in een auto zonder achteruitkijkspiegel is heel onverstandig. Niet dat je er de hele tijd in moet kijken, maar je moet ’m wel hebben.”

Hij kijkt veel achterom, vertelt graag over de jeugd die hem gebracht heeft waar hij nu is. Als hij voor jonge militairen staat, haalt hij zijn eigen opleiding en zijn eerste missie in Libanon aan. In toespraken, lezingen en interviews put hij uit verhalen van toen hij klein was. Hij wil zijn publiek niet vervelen met abstracte vergezichten over de krijgsmacht, maar raken met kleine, persoonlijke verhalen.

„Tegenwoordig zouden ze het kinderarbeid noemen, maar wij hielpen zodra we konden in de bakkerij van mijn vader”, vertelt hij. „Mijn zus in de winkel achter de kassa, mijn broertje en ik met het bakken van koekjes en het bezorgen van bestellingen. Ik kan me nog herinneren hoe ik mijn vriendjes daar over vertelde, hoe trots ik daar als klein jongetje op was. Pas later besef je hoe waardevol het is; dat vormt je.”

Een belangrijk deel van zijn werk als commandant der strijdkrachten (CDS) bestaat uit praten en vertellen. Praten met de minister van Defensie, opdraven in de Tweede Kamer, plannen maken met zijn ondercommandanten, vergaderen met andere ambtenaren of internationale collega’s, zijn troepen toespreken op werkbezoeken, interviews geven en optreden als boegbeeld van de krijgsmacht.

Vorige maand sprak Van Uhm op Bevrijdingsdag in Wageningen, zo’n 30 kilometer van waar hij opgroeide, ook over zijn ouders. „De generatie die als jonge man en vrouw de oorlog, bezetting en bevrijding hebben meegemaakt.” Peter van Uhm zelf werd tien jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren, maar raakte gefascineerd door de verhalen van de bevrijding en de ervaring van zijn vader.

Van Uhm senior lag in mei 1940 als soldaat aan de Waal toen de Duitsers in vijf dagen tijd het land veroverden. Hij zag aan de overkant van de rivier de Duitse soldaten naderen. Hij legde aan en schoot. De kogel uit zijn verouderde geweer bereikte niet eens de andere oever. „Mijn vader deed gewoon zijn dienstplicht, dat moeten we niet groter maken dan het is, maar hij was schutterskoning geweest en kon heel behoorlijk schieten. Het lukte hem niet om zijn land te verdedigen, om iets te betekenen. Over die frustratie, dat onvermogen, heeft hij ons zo vaak verteld. Dat heeft diepe indruk gemaakt en zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan de beroepskeuze van Petertje van Uhm.”

De inmiddels 57-jarige Van Uhm kijkt met zijn helblauwe ogen streng de wereld in. Als hij zich concentreert of verveelt, trekken zijn wit geworden wenkbrauwen in een norse frons en vormen zijn dunne lippen een strakke streep. Maar als hij praat over zijn vak, over zijn mensen, en over zijn jeugd, breekt zijn gezicht open.

„Mijn vader had eigenlijk gehoopt dat een van zijn zonen de bakkerij zou overnemen”, vertelt hij. Maar in 1972 ging Peter van Uhm na zijn hbs naar de militaire academie, de KMA in Breda. Vier jaar later volgde zijn broertje Marc van Uhm, de huidige plaatsvervangend commandant van de landmacht. Het militaire enthousiasme sloeg over naar de volgende generatie. Zoon Dennis van Uhm was eerste luitenant toen hij op 18 april 2008 in Afghanistan om het leven kwam, op de eerste dag dat zijn vader verantwoordelijk was voor alle Nederlandse militairen.

Den Haag

„Jullie proberen mijn gevechtslaarzen uit te trekken”, riep Peter van Uhm half serieus, half spottend tegen zijn bazen bij de landmacht. Het was 2003. Van Uhm was commandant van de snel inzetbare infanteristen van de luchtmobiele brigade. Hij was net terug van een uitzending naar Bosnië en had het erg naar zijn zin met „buiten spelen”.

Commandant zijn vond hij vele malen leuker dan alle kantoorbanen die hij in de jaren negentig had gehad op het ministerie van Defensie. Het laatste wat hij wilde, zegt hij, was terugkeren achter een bureau in Den Haag. Toch is dat waar generaals in vredestijd carrière maken, tussen de stapels papier en in de vergaderkamer.

„Het is ze vakkundig gelukt”, zegt Van Uhm. De legerkistjes zijn verruild voor nette schoenen, het camouflagepak voor een broek met een vouw en een strak jasje met koperen knopen en uitbundige decoraties. De commandant der strijdkrachten huist in de kamer naast de minister, met uitzicht op het Plein en de Tweede Kamer. Vanuit hier leidde hij de afgelopen vier jaar een steeds kleiner wordende krijgsmacht. Van het inmiddels demissionaire VVD-CDA-kabinet kreeg hij vorig jaar nog een bezuiniging van een miljard euro opgelegd. Twaalfduizend banen verdwijnen en zesduizend militairen wacht gedwongen ontslag. „Mijn leraar boekhouden van de middelbare school zou trots zijn als hij zag wat ik nu doe”, zegt hij.

‘Den Haag’ is voor veel militairen toch een beetje de interne vijand. Daar zit de regering die het mes in de krijgsmacht zet, daar zitten de Kamerleden die beperkingen opleggen aan missies als die in Kunduz en de bureaucraten die bepalen dat er geen geld is voor spullen of oefeningen. Van Uhm hoort daarbij, en toch weer niet. Hij is vaak de boodschapper van het slechte nieuws. Aan de andere kant is hij ook de ambassadeur van de militairen. Hij kan in Den Haag gewicht in de schaal leggen en politici duidelijk maken dat niet alles wat zij willen militair uitvoerbaar is.

Hij ervoer de Haagse frictie zelf voor het eerst toen hij in 1983 werd uitgezonden naar Libanon. „Terwijl ik daar zat, besloot Nederland te stoppen met de hele eenheid waarvan ik commandant was. Toen werd ik er echt mee geconfronteerd dat de politiek uiteindelijk besluit en wij militairen maar hebben te doen wat zij zeggen.”

De 27-jarige luitenant Peter van Uhm had geen enkele invloed op de beslissing die hij moest uitvoeren. Maar toen twee jaar geleden het kabinet viel en alle Nederlandse militairen uit Zuid-Afghanistan werden teruggetrokken, zat hij wel in een positie van betekenis. „Binnen de krijgsmacht hadden we gráág de klus in Uruzgan afgemaakt.” De militaire wensen telden niet. „Ik kon niet meer doen dan mijn uiterste best om de argumenten en mijn adviezen op tafel te krijgen.”

Wie Peter van Uhm met zijn mannen en vrouwen hoort praten, betrapt hem regelmatig op soldatentaal. Nare dingen noemt hij gewoon lullig, fuck, klote. Als het om dit soort politiek gevoelige zaken gaat, sluipt er echter voorzichtigheid in zijn stem, want die horen binnen vier muren te blijven. „Uiteindelijk moet je als militair wel respecteren wat die democratisch gekozen regering voor besluit neemt. En als je dat niet doet, moet je je afvragen waarom je het uniform draagt.”

Die zelfbeheersing had hij niet altijd. De jonge Van Uhm had een kort lontje. „Ik denk dat niet alle bazen even blij met mij waren. In het begin, als luitenant, was ik in staat iemand verbaal te vermoorden. Tot een oudere onderofficier mij leerde dat dat niet handig is. In plaats daarvan schopte ik dan in mijn boosheid tegen een boom, of ik hakte een boom om totdat die woede eruit was.” In Den Haag gaat hij hardlopen om zijn hoofd leeg te maken als de beslissingen niet genomen worden zoals hij zou willen.

De politiek beslist en de minister legt verantwoording af voor wat de krijgsmacht doet, maar Van Uhm draagt de verantwoordelijkheid voor de militaire uitvoering waar ook ter wereld. „Het gaat hier niet om de winst- en verliesrekening, maar om mensenlevens”, legt hij uit. „Dus als je een besluit neemt om een hele lastige patrouille in Uruzgan te lopen of om piraten op een gekaapt schip in de kuif te grijpen, weet je wat de consequenties kunnen zijn. Je hebt vertrouwen dat je mensen het kunnen, anders stuur je ze niet, maar je weet dat je niet alles in de hand hebt op de werkvloer.”

In die wetenschap begon hij op 17 april 2008 als baas van de krijgsmacht. De volgende dag, zijn eerste dag in dit kantoor, zat zijn plaatsvervanger hem op te wachten met het nieuws dat de patrouille van zijn zoon, pelotonscommandant Dennis van Uhm, op een bermbom was gereden. Soldaat Mark Schouwink en Dennis hadden het niet overleefd.

Afghanistan

Het is de dag voor Koninginnedag en generaal Peter van Uhm is in Kunduz voor zijn laatste bezoek aan Afghanistan. Hij heeft netjes op de eerste rij gezeten bij de commando-overdracht van de ene aan de andere Nederlandse leider van de politietrainingsmissie. Hij heeft handen geschud met lokale Afghaanse hoogwaardigheidsbekleders en gesproken met de Duitse partners in het gebied. En hij heeft geschoten op de schietbaan.

De toespraak die hij voor vandaag had voorbereid, laat hij zitten. De kaartjes met steekwoorden die hij voor dit soort gelegenheden altijd maakt, blijven in zijn zak. De overdrachtceremonie is overvallen door een hoosbui en had wat Van Uhm betreft al lang zat geduurd. „Je moet de pijngrens van het publiek niet overschrijden”, zegt hij met een lach. De ruim vierhonderd aanwezige Nederlandse militairen hebben lang genoeg in het gelid gestaan. „Ik ben hier niet voor mijn ego.”

Hij is hier voor de laatste keer voordat op 28 juni een einde komt aan zijn militaire carrière van bijna veertig jaar. Maar waag het niet dit een ‘afscheidsreis’ of een ‘uitzwaaitoernee’ te noemen. Voor Van Uhm is dit bezoek „een dienstreis als alle andere”. De commandant der strijdkrachten bezoekt eens in de zoveel tijd de mensen die zijn uitgezonden. Om ze een hart onder de riem te steken en te horen wat er speelt. Hij staat ze graag en lang te woord, maar niet altijd met het antwoord dat ze willen horen. Als een man zijn beklag doet over de lengte van de uitzending, is hij resoluut. „Ik heb er geen moeite mee heel veel van jullie te eisen. Dan had je maar geen militair moeten worden.” En: „Ik begrijp het, maar ik heb geen medelijden.” Duidelijk wil hij zijn, en eerlijk. De zaken niet mooier voorspiegelen dan ze zijn.

Peter van Uhm staat bij voorkeur tussen in plaats van vóór zijn mensen. Hij is de hoogste generaal, maar hij is geen afstandelijke intellectueel van het Haagse departement. Zijn voorganger Dick Berlijn werd geroemd om zijn politieke vernuft en zijn mediagenieke optreden, maar de F-16-piloot leek ook op eenzame hoogte boven zijn mensen te staan. Van Uhm, van huis uit infanterist, staat juist bekend als een down-to-earth troepenman. Hij doet zich niet belangrijker voor dan de jongste soldaat die zijn vmbo niet heeft afgemaakt. „Ik ben hier niet om allemaal slimme oplossingen voor moeilijke problemen te bedenken”, is een uitspraak die hij vaak gebruikt tegen zijn manschappen.

Op de dag van vertrek voor deze reis, toen hij zich stond aan te kleden, vroeg zijn vrouw of hij het bijzonder vond om voor het laatst naar Afghanistan te gaan. Als hoogste generaal stuurde hij er duizenden militairen naartoe. Als vader verloor hij er zijn enige zoon.

Hij is streng voor zichzelf. „Je moet rationeel zijn”, zegt Van Uhm. „Je kop erbij houden. Dit is geen sentimental journey.” Dat was het de eerste keer nadat Dennis van Uhm was gesneuveld wel. „Ik stapte uit de helikopter in Deh Rawood en daar staan twee man mij op te wachten: degene die hem had opgeleid en zijn grote voorbeeld. Toen had ik het niet meer, dan kan ik gewoon niet meer kletsen. Je wilt je groot houden, want je bent daar als CDS, niet als vader. Je weet dat iedereen het begrijpt, maar je wilt het gewoon niet hebben.”

Heel even overwoog hij om de handdoek in de ring te gooien toen hij op zijn eerste werkdag als CDS hoorde dat Dennis was omgekomen. Op televisie, bij Pauw&Witteman, werd die avond gesuggereerd dat hij het niet meer zou kunnen. Dat krenkte hem diep. Hij ging door, „want ik zou mezelf teleurstellen en ik zou mijn zoon teleurstellen”.

Vanaf komende week volgt hij de ontwikkelingen in Afghanistan via de media. „Het land zal altijd onder mijn huid blijven zitten, maar het moet niet het middelpunt van mijn leven gaan worden. Net als andere nabestaanden, net als alle mensen die bij Afghanistan betrokken zijn geweest, wil ik dat het goed gaat met het land, dat de bevolking een betere toekomst krijgt. Dennis was daar omdat hij daarin geloofde.”

De laatste keer dat hij zijn zoon sprak, was toen de 23-jarige luitenant van de militaire luchthaven Eindhoven vertrok naar Uruzgan. „Van Uhms zijn zo van: geen bericht is goed bericht. Dus we zouden elkaar weer spreken als hij terug was.”

De avond voor vertrek was Dennis nog naar hem toegekomen met in zijn handen een envelop, aan alle kanten hermetisch dichtgeplakt. Hij had zowaar naar het advies van zijn vader geluisterd. Militairen die op een gevaarlijke missie gaan, wordt geadviseerd een brief te schrijven aan hun familie. Als het goed is, wordt die nooit geopend.

„Hoe raar het ook klinkt, het was fantastisch om die brief te lezen. Hij had er echt goed over nagedacht wat hij wilde zeggen tegen zijn ouders, zijn zus en zijn vriendin.”

Peter van Uhm las de brief in april 2008 en heeft die daarna weggestopt. De brief en alle andere herinneringen aan Dennis verhuizen natuurlijk mee als hij en zijn vrouw vertrekken naar Nijmegen. „Daar zal ik ’m de komende maanden nog wel een paar keer lezen, dan kan het. Ik kan die brief echt niet met droge ogen lezen, dus dat heb ik niet vaak gedaan. Dan ben ik van de leg af en de CDS ís niet van de leg.”