Hodgson is nieuwe held, de anti-messias

Een paar weken voor het EK was ik weer even in Londen. Overal werd over voetbal gesproken. Bij familiebijeenkomsten opende men meteen met langdurige analyses van Arsenal. Bij een bezoek aan een advocatenkantoor zat ik met twee andere mannen in de wachtkamer. Toen hun advocaat hen kwam halen, ging de eerste grap – elke vriendschappelijke Engelse ontmoeting begint met een grap – over de verwachte afslachting van Chelsea in de komende Champions League-finale.

Alleen over het nationale team hoorde ik niemand. Londen hing vol met sportreclames, maar die gingen allemaal over de aanstaande Olympische Spelen. Je zag een opkomend nationalisme, maar dat betrof de viering van het diamanten jubileum van koningin Elisabeth. Voor het eerst in mijn herinnering vloog het Engelse team zonder verwachtingen en zonder hysterie naar een groot toernooi. Na alle voetbalteleurstellingen sinds 1966 – the thirty years of hurt van het befaamde fanlied Three Lions zijn er inmiddels 46 geworden – geloofden de Engelsen er niet meer in. De nieuwe maar inmiddels al 64-jarige bondscoach Roy Hodgson, niet echt een charismatische Churchilliaanse leider, droeg ook al weinig bij tot euforie.

De avond voor de eerste EK-wedstrijd tegen Frankrijk somde een Britse journalist bij de persconferentie in Donetsk op, wat er allemaal tegenzat: de vele blessures, de slechts zes weken sinds de aanstelling van Hodgson, de topvorm van Frankrijk…. Hodgson onderbrak de man met een grap uit Monty Python: „Maar afgezien van dat alles, ziet het er eigenlijk best goed uit.”

Tot dusverre blijkt hij nog gelijk te hebben ook. De Engelsen voetballen als een elftal zonder grootse verwachtingen, en dat pakt prima uit. Ze vinden het geen schande om te verdedigen. Als ze de bal niet hebben – en dat is meestal het geval – hollen ze er niet als gekken achteraan. De 1-1 in de verdrukking tegen Frankrijk werd bijna als een overwinning gevierd, en de gelukkige overwinningen tegen Zweden en Oekraïne als wonderen.

Het thuisfront is erachter gaan staan. De wedstrijd tegen Oekraïne werd het best bekeken Britse tv-programma van 2012, met een gemiddelde van zestien miljoen tv-kijkers, meer nog dan het diamanten jubileumconcert. Als Engeland zondag in Kiev ook nog eens van het niet onoverwinnelijke Italië wint, en zijn eerste halve finale sinds het EK in 1996 haalt, dan moeten de beheerders van de rammelende Britse infrastructuur vrezen: als het halve land komende donderdagavond in de rust thee gaat zetten, dan hoop je maar dat die stoot elektriciteit voorhanden blijkt te zijn.

Hodgson is dan toch een Engelse held geworden. Hij wordt geroemd om zijn grammaticaal perfecte volzinnen, zijn kennis van exotische talen (elke buitenlandse taal is voor Britten exotisch), zijn goedgevulde boekenkast (Philip Roth en Milan Kundera), en vooral om het feit dat hij in tegenstelling tot zijn voorganger Fabio Capello geen buitenlander is. Als Hodgson slim is, treedt hij nog voor de wedstrijd van morgenavond af, en vermijdt zo het onvermijdelijke lot van elke Engelse bondscoach. „All political careers end in failure”, zei de Britse politicus Enoch Powell ooit, maar de carrières van sommige Engelse bondscoaches beginnen ook nog eens met een mislukking.

Er is hier iets merkwaardigs gaande. Hodgson is een nieuw soort Engelse held geworden: de anti-messias. Hij ziet eruit als je buurman in een Londense buitenwijk, en doet daarmee denken aan de mythische sneer van Churchill richting diens politieke tegenstander Clement Attlee: „A modest man, with much to be modest about.” Overigens ontkende Churchill zelf het ooit gezegd te hebben. Hodgson is de bescheiden bondscoach van een land dat zich na vele vernederingen eindelijk bescheidenheid heeft aangeleerd. De Engelsen zijn zo diep gezonken, dat ze al in extase raken van overwinningen op Zweden en Oekraïne. De bakermat van het voetbal beschouwt zichzelf tegenwoordig bijna als een gewoon land.

Simon Kuper, journalist van de Financial Times en medewerker van onder andere NRC Handelsblad, maakte verscheidene boeken over voetbal, waaronder Dure spitsen scoren niet (2009, Nieuw Amsterdam). Tijdens het EK schrijft hij wekelijks een column in NRC.

    • Simon Kuper