Hebben de Maori's die Nederlander opgegeten?

Vibeke Roeper en Diederick Wildeman vertaalden Het Journaal van Abel Tasman. Vorige week namen ze deel aan een conferentie over zijn ontdekking van Nieuw Zeeland in de 17e eeuw. „Dat first contact, hoe ging dat?”

Woensdag 13 juni

De dag begint koud en helder. Vanuit onze bed & breakfast hebben we uitzicht over Wellington, de baai en de oceaan. Op de bergen in de verte ligt de eerste sneeuw van het jaar. Voordat we naar het vliegveld vertrekken, rijden we langs de kustweg tussen de stad en de zee. Even kijken bij het huis waar Vibeke in 1985 als ‘nanny’ woonde en werkte. De familie is allang verhuisd, maar het houten huisje staat er nog. Een minivliegtuigje brengt ons in een uurtje naar Nelson. Vanuit de lucht zien we voor het eerst de baai die Abel Tasman 370 jaar geleden doorkruiste. Ongelofelijk dat hij de zeestraat tussen de beide eilanden niet vond. Het moet beestachtig weer geweest zijn.

In Nelson worden we opgehaald door Erik, Vibekes Nieuw-Zeelandse neef. Na een toertje door de stad belanden we bij Erik thuis. Zijn vrouw Camille kookt een stamppotje terwijl de cadeautjes worden uitgepakt door dochter Emma, een engelachtige peuter die in haar eentje de derde generatie Nieuw-Zeelandse Roepers vertegenwoordigt.

Donderdag

Er hangen wat wolken als we wakker worden, maar ‘it will burn away’ zegt iedereen. Nelson is namelijk de zonnigste plek van Nieuw-Zeeland. We bellen even naar Nederland, waar Vibeke’s moeder op de kinderen past. Alles gaat goed. Erik en Camille nemen ons mee naar het Abel Tasman National Park. ’s Zomers stikt het hier van de wandelaars, maar nu komen we urenlang niemand tegen. Reuzenvarens, watervallen en donkerblauwe zeesterren: we zijn even heel ver van de bewoonde wereld.

’s Avonds naar het Nelson Provincial Museum waar een nieuwe presentatie over Abel Tasman wordt geopend. De bezoekers worden welkom geheten met een toespraak, gezang en gebed in Maori. Een minderheid spreekt de taal, maar bij officiële gelegenheden is de emancipatie van de oorspronkelijke bevolking duidelijk te merken.

Dan zijn de Nederlandse gasten aan de beurt. Ambassadeur Arie van der Wiel spreekt, en zijn collega Christine Hofkens zet een glasheldere ‘Blanke top der duinen’ in. Stagiair Sophie stopt ons snel een briefje toe met de tekst, en we mimen zo geloofwaardig mogelijk mee. Moeilijke melodie. Het Wilhelmus past hier niet, legt Christine later uit, en ‘Tulpen uit Amsterdam’ is zo plat. Ze heeft gelijk.

Vrijdag

Het wordt vast prachtig weer, maar we zullen er niets van zien: de conferentie begint vroeg en duurt de hele dag. We zijn verrast door de betrokkenheid van de deelnemers en de kwaliteit van hun bijdragen. Er zijn grote namen bij – Anne Salmond, John Mitchell en andere onderzoekers van de Maoricultuur – maar ook de lokale historici Grahame Anderson en Robert Jenkin staan hun mannetje, en antiquaar en leraar Rüdiger Mack verbluft de aanwezigen met zijn feiten- en bronnenkennis. Waar lagen Tasmans schepen voor anker? Is de bemanning aan land geweest of niet? Hoe keken de Maori’s naar deze vreemde bezoekers en waarom werden de Nederlanders zo onverwacht overvallen? Ambassadeur Van der Wiel, antropoloog van oorsprong, geniet zichtbaar van de levendige discussie en concludeert dat er meer dan genoeg stof is voor verder onderzoek. En liefst een boekje, of zelfs een film.

Het project van het Nijmeegse ontwerpduo Hartebeest komt ook voorbij. Op hun blog View on Golden Bay verzamelen zij nieuwe inzichten over de ontmoeting tussen de Nederlanders en de Maori’s.

Eén onderwerp wordt de hele dag vermeden: wat deden de Maori’s met de dode Nederlander die ze meenamen in hun kano? De ambassadeur had al gekscherend gezegd: hij was het eerste Nederlandse importproduct. Maar voorbij de grappen ligt een onbespreekbaar terrein. De hedendaagse Maori’s willen niet geassocieerd worden met het kannibalisme van hun voorouders en ook anderen geloven liever dat de Nederlander niet dood maar levend aan land kwam, en als eerste Europese immigrant werd opgenomen in de Maorigemeenschap. Een mooi maar onwaarschijnlijk verhaal.

Zaterdag

Een stralende dag, maar het vriest nog als we opstaan. We bellen naar huis: de gitaaruitvoering van Mathijs ging goed en Reijer is aan het stressen voor een mondeling boekverslag. In het Nelson Provincial Museum komen we museumdirecteur Peter Millward en Maori-genealoog John Mitchell tegen. We vragen naar hun interpretatie van het ‘first contact’. Als de Maori’s die Nederlander opgegeten hebben, hoe ging dat dan precies? „One mouthful at a time”, grapt Peter, en leidt ons af met schitterende negentiende-eeuwse fotoportretten. Ook hier wordt kannibalisme niet genoemd.

Met Erik, Camille en Emma rijden we naar Golden Bay. Een steile klim en afdaling voor Eriks zwaarbeladen auto. Het eerste wat we doen is het Abel Tasman Memorial bezoeken: een betonnen pilaar op een hoge rots aan zee. We komen hier eigenlijk voor een foto, en weer wegwezen. Maar het blijkt bij zonsondergang een betoverende plek, en we vergeten de tijd. Dichter bij Tasman zijn we deze reis nog niet geweest. Hier lag hij in 1642 met zijn schepen voor anker, en werd een van de sloepen overvallen door Maori-krijgers. Hij noemde deze plek de Moordenaarsbaai.

Zondag

Het Golden Bay Museum is eigenlijk gesloten, maar één telefoontje is voldoende om speciaal voor ons de deur te laten openen. Een van de pronkstukken is een diorama dat de schermutselingen tussen de Nederlanders en de Maori’s illustreert. Er gaat niets boven een goede maquette!

Terug in Nelson nemen we afscheid van Camille en Emma. Erik brengt ons naar het vliegveld. Door een dichte regen rennen we naar het vliegtuig.

Maandag

Het weer vandaag: geen idee. We zitten 24 uur opgevouwen in een grote Boeing. Thuis worden we opgewacht door oma en vier kinderen. IJsbrand is in Amsterdam, die spreken we donderdag pas. Lodewijk staat klaar met een vaderdagcadeau en Mathijs laat zijn gitaarvorderingen horen. Reijer heeft, tot ieders opluchting, een 7,5 gehaald voor zijn boekpresentatie en Gijs geeft een nieuwsoverzicht waarin Spanje, Griekenland, Syrië en de CERN-deeltjesversneller voorbijkomen. Scheelt krantenlezen.

Dinsdag

Het heeft hier blijkbaar veel geregend, maar vandaag schijnt de zon. De dag verstrijkt met mailwisselingen en bezuinigingssommen: de kortingen op de Noord-Hollandse cultuurbudgetten zijn bekend. Het valt niet mee.

Woensdag 20 juni

Een kantoordag voor ons beiden, en school, sport en ortho voor de jongste kinderen. Na negen dagen Nieuw-Zeeland zijn we weer helemaal thuis.

    • Vibeke Roeper
    • Diederick Wildeman