Filibusteren en andere ruige taal

Illustratie Hajo

Dat was lekker filibusteren, deze week in Den Haag. Alleen jammer dat het een misverstand was.

Bij een filibuster dwingt een minderheid – 41 van de 100 Senaatszetels – zoveel praten of stemmen af dat besluitvorming onmogelijk wordt. Iemand in Den Haag moet hebben gewezen op Strom Thurmond, de white supremacist die in 1957 een record zou hebben gevestigd door in de Senaat 24 uur en 18 minuten het woord te voeren bij een mislukte poging de Civil Rights Act tegen te houden. Je las het overal.

De ellende is dat dit record sindsdien ontelbare malen is gebroken. De obstructiemethode wordt in de VS nu zo routinematig gebruikt dat één administratieve handeling volstaat om besluitvorming te blokkeren. Aan ellenlange debatten doen ze allang niet meer. Vul een formuliertje in en het is gepiept. Daarna hou je dat formuliertje c.q. de filibuster net zolang aan – soms maanden – totdat de 59 of minder zetels hun verlies nemen. Het voorstel verdampt: de regering regeert niet. En het politieke gevecht blijft altijd gaande.

Nu heeft de SP van oudsher volop affiniteit met het politieke gevecht. De partij werd groot door het charisma van Jan Marijnissen en het verzet tegen de compromissen die de PvdA sinds eind jaren tachtig in de regering sloot. Dus het past in een traditie dat uitgerekend de SP zich deze week vereenzelvigde met het beeld dat de filibuster nu ook Nederland heeft bereikt.

Eerst vroeg de SP op initiatief van Renske Leijten, type jong en fris, uren spreektijd aan bij het debat over de zorg. Daarna twitterde Paul Ulenbelt, type vakbondsman, ruige taal, dat hij twaalf uur nodig had voor het debat over de verhoging van de AOW-leeftijd, later in de week.

Maar een Kamerminderheid kan geen besluitvorming blokkeren, zoals in de VS, dus het gepraat over een filibuster was sowieso flauwekul. En daarna bleek, pijnlijk, dat Ulenbelt slechts twee uur spreektijd vroeg (en kreeg) – om zijn inbreng vervolgens af te doen in één uur. Tot zover de Hollandse filibuster, en tot zover de moderne media: de aankondiging van politieke actie was weer eens groter nieuws dan de actie zelf.

Bovendien, zei Ulenbelt (60) donderdag boven een uitsmijter op wit brood, was het een uit de hand gelopen geintje. Menno de Bruyne, de SGP-woordvoerder, wees erop dat urenlange spreektijden niks bijzonders zijn: deden sommige socialisten in 1913 al. „Toen twitterde ik terug dat ik twaalf uur zou aanvragen”, zei Ulenbelt. „Als grap.” Maar evengoed werd zijn opmerking, geharnast als zijn imago is, overal serieus genomen. „Domme zet”, zei hij, goeiig maar schuldbewust.

Paul Ulenbelt is een man om op te letten nu de SP zo nadrukkelijk als regeringspartij in beeld is. Bijna een heel leven vocht hij tegen de gevestigde economische orde. Temidden van de kek geklede bodies in de Kamer kun je meteen zien dat hij uit een andere tijd en cultuur stamt dan de meeste parlementariërs. Knokige schouders en gekreukt pak. Man van rock en boerenkool met worst en spek.

Hij is de zoon van een vroeg overleden notarisklerk die op de universiteit bij de CPN belandde. Zij aan zij met communist Fré Meis streed hij in Oost-Groningen voor de arbeiders in de strokarton. Spijt van zijn communistische voorkeur heeft hij nooit gehad; de val het wereldcommunisme zat volgens hem minder in de ideologie dan in het feit dat „leiders geen tegenspraak organiseerden”.

Ulenbelt knapte af op GroenLinks toen in die partij, waarin de CPN opging, de band met de gewone man verwaterde. Hij werd het gezicht van het gevecht voor betere arbeidsomstandigheden in de FNV. De werkgever die beroepsziekten veroorzaakte moest dokken: dat was zijn houding. Op latere leeftijd, in 2004, belandde hij zo bij de SP, waar hij een kwart van zijn salaris plus dienstauto inleverde om fractiemedewerker en, vanaf 2006, Kamerlid te worden.

Bij de FNV, vertelde hij, zag hij wat er misging met de PvdA. Te veel bestuurders gebruikten de bond als vehikel voor de eigen politieke carrière – en hadden geen oog meer voor gewone leden. Een virus dat de PvdA opeet, zei hij. Deze week zou hij bij een PvdA-afdeling debatteren met PvdA-Kamerlid Metin Çelik. Ging niet door: Çelik zegde af toen hij laag op de kandidatenlijst belandde. „Zo’n jongen zegt dus eigenlijk: de partij is er voor mij, in plaats van andersom.”

Hoewel Ulenbelt hoogopgeleid is (hij promoveerde in de geneeskunde) let hij erop dat hij zijn academische afkomst niet verraadt. Hij praat in korte zinnen en confronterende woorden. „Zoetgevooisde poëzie” is in de Kamer niet zinvol, zei hij. „Hardheid en verontwaardiging komen beter aan.” Zo werd de SP groot, met hardheid en verontwaardiging, en onder Emile Roemer zien we de omwenteling – naar mildheid en vertrouwen.

Met heel zijn aanwezigheid laat Paul Ulenbelt zien dat dit niet voor iedereen in de SP vanzelfsprekend is. Hij praat nog altijd over „miljarden in de bodemloze Griekse put terwijl Nederlanders hun pensioentje moeten inleveren”. Ik zie het probleem niet, zei hij tegen me. „Is toch gewoon zo?” En de PvdA verweet hij vorig jaar dat ze „het gore lef” had het pensioenakkoord te verdedigen, al maakte hij deze week excuses voor die woordkeuze.

Bovendien sluit nu ook de SP verhoging van de AOW-leeftijd niet meer uit. Het leidde ertoe, ook deze week, dat hij bij alle fracties onder vuur lag, en ineens moest oefenen (een „belofte” is „geen garantie”) op regeerderstaal. Makkelijk vond Paul Ulenbelt dat duidelijk niet. „Ik hakkelde even. Klopt.”

Ook achter die grap over twaalf uur spreektijd ging het dilemma van zijn partij schuil. Ulenbelt ergerde zich aan het tempo waarmee de Lentevijf de verdere verhoging van de AOW-leeftijd door de Kamer loodsten. Voor een hoorzitting was geen tijd. De termijn voor schriftelijke voorbereiding, zes weken, werd beperkt tot drie dagen. „Dit is door Kunduz op coupachtige wijze door de Kamer gejast”, zei Ulenbelt.

Met een paar van die coupplegers moet de SP regeren, mocht de partij haar wensen vervuld zien. Is het geen tijd voor minder straffe taal, vroeg ik Ulenbelt. „Te vroeg”, zei hij. „Als je praat over regeringsdeelname in de campagne verlies je.”

Maar vergis je niet in de achterban van de SP, zei hij. „Die weten: als Emile in het Torentje komt, is die schatkist leeggeplunderd.” Dan wordt dus niet meteen alles anders in Nederland. Hij was kortom graag bereid nu reeds de schuldige van een eventueel tegenvallend premierschap van Roemer aan te wijzen. Dat wel. „Als het geld op is kun je niet meteen beginnen met uitgeven”, zei Paul Ulenbelt.