Eten ruiken met je haren

Eigenlijk lusten heremietkreeften die op het droge leven alles. Fruit, kokosnoten, vis en pindasnacks. Alles wat ze in hun scharen krijgen, smikkelen ze op. Maar het onhandige: zonder water in de buurt kunnen de kreeftjes al dat lekkers helemaal niet ruiken. De diertjes zijn dan geurenblind. Dat hebben biologen ontdekt.

Heremietkreeftjes ruiken niet met een neus, maar met piepkleine haartjes op hun binnenste twee antennes. Ze zwaaien die antennes in de lucht. Even snuiven. Of ze tappen ermee op de grond. Even ruiken.

Maar hoe werken die reukhaartjes?

Om dat te onderzoeken, lieten de biologen Caraïbische heremietkreeftjes een simpel testje doen. Ze zetten de kreeftjes eerst in een plastic bak met een bloempot erin. Hieronder konden bange kreeftjes zich verstoppen.

Naast de bloempot waren twee valkuilen. In één kuil was wat lekkers verstopt, de andere bleef leeg. De biologen lieten de diertjes met rust, en keken pas de volgende dag in welke kuil de kreeften waren terechtgekomen. Hadden ze de geur van het voedsel opgepikt?

Nee. De kreeftjes bakten er niets van. Ze zaten net zo vaak in de lege kuil als in de kuil met pinda’s. Het enige dat de kreeftjes wél konden ruiken was vers fruit. Er zaten altijd meer kreeftjes in de kuil met stukjes banaan of appel dan in de lege kuil (het staat in Proceedings of the Royal Society B, juni).

Maar de biologen hadden een idee. Ze zetten ook een bakje water in de valkuil, bij de pinda’s. Nu konden de heremietkreeften ineens wél de pinda’s vinden. Hoe zit dat? De biologen denken dat de kreeftjes alleen goed kunnen ruiken als de lucht een beetje vochtig is. De banaan en appel waren vochtig van zichzelf, maar de pinda’s niet.

De voorouders van heremietkreeften leefden nog niet zo lang geleden in zee. Misschien zijn de heremietkreeftjes gewoon nog niet zo goed gewend aan de geuren van het droge land. Dat is ook niet erg. Heremietkreeften leven op het strand. Daar is altijd water in de buurt!

Margriet van der heijden

    • Margriet van der Heijden