Eiwit dat membraan herstelt, beschermt muizen tegen Duchennedystrofie

Muizen met de spierdystrofie van Duchenne genezen, wanneer ze worden behandeld met een eiwit dat helpt bij de reparatie van beschadigde membranen. Schade aan het sarcolemma, de membraan die de spiervezels omhult, is een van de belangrijkste kenmerken van de ziekte. Het genezende eiwit is al in spieren aanwezig – een extra dosis is het medicijn. Daarmee voegen onderzoekers uit New Jersey en Beijing een nieuw alternatief toe aan het scala van experimentele behandelingen dat de laatste jaren, onder andere in Nederland bij het bedrijf Prosensa, is ontwikkeld (Science Translational Medicine, 20 juni).

De ziekte ontstaat door een mutatie in het gen voor het eiwit dystrofine. Dat gen ligt op het X-chromosoom. Omdat jongens er daar maar één van hebben en omdat een ‘gezonde’ genkopie tegen de ziekte beschermt, treft de ziekte vooral hen. Dystrofine beschermt het sarcolemma, dat bij de mechanische belasting door de spiercontractie makkelijk beschadigd raakt. De eerste symptomen verschijnen op de peuterleeftijd. De patiënten verliezen spierkracht, komen in een rolstoel en worden zelden ouder dan een jaar of 30. Vaak bezwijken ze door een te zwak geworden hartspier.

Drie jaar geleden ontdekten de onderzoekers die nu met een therapie komen dat het eiwit MG53 onmisbaar is voor de reparatie van schade aan het sarcolemma. Maar dat gebeurde bij muizen met een normaal dystrofinegen. Nu tonen ze aan dat dit ook een rol kan spelen bij muizen zonder dystrofinegen. Als ze deze dieren inspoten met menselijk MG53 bleek de schade aan de membraan duidelijk af te nemen en daarmee ook allerlei andere ziekteverschijnselen. Dat gebeurde zelfs als ze ook een toxine toedienden dat membranen beschadigt.

Het zijn veelbelovende resultaten, maar een aantal belangrijke vragen blijft nog onbeantwoord. In een redactioneel commentaar wordt erop gewezen dat de gebruikte muizen weliswaar geen dystrofine maken, maar dat de dieren niet ziek worden zoals Duchennepatiënten. Zo krijgen ze geen hartproblemen. Daarom zal MG53 zich ook moeten bewijzen bij andere diersoorten en in gekweekte menselijke spiercellen. Ook is nog onduidelijk of de behandeling werkt als de ziekte al verder gevorderd is en of de behandeling blijft werken. Patiënten zullen het middel immers levenslang moeten gebruiken.

Huup Dassen