Eerst even een jaar volwassen worden voor de studie begint

Even bijkomen, even nadenken, even volwassen worden. Steeds meer scholieren lassen na hun examen een ‘tussenjaar’ in voor ze gaan studeren.

‘En wat ga je nu doen?” Het is de meest gestelde vraag die geslaagde scholieren dezer dagen krijgen. „Even een tussenjaar”, is vaak het antwoord. Het ‘tussenjaar’ is net zo’n containerbegrip als huisdier of vakantie; het kan een jaartje veel uitgaan zijn, of uitslapen, een wereldreis of vrijwilligerswerk in een Zimbabwaans weeshuis – het is in alle gevallen het gat tussen het eindexamen en het begin van de studie. In Engeland is het gap year eerder regel dan uitzondering.

Ruim 14 procent van de eindexamenkandidaten neemt een tussenjaar, zo blijkt uit de zogeheten Startmonitor van ResearchNed – een lichte stijging van zo’n 3 procentpunt sinds het onderzoeksbureau in 2008 begon te meten.

Vooral onder witte havo- en vwo-scholieren in de grote steden is een pauze voorafgaand aan hbo of universiteit geen uitzondering. Van de eindexamenkandidaten op Het 4e Gymnasium in Amsterdam wil de helft van de eindexamenleerlingen er na het examen een jaar tussenuit, zegt directeur Hans Verhage. „Het past, evenals de populariteit van brede opleidingen, bij de trend van het uitstellen van keuzes. Meestal weten ze nog niet wat ze willen en nemen ze dat jaar om daarover na te denken.” En de meesten willen naar het buitenland.

Nuffic, een organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, deed onderzoek naar het gap year. De meeste jongeren met plannen voor een tussenjaar in het buitenland willen reizen (64 procent), 39 procent wil werken en 36 procent wil vrijwilligerswerk doen. Australië en Nieuw-Zeeland zijn favoriet (24 procent), gevolgd door Noord- en Zuid-Amerika, de laatste vooral vanwege de Spaanse taal. Au pair is uit. De meeste jongeren werken eerst thuis een paar maanden om een deel van de kosten (al snel 5.000 euro voor drie maanden, maar 20.000 euro komt ook voor) op zich te nemen.

De meestgenoemde reden die Nuffic onder jongeren noteerde is ‘persoonlijke ontwikkeling’. En al zouden ze allemaal zo eerlijk zijn geweest om ‘voor de lol’ als hoofdreden op te geven, dan nog blijken ze zich inderdaad vooral persoonlijk ontwikkeld te hebben na een jaartje buitenland, zo blijkt uit de uitkomsten van het Nuffic-onderzoek. Studenten die hebben gereisd, vallen in hun eerste studiejaar minder vaak uit dan directe instromers (18 versus 26 procent).

Gymnasium-directeur Verhage, voorstander van een buitenlands avontuur, wil desgevraagd wel een paar kleine kanttekeningen plaatsen: „Als je je een jaar niet verdiept in complexe materie, kun je het leren verleren. Een gap year is ook geen panacee voor jongeren die niet weten wat ze willen. Als je hier niet weet wat je wilt studeren, zul je daar op rondreis door India en Cambodja ook heus niet achter komen.”

Sommige kinderen zijn er misschien gewoon (nog) niet geschikt voor. Heleen Pelle, die met haar Bureau Buitenland tussenjaarprogramma’s aanbiedt, ziet ze af en toe langskomen. „Kinderen die niet stabiel zijn. Of ouders die zeggen: hij heeft thuis een moeilijke tijd achter de rug, hij moet er even uit. Hun raad ik het af. Als het thuis niet goed gaat, voel je je in het buitenland nog veel slechter. Maar de meeste kinderen kunnen het prima aan. Vergeet niet: het Nederlandse studentenleven is ook heftig. Met een tussenjaar, eventueel bij een gastgezin, kun je je heel geleidelijk losmaken.”

Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont vindt het tussenjaar een mooie rite de passage, tussen puberteit en volwassenheid. Een versnelde overgang bovendien, want alle prikkels in een vreemde omgeving maken dat je „voorzichtigheidsspier” extra getraind wordt. „Bij die leeftijd hoort het opzoeken van grenzen, experimenteren. Risico’s nemen móét, het is een doel op zichzelf, daar word je volwassen van. Kinderen die in zeven sloten tegelijk lopen, zullen dat thuis ook doen. Of nog eerder, omdat ze daar minder op hun hoede zijn. Dan valt het gecalculeerde risico van een buitenlandse reis te verkiezen boven de schijnveiligheid van Putten, waar je dan misschien in een zeecontainer gaat zitten comazuipen.”

Structuur is het belangrijkste, thuis of in het buitenland. Niksdoen richt meer schade aan dan het oplevert, zegt Pont. En zomaar zonder doel met de noorderzon vertrekken, is een recept voor vervroegde terugkeer, zegt Pelle, die de ongelukkige repatrianten dan soms alsnog op weg mag helpen. Een zinvolle invulling – in bedekte termen te formuleren in gesprek met sommige 17-jarigen – is de beste voorbereiding op het eerste studiejaar. Na een half jaar in dat Zimbabweaanse weeshuis is er hooguit nog één drempel: de omgekeerde cultuurshock, die maakt dat jongeren moeilijk de draad weer oppakken. Pont: „Hoe belangrijk is die studie Frans nou helemaal als je in Afrika kinderen hebt zien honger lijden?”

„Backpacken in Australië was leuk, maar ik heb eigenlijk niet meer over mijn studie nagedacht”, hoort studie- en loopbaanadviseur Marjan de Vries van de Universiteit van Amsterdam vaak van studenten die na een tussenjaar sneven in hun eerste jaar. „Jongeren die in hun tussenjaar weinig structuur hebben, het contact met het onderwijs verliezen, kunnen het daarna zwaar krijgen.”

De UvA probeert aankomende studenten in hun tussenjaar daarom te verleiden tot een ‘oriëntatiejaar’. Van september tot eind januari kunnen ze onderwijs naar keuze volgen, krijgen ze een dag per week groepsbegeleiding en doen ze opdrachten om kennis te maken met het ‘werkveld’. „Daarna kun je alsnog naar Australië, dan heb je je keuze alvast gemaakt.” Het Oriëntatietraject kost 1.450 euro en 95 procent van de deelnemers blijkt het jaar erna goed te hebben gekozen.

    • Martine Kamsma