Het regime brak zijn handen, maar Syrische cartoonist blijft tekenen

Leden van de Syrische veiligheidsdiensten braken in augustus vorig jaar de handen van de internationaal bekende Syrische cartoonist Ali Farzat. Met tekenen is hij echter niet gestopt. “Ik hoop dat mijn tekeningen nu een miljoen keer sterker zijn”, zegt Farzat in een indrukwekkend videoportret van The Guardian.

Leden van de Syrische veiligheidsdiensten braken in augustus vorig jaar de handen van de internationaal bekende Syrische cartoonist Ali Farzat. Met tekenen is hij echter niet gestopt. “Ik hoop dat mijn tekeningen nu een miljoen keer sterker zijn”, zegt Farzat in een indrukwekkend videoportret van The Guardian.

Farzat, die in 2002 de Prins Clausprijs ontving voor zijn oeuvre en vorig jaar door het Europees parlement werd onderscheiden met de prestigieuze Sakharov-prijs, richtte in december 2000 richtte Farzat het satirische tijdschrift al-Domari op. In zijn cartoons neemt Farzat de bureaucratie, corruptie en hypocrisie van de regering en de welvarende elite op de hak. In het videoportet van The Guardian legt hij uit waarom hij tekent:

“I use satire to draw dictators who use oppressive methods. I try to marginalise them and make them less important to people. This give people hope that these dictators are empty, and gives the people courage to continue to demonstrate and be critical.”

Door de mishandeling had Farzat in het begin moeite om nog te tekenen, maar hij doet het nog steeds. Nog krachtiger dan eerst, hoopt hij:

“At first it was very difficult: my fingers were quickly stiff. No it is a little better, buf if I draw for a long time, it becomes painful. Especially in the nerves, it feels like they are electrified. But my hope is that my drawings will be even stornger than before, a million times stronger.”

Bekijk hieronder het elf minuten durende portret:

    • Pim van den Dool