De splijtzwam van Nigeria

De terreurcampagne van Boko Haram wakkert de spanningen aan tussen christenen en moslims in Nigeria. Elke aanslag van de islamitische terreurbeweging, elke vergelding van christenen, kan de lont in het kruitvat zijn. Dat lieten de rellen in de stad Kaduna deze week zien.

Kaduna is een stad met littekens. Maar in de chaos van de sloppenwijken vallen die nauwelijks op. In stoffige straatjes tussen huizen van leem en golfplaten verkopen kinderen zakjes water die ze in plastic teiltjes op hun hoofd dragen. Voor een bar hangen dronken jongeren. Verderop verkopen vrouwen schamele hoopjes uien en tomaten. Naast hen grazen geiten op stinkend afval.

Op het eerste gezicht is dit een alledaags tafereel in de Noord-Nigeriaanse stad Kaduna. Maar wie beter kijkt, ziet overal sporen van religieus geweld. Naast de doorgaande weg staat een uitgebrande kerk, die vorig jaar door moslims in brand is gestoken nadat de christen Goodluck Jonathan de presidentsverkiezingen had gewonnen. Verderop is een appartementencomplex geplunderd. De ramen zijn ingegooid en de daders hebben geprobeerd het gebouw in brand te steken. De brandplekken zitten nog op de vaalgele muur.

Kaduna is een microkosmos van Nigeria, hier komen alle religieuze en etnische groepen van land samen. Tien jaar geleden woonden christenen en moslims nog door elkaar. Kerken en moskeeën, bars en gebedshuizen vochten om ruimte in de dichtbevolkte sloppenwijken. Maar religieuze rellen met als gevolg honderden doden hebben geleid tot toenemende segregatie: moslims wonen nu ten noorden van de rivier in Kaduna, christenen ten zuiden daarvan.

Christenen en moslims in Kaduna gingen elkaar deze week opnieuw te lijf met machetes, pistolen, kalasjnikovs en zelfgemaakte bommen. Aanleiding was een serie aanslagen, zondag, op kerken door de islamitische terreurgroep Boko Haram, waarbij negentien mensen omkwamen. Uit wraak wierpen bendes christelijke jongeren wegblokkades op, trokken moslims uit hun auto en sneden hen de keel door. Er vielen 52 doden. Er kwam een uitgaansverbod, maar toen de autoriteiten dat dinsdag omzetten in een avondklok was het weer raak. Bij wraakacties van moslims vielen veertig doden.

De terreur van Boko Haram heeft kerken steeds vaker als doelwit. Dat zorgt voor toenemende spanningen tussen christenen en moslims. Nigeria (160 miljoen inwoners) is grofweg verdeeld in een christelijk zuiden en een islamitisch noorden, maar er wonen ook miljoenen christenen in het noorden. De autoriteiten zijn bang dat de aanslagen rellen veroorzaken, die overslaan naar andere delen van het land. Dit kan leiden tot een oncontroleerbare spiraal van geweld tussen aanhangers van beide religies, met grote vluchtelingenstromen als gevolg. De bloedige segregatie van Kaduna kan zich ook in de rest Nigeria voltrekken.

Islamitische noorderlingen hebben decennia de macht in Nigeria gehad, waardoor ze via patronagenetwerken konden profiteren van de enorme olie-inkomsten. Dat zuiderlingen nu de regering domineren, leidt tot wilde speculaties dat de gefrustreerde noordelijke elite Boko Haram steunt. Sommige noordelijke politici hebben na de verkiezing van Jonathan gedreigd het land onregeerbaar te maken zodat zijn presidentschap zal mislukken. Veel bewijzen daarvoor zijn er niet, maar het geeft wel aan hoe vergiftigd de relaties tussen noord en zuid, tussen moslims en christenen zijn geworden.

„Het leger is te sterk voor Boko Haram, dus probeert de groep religieuze sentimenten onder de bevolking aan te wakkeren met aanslagen op christenen”, zegt een hoge Nigeriaanse veiligheidsfunctionaris die uit veiligheidsoverwegingen anoniem wil blijven. „Van een burgeroorlog is nu geen sprake, maar een grote sektarische crisis is zeker een gevaar.”

Vooral in het etnisch en religieus gemengde midden van het land kunnen gemakkelijk conflicten ontbranden. De spanningen tussen christenen en moslims in dit gebied dateren van voor de opkomst van Boko Haram, maar iedere aanslag kan de lont in het kruitvat zijn. Nigeria’s grootste christelijke organisatie CAN heeft tot nu toe kunnen voorkomen dat christenen op grote schaal wraak nemen op moslims, maar dreigt eigenrichting aan te moedigen als de staat christenen niet beter beschermt.

Analfabeet

Binnen een jaar heeft het geweld van Boko Haram, aanvankelijk een lokaal probleem, tot een nationale crisis geleid. De sekte werd in 2002 in de noordoostelijke stad Maiduguri opgericht door de fundamentalistische geestelijke Mohammed Yusuf. In zijn preken haalde hij uit naar de corruptie van ‘verwesterde’ politici (Boko Haram betekent ‘westers onderwijs is zondig’). Bij gebrek aan een functionerende staat nam Boko Haram overheidstaken zoals onderwijs en armenzorg over.

Door de armoede en achterstelling van het noordoosten waar driekwart van de bevolking onder de armoedegrens leeft en de helft van de jongeren analfabeet is, kreeg Boko Haram veel volgelingen. De corruptie is er zo alomvattend dat geen deel van het openbare leven ervan gevrijwaard is gebleven. Ook gevestigde religieuze leiders waren besmet, waardoor de salafistische boodschap van Boko Haram, om terug te keren naar de pure islam, in vruchtbare aarde viel.

De gouverneur van de staat Borno vond dat de sekte te machtig werd en stuurde er in 2009 het leger op af. Bij die operatie vielen minstens achthonderd doden en Yusuf werd door de politie geëxecuteerd.

In 2010 dook Boko Haram weer op, nu als terreurgroep onder leiding van Abubakar Shekau, tot 2009 de tweede man. Hij riep een heilige oorlog uit tegen de staat, met als doel de invoering van de shari’a in Nigeria. Het geweld bleef aanvankelijk beperkt tot het noordoosten, maar het afgelopen jaar heeft de groep zijn slagkracht en strijdperk snel vergroot. Bom- en zelfmoordaanslagen duiden op banden met buitenlandse terreurorganisaties zoals Al-Qaeda.

De grootste aanslag was in januari, toen Boko Haram tien politiebureaus aanviel en opblies, waarbij 186 mensen omkwamen. Sindsdien zijn er in veel steden in het noorden wekelijks schietpartijen tussen het leger en vermeende leden van de groep, bomaanslagen, executies en brandstichtingen. Dit jaar zijn al 580 doden gevallen. Een steeds groter deel van het land leeft in angst.

Uittocht

Vooral onder christenen in het noorden is die angst voelbaar. Begin dit jaar stelde Boko Haram hun een ultimatum: vertrek of we zullen je vermoorden. Vele tienduizenden christenen zijn uit angst voor het geweld naar het zuiden gevlucht. Christelijke groepen organiseerden busreizen voor mensen die wilden vertrekken.

De gevolgen van deze uittocht zijn te zien op de school van de Evangelical Church Winning All in Kano, een noordelijke handelsstad met negen miljoen inwoners. Alleen de voorste rijen van de gammele schoolbanken zijn bezet, er zitten vooral kinderen van de christelijke Igbo’s, een stam. De leraar staat voor een zwart schoolbord waar breuken op zijn geschreven, terwijl een gedeukte ventilator hem koelte toeblaast.

„Van de zevenhonderd leerlingen zijn er nog vierhonderd over”, zegt directrice Maniga Mamman in haar kantoortje. Aan de muur hangt een schilderij van Jezus naast een foto van president Jonathan. „Sommige gezinnen zijn zonder bericht vertrokken. Mannen hebben hun vrouw en kinderen naar het zuiden gestuurd, zodat zijzelf bij hun bedrijfje konden blijven. Maar hoe moeten ze daar overleven? Ze spreken de taal niet, ze zijn niet gewend aan het klimaat. Die mensen horen hier.”

Ezeany Bonniehills, het stamhoofd van de Igbo’s in Kano, heeft grote moeite zijn mensen in het dorp te houden. „De aanslagen maken hen bang en het gonst van de geruchten”, zegt hij. Bonniehills zit in een vuil T-shirt en korte broek op een versleten bank in zijn woonkamer. Voor het gesprek begint, pakt hij een stuk krijt en zet hij naar goed Igbo-gebruik een streep voor de deur en voor zijn voeten, waarna hij tot God bidt.

Hij heeft er geen enkel vertrouwen in dat de autoriteiten zijn mensen beschermen. „Ik had onlangs een vergadering met de gouverneur over de veiligheid in de stad. Hij probeerde ons gerust te stellen door te zeggen dat hij alles onder controle had, maar daar geloof ik niets van. De avondklok werkt helemaal niet, er worden nog steeds aanslagen gepleegd.”

Toch blijven de meeste Igbo’s nog in Kano, zegt hij. „Vooral mensen die hier geen wortels hebben, gaan naar het zuiden. Mensen zoals ik, die in Kano zijn geboren, hier zijn getrouwd en wier kinderen hier zijn opgegroeid, blijven. Hun hele leven is hier.” Veel Igbo’s kunnen niet zomaar een nieuw leven beginnen in het zuiden. Ze zijn naar het noorden gekomen voor de ruimte en de kansen om een bedrijfje op te zetten. Sommige ontheemden hebben geen familie in het zuiden en komen in kampen terecht. Bonniehills: „Ik moet blijven: als de chiefs vertrekken, vertrekt iedereen. Ik bid elke dag tot God dat dit niet gebeurt.”

Veelkoppig monster

De regering krijgt steeds meer kritiek op haar gebrek aan daadkracht in de crisis. De christelijke organisatie CAN beschrijft haar aanpak als „onverschillig”. Terwijl in Kaduna bijna honderd doden vielen, vloog president Jonathan naar Rio de Janeiro om een milieutop bij te wonen.

Het probleem voor de autoriteiten is dat Boko Haram een veelkoppig monster is geworden. „Criminele bendes hebben de naam overgenomen en maken gebruik van de wetteloosheid om rekeningen te vereffenen”, zegt de veiligheidsfunctionaris. Wie achter de aanslagen zit, blijft vaak onduidelijk. Hierdoor heeft de jacht op Boko Haram iets van schaduwboksen in het donker. Amerikaanse diplomaten in Abuja zeggen dat de Nigeriaanse veiligheidsdiensten nauwelijks een idee hebben tegen wie ze vechten. Een deel van de groepen is wel te volgen, maar een ander deel blijft ongrijpbaar.

„De politie, het leger en de veiligheidsdiensten werken niet samen”, zegt Ahmad Salkida, een journalist die Boko Haram goed kent. „Al die diensten concurreren met elkaar om geld en prestige, ze delen geen inlichtingen.” Hij geeft het voorbeeld van twee Boko Haram-leden die door de politie waren opgepakt op verdenking van een overval. Pas toen ze een maand later werden vrijgelaten, kwam de veiligheidsdienst erachter dat ze deel uitmaakten van Boko Haram. Toen waren ze al gevlogen.

De politie zou een belangrijke rol moeten vervullen in de opsporing van terreurverdachten, maar wordt door Nigerianen diep gewantrouwd. Een overheidsrapport uit 2008 omschreef de dienst als „een groot aantal ongekwalificeerde, slecht getrainde en slecht bewapende agenten”. Velen vullen hun salaris aan met corruptie en het afpersen van burgers.

President Jonathan kiest voor een militaire aanpak en heeft het veiligheidsbudget voor dit jaar verhoogd naar 30 miljard dollar, een kwart van de begroting. Op de snelwegen tussen steden staan op veel plekken checkpoints. Militairen doorzoeken auto’s en dwingen bestuurders hun kofferbak te openen. Dat gaat niet altijd zachtzinnig. Het keiharde optreden van het leger leidt slechts tot meer ressentiment onder de bevolking. De beruchte Joint Task Force valt willekeurig huizen binnen en pakt mensen op zonder arrestatiebevel. Amnesty International heeft de eenheid beschuldigd van verkrachting en buitenrechterlijke executies.

Uitgekookt

Boko Haram heeft met zijn terreurcampagne het volledige falen van de Nigeriaanse staat blootgelegd. De regering heeft geen idee wat ze met de crisis aanmoet. „Er zit geen belangrijke noorderling in de regering om de crisis te interpreteren”, zegt Matthew Kukah, bisschop van de noordelijke staat Sokoto, die regelmatig op tv optreedt als politiek commentator. „Het zijn allemaal zuiderlingen zonder ervaring. President Jonathan is niet sterk en uitgekookt genoeg om een complex land als dit te leiden. Het leger en de veiligheidsdiensten worden geleid door zuiderlingen. Jonathan moet zorgen dat zijn regering minder partijdig is. Dit heeft de scheiding tussen christenen en moslims alleen maar erger gemaakt.”

Is Nigeria dan gedoemd uit elkaar te vallen, zoals zo vaak is voorspeld?

„Een opdeling van het land is veel te complex”, zegt Paul Izah, politicoloog aan de Ahmado Bello universiteit in Zaria. „Waar eindigt het noorden en begint het zuiden? Het genie dat die lijn kan trekken moet nog geboren worden. Een opdeling van Nigeria zal zo bloedig worden, daar is geen voorstelling van te maken. Politici die religieuze sentimenten aanwakkeren, zijn niet uit op een burgeroorlog, ze kijken alleen tot hoever de stok kan buigen. Als de stok breekt zullen ze allemaal verliezen.”