De deconfiture van de held van de openheid

Wikileaks-baas Julian Assange wil naar Ecuador. Zijn pogingen om justitie te ontlopen hebben hem het imago van aandachtstrekker gegeven.

Een handjevol aanhangers van Julian Assange voor de Ecuadoriaanse ambassade in Londen. Foto AFP

Was de vlucht van Julian Assange naar de Ecuadoriaanse ambassade in Londen deze week een heldendaad of een wanhoopsactie? Is hij een dissident of een aandachtstrekker? Heeft de baas van klokkenluiderssite Wikileaks recht op politiek asiel, of ontloopt hij gewoon de wet?

Julian Assange zelf presenteert zijn pogingen om justitie te ontlopen steevast als een strijd voor Wikileaks, de site die de Australiër in 2006 oprichtte.

De 40-jarige Assange ziet in het voornemen van de Zweedse justitie om hem te ondervragen in een verkrachtingszaak – en zelfs de verklaringen van de twee vrouwen die hij zou hebben aangerand – een complot om hem uit te leveren naar de VS. Daar zou hij terecht moeten staan wegens het publiceren van staatsgeheimen, al is er geen bewijs dat de Amerikanen hierop uit zijn.

Aanhangers van Assange geloven heilig in zijn verhaal. Oud-legerofficier Vaughan Smith, bij wie Assange een deel van zijn Britse huisarrest uitzat en die met Assanges vlucht naar de ambassade zijn 20.000 pond borg is verloren, schreef deze week in The Times: „Julians allergrootste zorg is het vinden van een manier om Wikileaks voort te zetten, en ik vind, zoals velen, dat dat in het algemeen belang is.”

Maar voor veel oude bewonderaars heeft Assange zijn aantrekkingskracht al een tijd verloren. Het aantal activisten dat nog voor Assange betoogt – bij de rechtbank en nu bij de ambassade – is verwaarloosbaar.

Die deconfiture begon anderhalf jaar geleden al. In plaats van zich te laten ondervragen over de vermeende verkrachting, vluchtte Assange van Zweden naar het Verenigd Koninkrijk. Hij probeerde uitlevering aan te vechten door het Zweedse rechtssysteem onbetrouwbaar te noemen. Het kwam niet geloofwaardig over op Wikileaks-sympathisanten die Zweden juist als een transparant voorbeeldland zien.

De keuze voor Ecuador is dan weer vreemd voor een voorvechter van persvrijheid. De Ecuadoriaanse regering krijgt veel kritiek wegens onderdrukking van de media.

Assange kreeg ruzie met The Guardian en The New York Times, waarmee Wikileaks samenwerkte over publicatie van de Irak-documenten. Toen dezelfde kranten kritisch over zijn juridische strijd berichtten, pikte Assange dit niet. En ook met zijn uitgever kreeg hij bonje: zijn ghostwriter zou te veel persoonlijke details willen vermelden over de voorvechter van transparantie.

Ook de Wikileaks-site boette aan belang in. De publicatie van ongeredigeerde diplomatieke telegrammen werd door mensenrechtenorganisaties onverantwoord genoemd; het zou activisten uit landen met een repressief regime in gevaar brengen. In The Guardian zei Assange over Afghanen die met de VS samenwerkten: „Als ze worden gedood, is dat hun eigen schuld. Dat verdienen ze.”

De laatste publicatie van de site, vijf miljoen e-mails van het Amerikaanse inlichtingendienst Stratfor in februari, had nauwelijks impact.

    • Titia Ketelaar