BRIEVEN over fraude

Gedragscode

Het is goed dat de universiteiten in de VSNU opnieuw aandacht besteden aan de wetenschappelijke integriteit en de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening hebben geëvalueerd.(‘Aanscherping van code tegen plagiaat’, 15 juni). Het preventiebeleid, dat goede en nuttige aanbevelingen bevat, en het overwegend zorgvuldig geformuleerde model klachtenregeling zijn daarbij welkome aanvullingen op de gedragscode. Toch zijn er tekortkomingen, waarvan ik enkele noem.

De code is bedoeld voor de individuele wetenschapsbeoefenaar, maar zou evenzeer gericht moeten zijn op bestuurders, directeuren, faculteits- of instituutsbesturen. De code is specifiek gericht op universiteiten of researchinstituten, maar wetenschappelijk onderzoek wordt ook verricht bij bedrijven, overheid en consultancybureaus. Het is jammer dat geen woord gewijd wordt aan deze instellingen.

Onvoldoende onderscheid is gemaakt tussen onderzoek en onderwijs. Daardoor waaiert de aandacht uit van het manipuleren van onderzoeksgegevens tot oneerlijke beoordelingen van studieprestaties. Dat maakt de code tot een set algemene regels voor wetenschappelijk personeel, terwijl veeleer behoefte is aan een op onderzoek toegespitste code voor wetenschappelijke integriteit. Ook jammer is dat geen aandacht is gegeven aan de soms grote internationale verschillen in normen en gedragsregels; met de sterke groei van internationale samenwerking in onderzoek toch een nijpend probleem.

Het fingeren van onderzoeksgegevens door de Tilburgse hoogleraar Stapel heeft de zwaktes bij het verzamelen van data aan het licht gebracht. De vraag is nu: wie bewaakt de kwaliteit van dataverzameling, -verwerking en -opslag? Dit blijft onuitgewerkt in de code.

Het is niet voldoende, zoals in de code staat, dat een mede-auteur ‘zich zo goed mogelijk vergewist van de juistheid en integriteit van de inhoud’ van een publicatie. Hij/zij is volledig medeverantwoordelijk; ook dit is actueel gezien het feit dat Stapel zijn artikelen veelal met co-auteurs schreef.

Pieter J.D. Drenth,

chair ESF/ALLEA workgroup European Code of Conduct for Research Integrity.

Gedragscode (2)

Onze samenleving verdient een wetenschap die integer is: geen vervalste resultaten, geen overgeschreven artikelen, maar ook: onafhankelijk onderzoek. Helaas regelt de Nederlandse gedragscode alleen de eerste helft.

Als hoogleraar in de Verenigde Staten heb ik een veel betere rechtspositie dan mijn Nederlandse collegae in Nederland. In Nederland is een reorganisatie om ruimte te creëren voor nieuwe strategische richtingen een voldoende reden om hoogleraren te ontslaan. Aan Amerikaanse universiteiten daarentegen, worden hoogleraren beschermd door de regel van academisch vrijheid. We hoeven niet bang te zijn ontslagen te worden als we niet het gewenste onderzoek doen. De academische vrijheid verbiedt bestuurders voor te schrijven welk onderzoek wel en niet gedaan mag worden. Een hoogleraar kan niet ontslagen worden omdat de bestuurder vindt dat het onderzoek niet de juiste focus en massa heeft, of niet past in de lange termijn visie. In dit opzicht zijn Amerikaanse toestanden misschien niet eens zo’n slechte optie.

Berend Smit,

Chancellor’s Professor, University of California, Berkeley

Gedragscode (3)

Het preventiebeleid van de VSNU beschrijft hoe en wanneer wij onze studenten de vijf principes van de gedragscode - Zorgvuldigheid, Betrouwbaarheid, Controleerbaarheid, Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid – moeten leren. En ik sta perplex. Wat wij onze studenten moeten leren is dat de kern van wetenschap nieuwsgierigheid is. Een wetenschapper wil begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Of zelfs, moet begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Dit is de diepste drijfveer van een wetenschapper.

Een wetenschapper maakt carrière maakt door het stellen – en beantwoorden – van goede vragen. Goede vragen zijn vragen die ons dichter brengen bij het beantwoorden van Grote Vragen. Dat houdt ook in dat goede vragen vragen zijn waarop het antwoord verrassend is. Wij dachten iets aardig te begrijpen – goed op weg te zijn naar het beantwoorden van een Grote Vraag – maar dit onderzoek laat zien dat het toch weer net anders is dan wij dachten. Want ook dat is wetenschap, eigenlijk weten wij nooit iets zeker. We begrijpen het steeds een beetje beter, maar nooit helemaal.

De belangrijkste vraag is dus: begrijp ik het nu echt? In de woorden van Richard Feynman: “Science is a way of trying not to fool yourself. The first principle is that you must not fool yourself, and you are the easiest person to fool.” Dezelfde Feynman parafraserend: als je denkt een antwoord op jouw vraag gevonden te hebben, probeer je alle mogelijke manieren waarop jouw antwoord fout zou kunnen zijn te bedenken. Pas als je geen enkele mogelijke fout meer kunt bedenken heb je jezelf overtuigd. Publiceer het dan om anderen te overtuigen. Als dat lukt, dan begrijpen jij en de rest van de wereld het allemaal net weer een beetje beter. Tot iemand met een andere vraag en een ander antwoord komt.

Als onze studenten dit begrijpen, dan begrijpen zij ook de gedragscode en houden zij zich daar vanzelf aan. Zal er dan geen fraude meer zijn? Natuurlijk wel. Altijd bestaat de kans dat iemand zich zo laat verblinden door roem en eer, dat hij vergeet dat hij nieuwsgierig is en moet zijn. Dat is geen ramp, want het komt altijd uit.

Arno Siebes

hoogleraar informatica, Utrecht

    • Berend Smit
    • Pieter J.D. Drenth
    • Arno Siebes