Bonnetje

Corruptie – zeg niet dat het niet aantrekkelijk is. Deze krant berichtte over de Spaanse opperrechter Carlos Dívar, die onder vuur ligt om zijn opmerkelijke declaratiegedrag. De 70-jarige magistraat heeft een verhouding met een van zijn zeven bodyguards, met wie hij weekenden in luxueuze hotels in Marbella doorbracht. De bonnetjes, net als die van de exclusieve restaurants waar hij met zijn entourage dineerde, werden gedeclareerd als ‘werkoverleg’.

Het was al jaren aan de gang, maar in tijden van crisis begint zoiets op te vallen. Zo kleurrijk als de Spaanse opperrechter hebben wij ze niet, maar ook in Nederland is er vrijwel iedere dag wel een bericht over dienaren van het volk die vooral zichzelf bedienen, vooral in de half-publieke, half-private sector – absurde declaraties, eigenhandige salarisverhogingen, uitzinnige ontslagvergoedingen. Of gewoon fraude.

Twee directeuren van het Amsterdamse vervoerbedrijf moesten, na berichtgeving in De Telegraaf, het veld ruimen – behalve dat ze verdacht worden van gesjoemel, hadden ze zichzelf een salarisverhoging van ruim 50.000 euro gegeven.

In de zorg, zo bleek deze week, verdienen nog steeds 41 bestuurders boven de balkenendenorm. En altijd volgt op zulk nieuws de mantra die het alleen maar erger maakt: het is nu eenmaal zo afgesproken, de raad van commissarissen is ermee akkoord gegaan.

Je zou eens willen lezen over een raad van commissarissen die ergens niet mee akkoord is gegaan.

Per geval wordt nu ontzetting geëtaleerd, maar diepere analyse blijft uit. Dagelijks worden nieuwe regels en gedragscodes voorgesteld, maar waar komt dat wangedrag vandaan? Wat maakt iemand tot een ‘graaier’?

De belangrijkste oorzaak: er is gemeenschapsgeld, maar geen gemeenschap. Juist de bestuurders die dicht tegen de private sector aanzitten, zijn doordesemd van het marktdenken – in die zin zijn al die dure vertrekregelingen en extra’s enkel een imitatie van de bonuscultuur bij de banken. Meedoen met de grote jongens, dat was de droom. Bestuurders gingen zich zelf als ondernemers gedragen. Risicovolle investeringen met overheidsgeld, eigengereid handelen, vriendjespolitiek, zelfverrijking; je bent naïef als je niet beseft dat het bij uitstek menselijk is. Nog naïever ben je als je niet beseft dat het de afgelopen decennia is aangemoedigd.

Kritiek op die mentaliteit is al gauw afgunst. Ik geef toe, ik wil ook best op kosten van de gemeenschap met mijn bodyguard in Marbella dineren. Dat verdien ik namelijk.

PVV-Kamerlid Elissen kreeg deze week in het parlement de wind van voren toen hij zijn voorstel om voortaan alle declaraties van bestuurders openbaar te maken kracht bijzette door het declaratiegedrag van ambtenaren te hekelen. „Declareren is een automatisme geworden”, had hij tegen de Spits gezegd. Liesbeth Spies, minister van Binnenlandse Zaken, verklaarde dat er heus wel eens wat misging, maar „grosso modo gebeuren er geen al te gekke dingen”. Ook GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent ontkende: „Het zijn geen feestende zakkenvullers die het breed laten hangen. Dat is een beeld waartegen ik me verzet.”

Dat beeld blijft nu wel hangen, Ineke.

Maar ze heeft een punt. Het openbaar maken van de declaraties van Nederlandse politici in maart dit jaar onthulde vooral kleinzieligheid. Staatssecretaris Henk Bleker had wellicht een te dure hotelovernachting laten vergoeden, maar opzienbarend waren alleen de Xenos-kussentjes (36,09 euro) voor Blekers Haagse appartement en de gedeclareerde ‘Rimboe-sauzen’ van minister Jan-Kees de Jager.

Maar de toon is nu gezet. In de Kamer zal het voorlopig gaan over de noodzaak van een open register van declaraties, een ‘declaratiebijbel’ voor ambtenaren enzovoort. Spies verklaarde trots dat ze het schelrode tapijt van haar voorgangster op het ministerie toch maar mooi niet had laten vervangen.

Het zal weer gaan over een probleem dat geen probleem is. Het echte probleem ligt niet bij de overheid, maar bij de semi-overheid.

Een RTL-poll wees uit dat ruim 80 procent van de deelnemers vindt dat iedere declaratie van een gekozen bestuurder voortaan meteen openbaar gemaakt moet worden. Transparantie, niet als uiting van vertrouwen, maar van wantrouwen. Alsof het idee van een publieke zaak daarmee nieuw leven wordt ingeblazen.

    • Bas Heijne