Bij 1-1, in Grieks café: Waar is Merkel? Ik wil haar gezicht zien

Op een terrasje in Athene leven de Grieken mee met hun nationale voetbalelftal. De Duitsers blijken veel te sterk. „Zullen we het over iets anders hebben? De politiek?”

Giorgos Panaras zit vanavond in de rol van ‘Orakel Giorgos’. Hij had het tijdens vorige wedstrijden steeds bij het rechte eind, zeggen zijn vrienden, die zich vrijdagavond verzamelen op het terras van Café Achilles bij een parkje aan de rand van het centrum van Athene.

Ze willen hem dus kunnen geloven, als hij in de vijftigste minuut voorspelt dat Griekenland op het punt staat te scoren. En weer krijgt Giorgos gelijk, een paar minuten later. Het terras veert op. De euforie bij de 1-1 duurt precies vijf prachtige minuten. Te kort om alle opgepotte grappen in een keer te maken. ‘Waar is Merkel nou? Ik wil haar gezicht zien.’

Daarna wordt het snel stiller. De Duitsers spelen met het Griekse team als een kat met een vogel. Dat zullen ze op dit terras niet hardop zeggen, maar ontkennen kan ook niet met droge ogen. „Meer goals dan kansen”, zegt Gabi Gavriilidis, over het eigen nationale team.

Het terras van de taverna zit bomvol. Wie zeker wilde zijn van een tafel, moest reserveren. De gasten kijken geconcentreerd. Het is stil op straat. In de souflaki-tent ernaast wordt de hele avond stevig doorgegrild. De bezorgbrommers rijden alleen tijdens de rust. Vuilnismannen hangen scheef uit hun wagen om over de terrashaag een glimp mee te krijgen van het scherm.

Panaras neemt het 4-2 verlies luchtig op. Tijdens de voorbeschouwing, een uurtje voor aanvang van de wedstrijd tegen Duitsland zegt hij: „Als we verliezen was dit niet politiek. Als we winnen wel, dan hebben we het voor heel Europa gedaan.”

Niemand kan helemaal om de politieke context heen. Sportkranten, waarvan er in Griekenland ongeveer net zoveel zijn als algemene dagbladen, gaven vrijdag de duidelijkste opdrachten: stort ze in het bankroet, schreef SportDay. Derby News had een Spartaanse strijder tegen een achtergrond van een Griekse vlag en ‘kom maar op’.

De ene helft van de voorbeschouwingen gaat over voetbal. De andere helft over die andere volkssport, wedden, een miljardenindustrie in Griekenland. Iedere wijk heeft tenminste een taverna, een krantenkiosk en een inloopkantoortje van de Griekse Organisatie voor Voetbalvoorspellingen (OPAP), waar kan worden ingezet op alles wat beweegt. Aan de tafeltjes zitten hoofdzakelijk mannen, geroutineerd in te vullen wat de windhonden in Engeland doen, of wat de uitslag van de paardenraces zal zijn.

Iedereen heeft overal verstand van. Maar wat bij zo’n beladen wedstrijd de juiste inzet is, is onderwerp van intens debat. Tegen beter weten in zetten de meeste mannen in op Griekenland, vertelt de mollige vrouw achter de balie van een klein vol zaakje in het centrum van Athene. Ze klopt op haar borst. Wat kun je anders doen als Griek. Alleen de beroepsgokkers gedragen zich anders, zegt ze samenzweerderig, die wedden met grotere bedragen en tegen Griekenland.

Hoewel de staat nog altijd de grootste aandeelhouder is van sporttoto bedrijf OPAP, was de inschatting van het bedrijf zelf ook weinig sentimenteel. Wie erop gokte dat Duitsland won, krijgt 1,3 keer zijn geld terug. Gelijkspel kon 4,30 keer de inzet opleveren. Winst voor Griekenland het negenvoudige.

Commentatoren en kranten suggereren dat het beter is op een 5-0 verlies te mikken, en daaraan te verdienen door massaal op die uitslag te wedden. „Dan vieren de Duitsers feest. Maar als ze de volgende ochtend wakker worden lachen wij, want dan blijkt dat wij hun land gekocht hebben.” Het loopt allemaal anders. Panaras zakt steeds verder onderuit in zijn stoel. „Zullen we het over iets anders hebben? De politiek.”

    • Marloes de Koning