Column

Beelden en beeldjes

De Nachtwacht in zijn driedimensionale glorie staat er nog. Niet meer op het Rembrandtplein maar voor het Poesjkinmuseum in Moskou. Dan is er nog een Nachtwacht, te bezichtigen in de tuin van een van de keizerlijke paleizen in Sint Petersburg. En misschien is er een derde, die we kunnen bewonderen in Fontana Bad Nieuweschans, een kuuroord in Groningen.

Een paar weken geleden heb ik een stukje geschreven waarin ik het verdwijnen van de beeldengroep uit Amsterdam betreurde. Niet voor het eerst, dat heb ik toen ook beseft, maar er zijn nu eenmaal van die kwesties die je niet met rust laten. Misschien heb ik het deze keer aangrijpender gedaan, of met een dringender beroep op de collectieve kunstzin. Hoe dan ook, ik kreeg veel mails van mensen die beter geïnformeerd waren. Dank! Het totaal van de informatie was wat verwarrend zodat ik niet weet of er nu twee of drie Nachtwachten zijn. Maar er is één zekerheid: dit kunstwerk is niet verloren gegaan. Deze twee Russen, Alexander Taratynov en Mikhail Dronov hebben zich niet vergeefs laten inspireren. En terwijl ik dit schrijf, krijg ik een idee. Waarom geen afgietseltjes van deze beeldengroep gemaakt? Zo kun je in Athene modelletjes van de Akropolis kopen, in New York van het Empire State en het Chrysler Building, in Moskou een toren van het Kremlin, in Brussel van Manneke Pis, het houdt niet op. Ik ken iemand die een galerij van miniatuur beeldjes heeft: van Trotzki, Lenin, Stalin, Hitler, Mao Zedong, het hele historische panopticum. Het is zijn trots.

In deze tijd van crisis kunnen we de toeristenindustrie stimuleren door in de kraampjes om het Rijksmuseum kleine Nachtwachtjes aan te bieden, en dan ook natuurlijk Aardappeletertjes, want het Van Gogh is niet meer dan een steenworp verder, en als we dan toch bezig zijn, de Beanery van Edward Kienholz, zelfde formaat.

Dit meesterwerk dat ergens in de kelders van het Stedelijk Museum moet staan, heb ik al zeker tien jaar niet gezien. Eigenlijk zou het de plicht van museumdirecties moeten zijn om bij langdurige sluitingen de reproducties van een paar topstukken aan te bieden. Derving van kunstgenot dient ook gecompenseerd te worden. Hoe langer de sluiting, hoe hoger de vergoeding, niet in geld maar in objecten waardoor je je nog enigszins een voorstelling kunt maken van wat je mist.

In dat stukje van een paar weken geleden had ik me ook afgevraagd waarom onze internationaal beroemde bokser Bep van Klaveren geen standbeeld had. Een vergissing. Bep staat in zijn volle bronzen glorie in Rotterdam, aan het einde van de Goudse Rijweg, bij de Boezemsingel, naast de seniorenvestiging, waar vroeger de Koninginnekerk stond. Het beeld is gemaakt door Willem Verbon (1921-2003), die nog veel meer beelden van beroemdheden op zijn naam heeft.

De Koninginnekerk, een prachtig voorbeeld van jugendstil architectuur, is afgebroken. We zijn hier op de grens van Crooswijk, de buurt waar voor de oorlog de meest gevreesde jongens van Rotterdam woonden. En niet veel verder, in de Hugo de Grootstraat woonde Theo Huizenaar de bokspromotor. Ook beroemd. Allemaal geschiedenis.

Het verleden wordt in standbeelden bewaard. Het beste beeld in Rotterdam vind ik nog altijd dat van Ossip Zadkine, De Verwoeste Stad. Een man met opgeheven armen en het hart uit zijn lichaam gerukt. Het staat aan het einde van de Leuvehaven. Het duurde niet lang voor het een bijnaam had gekregen. De Rotterdammers noemen het Jan Gat. Daarna zijn er nog meer varianten gekomen.

Niet veel verder aan de Blaak was de gevel van een bankgebouw versierd met een vrouwelijk naakt. Dat werd Nakie van het Blakie. Nederlanders hebben de neiging om op die manier plechtigheid, schoonheid te relativeren. Tenzij een geëerd persoon in opspraak raakt.

Voor de oorlog gold Jan Pieterszoon Coen als een van de grondleggers van het Nederlandse imperium. In 1937 was het 350 jaar geleden dat hij in Hoorn werd geboren. Als kleine jongen hoorde ik op het filmjournaal in de Cineac hoe hij door minister-president Hendrik Colijn in de kerk werd herdacht. Een zwaarder, ronkender gegalm kun je je niet voorstellen. Intussen hebben historici vastgesteld dat bij dit imperialisme indertijd heel wat slachtoffers zijn gevallen. Nu wil een actiecomité de inscriptie op de sokkel van zijn standbeeld in overeenstemming met de waarheid brengen. Ruzie. Ik weet niet hoe het is afgelopen, en eerlijk gezegd, dat kan me niets schelen. Zo’n tekst hoort ook tot de historische werkelijkheid.

Maar het kan nog opmerkelijker. In iedere Nederlandse stad heb je wel een Prins Bernhardlaan. Intussen weten we dat deze prins niet van volstrekt onbesproken gedrag is geweest. In zo’n laan woonde of woont misschien nog een aantal zuiverheidsmaniakken. Ze hebben een comité gevormd. De laan moet een andere naam krijgen. Ze willen voortaan in de Sint-Bernhardshondlaan wonen. Dit werd me gemaild door iemand die ik zeer betrouwbaar acht.

Tot zover dit laatste nieuws over de standbeelden en andere bewijzen van eerbetoon. Ik dank alle lezers voor de moeite die ze hebben genomen om me tot in de finesse op de hoogte te stellen.