Als de korenmolen draaide, was Ko gelukkig

Trouwen, kinderen, carrière maken. Dat hoefde allemaal niet van hem. Als de wieken van zijn molen maar draaiden. Dan was Jacobus ‘Ko’ de Baar gelukkig.

Geen grond op aarde was Ko zo dierbaar als die bij De Blazekop, de korenmolen bij het Zeeuwse Ovezande. Hij werd hier 97 jaar geleden geboren en bleef tot op hoge leeftijd malen – als laatste beroepsmolenaar van Zeeland.

De man van de machine. Zo herinnert Bertus de Baar zijn oom met wie hij jaren samenwerkte. „Zakken meel versjouwen, molenstenen scherpen, mankementen verhelpen. Ko was een sterk mens. Als de anderen het meel verpatsten, bleef Ko bij de molen. Zorgen dat alles werkte. Dat vond hij mooi.”

Trots was De Baar toen hij met zijn drie broers in 1935 als eerste van het land Bilau-wieken monteerde op de korenmolen. Tientallen molenaars liepen uit om te zien hoe de wieken vanzelf afremden bij harde wind.

Tijdens de oorlog maalden Ko en zijn broers meel voor onderduikers. Dat moest ’s nachts om ontdekking door de bezetters te voorkomen. In een interview over zijn molen memoreerde Ko de spanning van die tijd. „Stilte was cruciaal. Het was oppassen dat we niet over kruipalen struikelden en gehoord zouden worden.” Ook bood Ko een aantal dagen onderdak aan 37 mensen die voor granaatvuur naar De Blazekop waren gevlucht.

Na de oorlog kregen de molenaars te maken met concurrentie van meelfabrieken met hun chemicaliën. Het meel was niet wit genoeg meer. Ko en zijn broers verlegden hun afzetmarkt naar boeren, aan wie ze veevoer leverden.

Ko de Baar werkte ook bij zijn broer Piet op diens maalderij in het Zeeuws-Vlaamse Graauw. Die molen was moderner en vereiste minder vakmanschap. Ko miste uitdaging. Hij installeerde een pers om meel tot veevoerkorrels te persen. Nauwkeurig hield hij iedere week het productieboek van de pers bij. Was de productie gestegen, dan reisde hij tevreden naar Zuid-Beveland. Bij een daling bleef hij in Graauw totdat hij de oorzaak had gevonden.

Na zijn pensioen bleef Ko werken, bij beide molens. Tot hij op zijn 85ste onder een auto kwam. Neef Bertus: „Toen heb ik tegen hem gezegd: ‘Ko, nu is het klaar’. Maar hij knapte op en liet de molen weer draaien, als vanouds.”

De laatste jaren woonde Ko in een bejaardenhuis in Lewedorp. Annette Peeters werkte op de afdeling waar hij zat. Ze zegt: „Wie Ko naar de molen vroeg, zag hem glunderen van oor tot oor. Dan kon zijn dag niet meer stuk.”

De Blazekop raakte na Ko’s vertrek in verval, maar werd tot zijn vreugde overgenomen en gerestaureerd door de Stichting Monumenten Goes. Ko heeft de opgeknapte molen nog zien draaien. Kort daarna, afgelopen Pasen, kwam hij ten val. Dat ongeluk kwam hij niet meer te boven. Tijdens de uitvaart, op dinsdag 5 juni, stonden de wieken van ‘zijn’ molen in rouwstand.

Tom Vennink

    • Tom Vennink