achter het stuur

‘De slechtste chauffeurs zijn mensen die niet vaak rijden’

Candy Dulfer (1969), saxofoniste.

Wat was uw eerste auto?

„Een niet te grote Volkswagen, ik denk dat het een Golfje was. Mijn vader zat in de auto’s en vond het wel een goede oefenauto voor mij. Ik weet er niet veel meer van, maar wel dat ik in die eerste auto te goed heb geleerd om te hard te rijden.”

Wat rijdt u nu?

„Een Porsche Panamera. De ideale auto voor mij: de ruimte van een limousine, maar je kunt ermee scheuren als met een sportwagen. Voor optredens met de band heb ik een Chrysler Town & Country, echt een ruimteauto.”

De beste chauffeurs: mannen of vrouwen?

„De slechtste chauffeurs zijn mensen die niet vaak rijden. De zondagsrijders. Wij muzikanten zijn vaak in het weekend op weg en dan zie je de gekste dingen gebeuren, zowel door mannen als door vrouwen.”

Wat is het stomste dat u ooit in of met een auto hebt gedaan?

„Ik moest een keer een voorrangsweg oversteken en het was kiele-kiele of ik had een wit autootje geraakt. Word ik even later door de politie aangehouden. Ik had het over dat kleine witte autootje dat opeens voor me opdook. Zegt die agent: Ja, dat waren wij…”

Te hard rijden of toch maar te laat komen?

„Te hard rijden lost niets op. Dat lees ik af aan mijn navigatiesysteem. Als ik 140 kilometer per uur ga rijden, scheelt dat maar een paar minuten.”

Wat is uw grootste ergernis achter het stuur?

„Me echt ergeren in het verkeer heb ik afgeleerd toen ik een jaar of dertig was. Anders kom ik echt helemaal gestresst thuis. Maar ik kan me wel heel kwaad maken over idioot gedrag, mensen die ’s nachts wedstrijdjes met elkaar gaan houden op de snelweg.”

Als ik minister van Verkeer was dan zou ik…

„…variabele snelheden invoeren op de snelwegen. Maar ja, denk ik dan, hebben Nederlanders daar de discipline wel voor? We zijn per slot van rekening geen Duitsers.”