Djokovic geeft Servië zijn trots terug

Novak Djokovic (25) won vorig jaar Wimbledon en is ook dit jaar een van de grote favorieten. ‘Nole’ leerde als kind al te focussen. Tijdens de bombardementen op Kosovo en Servië in 1999 zat het gezin ’s nachts in de schuilkelder van de flat, overdag ging Novak gewoon naar tennistraining.

Jonge Djokovic. Datering van de foto is onbekend.

Jelena Gencic kan nog bijna tot op de minuut nauwkeurig navertellen hoe in de zomer van 1992 een vijfjarig jongetje van achter het hek al haar bewegingen volgde terwijl ze les gaf op de tennisbanen van het Servische vakantieoord Kopaonik.

Het was het zoontje van de eigenaren van het pannenkoekententje naast hotel Baciste. Als zij van baan wisselde om een andere deelnemer aan het zomertenniskamp te instrueren, verplaatste het kleine jochie achter het hek zich ook.

‘Doe vanmiddag na de lunch maar met ons mee’, nodigde ze hem uit. „Een half uur te vroeg stond hij klaar met een keurig ingepakte tas met een banaan, een polsbandje, water, een handdoekje. ‘Heeft je moeder dat voor je gedaan’, vroeg ik? Hij was diep beledigd. ‘Nee, ik zelf’. Hij had op televisie gezien hoe professionele tennissers hun tas inpakten.”

Gencic, die eerder al Wimbledonkampioenen Monica Seles en Goran Ivanisevic trainde, had minder dan een middag nodig om te weten dat Novak Djokovic een groot talent was.

De bekende tenniscoach, voormalig tennisser en handballer, 74 jaar maar nog altijd met sportief kort blond haar en in trainingspak, doet altijd dezelfde test, vertelt ze in een café naast de parkeerplaats van tennisclub Bajnica. Daar geeft ze nog steeds les. Ze kijkt hoe lang kinderen haar blik vasthouden, om daaraan af te lezen hoe geconcentreerd ze zijn en of ze kunnen luisteren.

Intussen werkt dat niet meer. Gencic heeft zo vaak verteld over haar ontdekking en de test van Novak Djokovic – Serviërs verkleinen zijn naam liefkozend tot ‘Nole’ – , dat ouders hun kind op het hart drukken de mevrouw strak aan te blijven staren als ze hun kind bij haar op les sturen. Tennis is razend populair in Servië sinds het land de nummer een van de wereld levert.

Djokovic hield haar blik vast tot zij zelf haar ogen neersloeg.

‘Ga je ouders halen’, zei ze aan het einde van de eerste training. Toen hij terugkwam met Srdjan en Dijana Djokovic deelde ze het ondernemersechtpaar mee dat ze ‘een gouden kind’ hadden. Dat ging er bij de twee niet direct in. Niemand in de familie tenniste. De Djokovicen, een gezin uit Belgrado dat een deel van het jaar op Kopaonik woont en werkt, waren fanatieke skiërs. Kopaonik is in Servië vooral bekend vanwege de wintersport.

Toch was die middag het begin van een tenniscarrière die vanaf dat moment steil omhoog ging en die vooral door vader Srdjan, een dominante man met een sterke wil die Novak van hem geërfd zou hebben, als een serieuze investering is behandeld. Gencic begeleidde Djokovic acht jaar lang, tot hij op zijn dertiende naar de tennisschool van Niki Pilic in München ging. In Beieren kon in alle rust worden getraind.

Joegoslavië, het geboorteland van Djokovic, bestond intussen niet meer. Servië was overspoeld door honderdduizenden vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië. Drie jaar nadat daar de strijd was gestaakt, opende zich in Kosovo, toen nog een Servische provincie en vlakbij Kopaonik, een nieuw front. Vader Srdjan Djokovic is in Kosovo geboren, maar was vlak voor de geboorte van zijn oudste zoon Novak al naar Belgrado verhuisd, waar meer werk was. Het gezin kreeg een appartement in een van de vijf flats naast het militair ziekenhuis en tegenover tennisclub Bajnica.

Grootvader Djokovic, die Novak ’s middags altijd naar tennistraining bracht, woonde tot voor kort nog in een van de grijze blokflats. Hij is eind april op 84-jarige leeftijd overleden. Djokovic trok zich daarna terug uit de Serbia Open, het toernooi dat zijn familie organiseert. „Ik heb geen emotionele energie over”, verklaarde hij.

Het draagt alleen maar bij aan zijn populariteit in eigen land. Serviërs die hem kennen ra ken niet uitgepraat over wat een gewone jongen Djokovic is gebleven. Geconcentreerd op de baan, maar daarbuiten met meer dan een professionele lach voor zijn fans. Zijn trouw aan familie en de Servische orthodoxe kerk doet het goed in het conservatieve land. Tijdens toernooien staat hij bekend als ‘de djoker’ die lachers op zijn hand krijgt met lollige antwoorden en imitaties van andere spelers.

Zijn vermogen om zich op een wedstrijd te focussen, is versterkt tijdens de NAVO-bombardementen op Kosovo en Servië in het voorjaar van 1999, vertelt Djokovic zelf in een CNBC-reportage over zijn leven. De bombardementen gingen 78 dagen door. Tijdens de eerste week zat het gezin ’s nachts in de schuilkelder van de flat.

Daarna probeerde iedereen te doen alsof het leven gewoon doorging. Volwassenen gingen naar hun werk. Novak naar tennistraining.

„We stonden op de baan en hoorden de geluiden van een aanval op ons land. Het was een stressvolle tijd. Eigenlijk begrepen we niet goed wat er aan de hand was”, vertelt Branislav Pralica (25), al vijftien jaar een van de beste vrienden van Djokovic. Ze speelden lang bij dezelfde club en deden, soms als paar bij een dubbel, aan dezelfde toernooien mee. Als ze elkaar nu zien, gaan ze skiën, afgelopen februari nog, of spelen ze computergames.

„We schermden hem zoveel mogelijk af, probeerden dagelijkse problemen van hem weg te houden”, vertelt oom Goran Djokovic, die een grote rol heeft gespeeld in Novaks jeugd. Volgens hem was alles wat op de Balkan in de jaren negentig gebeurde, oneindig gecompliceerd. „Wie begon wat en waarom. Niet uit te leggen.”

Novak Djokovic leefde daarom volgens zijn oom op een ‘eiland van tennis’. Het gezin bracht maanden per jaar door op Kopaonik. Een vakantieoord waar volgens Goran Djokovic „zelfs de grootste oorlogscrimineel nog ontspannen is”. Van veel voorkomende problemen in de hoofdstad, zoals stroomuitval, merkte Novak daarom weinig.

Tijdens de bombardementen was het evenwel onmogelijk om het nieuws weg te houden van een kind. De situatie in Kopaonik was op de moment niet beter dan in Belgrado. Ook hotel Baciste naast de tennisbaan was een doelwit, omdat er troepen gelegerd waren en op Kopaonik een militaire basis was.

De NAVO-aanvallen hebben zijn neef Novak in zijn spel gesterkt, denkt Goran Djokovic. Hij is vicevoorzitter van de Servische tennisfederatie en organisator van de Serbia Open, het toernooi op het tenniscomplex van Family Sport, het bedrijf van de familie Djokovic. „Stel je voor dat iemand uit het publiek begint te schreeuwen. Als je gewend was door te spelen terwijl er bommen vielen, raak je van geschreeuw echt niet meer uit je concentratie.”

Family Sport begon in 2008 met de Serbia Open. Behalve een tenniscomplex heeft het familiebedrijf drie Novak-restaurants. In het logo is de O een tennisbal. Wie wil kan er, net als Novak tegenwoordig doet, glutenvrij eten. Het filiaal in Nieuw Belgrado heeft in de kelder een trofeeënkamer. Op de trappen naar de ingang staat een beeld van Novak in maliënkolder die een racket vast heeft als een zwaard.

Het leven van Djokovic draaide al snel enkel om tennis. Toen hij zeven was, mocht hij er in een kinderprogramma van de publieke omroep over komen vertellen. In tenniskleding en met een racket in de hand werd hij geïnterviewd door een ander jongetje. Op de vraag of hij ook wel eens gewoon speelde zoals andere kinderen, antwoordde Djokovic, witte pet met klep achterstevoren op zijn hoofd, dat hij dat ’s nachts doet, want overdag heeft hij school, dan training, dan huiswerk. Hij praat over tennis alsof het een veeleisende baan is. Bij de keuzevraag ‘tennis: spel of verplichting?’ kiest hij ‘verplichting’.

Wat begon als de hobby van een kind veranderde dan ook al snel in een geldverslindende carrière die veel eiste van de hele familie. Al het geld werd in de tenniscarrière van ‘Nole’ geïnvesteerd. En toen het geld op was, leende vader Srdjan bij louche figuren voor 10 tot 15 procent rente per maand. Als hij niet op tijd terugbetaalde, kreeg hij een mes op de keel, heeft hij later verteld op de Servische tv.

Mensen hebben daar wel eens kritiek op gehad en zich hardop afgevraagd of het niet mogelijk was de carrière van zo’n veelbelovende speler op een andere manier te financieren, vertelt oom Goran Djokovic op het terras van het tenniscentrum van de familie Djokovic aan de Donau. Een betere locatie is in Belgrado niet denkbaar, vlak bij de plek waar de rivier Sava en Donau elkaar raken. „Maar het geld was op zo’n moment direct nodig. Om een vliegticket te betalen. Om aan een toernooi deel te nemen.”

De gevolgen van de oorlog bedreigden de carrière van Djokovic. Servië was internationaal geïsoleerd. Er waren sancties. Voor buitenlandse toernooien was een visum nodig dat gemakkelijk dagen kon kosten om te bemachtigen, vertelt jeugdvriend Pralica. Hij is er van overtuigd dat Djokovic daardoor toernooien heeft gemist, maar heeft geen voorbeelden paraat.

„Door geldproblemen raakte Novak zo’n twee jaar achter op het schema dat ik voor hem had uitgestippeld”, zegt Gencic. Het is onduidelijk of hij doorhad hoe zeer de financiën drukten. Ongeveer vanaf zijn vijftiende was dat bewustzijn er wel, vertelt Pralica. Toen spraken de twee vrienden soms ook over het risico te falen. „Sport is keihard. Je wint of je verliest. Het was duidelijk dat hij goed was, dat hij een kans had. Maar er waren niet veel mensen waarop hij kon leunen.” In de resten van het door burgeroorlog verscheurde Joegoslavië bestonden geen beurzen, geen noemenswaardige sportfederaties of sponsoren. „Alles kwam op zijn ouders aan. Die hebben wonderen verricht.”

Dat ging wel gepaard met hooggespannen verwachtingen en druk op Novak. Hoewel de familie er niet in die termen over praat, is duidelijk dat met name de druk van zijn vader de tennisser soms bijna te veel is. De familie, die voorheen altijd met T-shirts met zijn afbeelding erop meereisde en op de eerste rij zat, houdt nu bewust ietsje meer afstand. De rol van zijn vriendin Jelena, een Servische die in Italië heeft gestudeerd, groeit in zijn entourage. Ze geldt nu samen met zijn vaste fysiotherapeut en de Sloveense coach Marian Vajda als het kernteam, dat al zes jaar onveranderd is.

Djokovic is nadrukkelijk trots op Servië. Hij laat nooit na bij een overwinning zijn land te noemen, een Servische vlag te tonen, of een drievinger gebaar te maken, dat in de regio geldt als Servisch en verwijst naar het orthodox christelijk geloof. In Servië wordt hij geroemd om zijn donaties aan kloosters in Kosovo, scholen en een ambulance. In Zvecan, de gemeente waar zijn vader is geboren, is sinds een paar jaar een ‘Djokovic tennis court’ hoewel er verder geen enkele tennisinfrastructuur is. Het wordt nu gebruikt voor basketbal.

Djokovic heeft het beeld van Servië, het land dat vaak wordt geassocieerd met oorlogsmisdadigers Slobodan Milosevic en Ratko Mladic, in positieve zin veranderd. Dat hij om belastingredenen en inmiddels ook voor de rust in Monte Carlo woont is hem vergeven. Het land heeft ook weinig voor hem gedaan, is de redenering.

„Het patriottisme van Djokovic werkt bevrijdend voor Serviërs”, zegt sportcommentator Aleksandar Stojanovic van de publieke omroep RTS. Hij was de voorgaande drie jaar de omroeper op de Serbia Open en heeft Djokovic van dichtbij meegemaakt.

Servisch nationalisme is besmet, legt Stojanovic uit. De associaties met de oorlogen zeer vers. Het is een opluchting voor Serviërs om een sportheld te hebben die op allerlei manieren de liefde voor zijn land uitdraagt. Op ‘Nole’ mag je gewoon trots zijn. Wie in Servië ‘Nole for president’ roept, meent het.