Zij is weg. Met zijn geld.

Ook als je ex-vrouw prima voor zichzelf kan zorgen, kun je als man worden verplicht om partneralimentatie te betalen, maximaal 12 jaar. VVD, PvdA en D66 vinden dat oneerlijk.

Joke Mat & Frederiek Weeda

Ooit was de duur van de alimentatie onbeperkt. Want de vrouw was afhankelijk van haar man en ook als het huwelijk mislukte, bleef haar welvaart zijn verantwoordelijkheid. In de jaren negentig werd de termijn verminderd tot maximaal twaalf jaar. Want veel vrouwen hadden die eeuwige bescherming niet meer nodig. En nu stellen VVD, PvdA en D66 voor om verplichting na een echtscheiding alimentatie aan de ex-partner te betalen, nóg verder te bekorten, tot maximaal vijf jaar.

Want zo langzamerhand is het juist de man die wel wat bescherming kan gebruiken.

Niet omdat de vrouwenemancipatie is doorgeslagen, maar omdat de wetgeving rondom echtscheidingen er de laatste jaren geen gelijke tred mee heeft gehouden. Een blik op de statistieken spreekt boekdelen. In minder dan 1 procent van de echtscheidingen wordt door de rechter alimentatie aan de man toegewezen. De vrouw krijgt van de rechter in ruim 16 procent van de echtscheidingen recht op een toelage van haar ex-man – ook als zij een goede baan heeft en prima voor zichzelf kan zorgen.

De bedragen aan de vrouw kunnen flink oplopen. Eenderde krijgt tot 400 euro per maand, ruim 40 procent tussen 400 en 1.200 euro, en de rest meer dan 1.200 euro. Dat moet eerlijker, vinden VVD, PvdA en D66. De verkorting van de alimentatieduur zou vrouwen bovendien dwingen om na de scheiding sneller een baan te zoeken en economisch zelfstandig te worden. Het zou vrouwen dus (verder) emanciperen.

Het huwelijk is de laatste decennia van karakter veranderd. Eigenlijk, zegt de Haagse psycholoog en conflictbemiddelaar Bert Ruitenbeek, is het ‘eeuwige huwelijk’ passé. Hij ziet meer in tijdelijke ‘huwelijkscontracten’ „Voor tien jaar of zo. Dat mág je natuurlijk verlengen. Maar het hoeft niet. En je spreekt van tevoren af hoe je het regelt als je uit elkaar gaat.”

Het treurige, zegt hij, is dat mensen met huwelijksproblemen vaak nooit goed hebben nagedacht over hun relatie. „Veel mensen hechten meer aan onderhoud van de auto dan aan onderhoud van de relatie. Iedereen zit maar op zijn iPhone te turen. En dan zijn ze verbaasd dat ze elkaar amper nog spreken. Ik zeg weleens: stuur eens een lief sms’je naar de vrouw die naast je zit op de bank.”

Ruitenbeek vindt het plan om de alimentatieduur te beperken een logische stap, ook met het oog op de rechten van mannen. „Veel mannen vinden het onrechtvaardig dat zij verplicht twaalf jaar partneralimentatie betalen terwijl hun vrouw werkt of kan werken. Helemaal als ze zelf niet willen scheiden of als de vrouw verliefd is op een ander. Maar het moet, als de man meer verdient dan zij.”

In Nederland verdient de man nog altijd meer dan de vrouw. Het doorsneemodel: hij werkt de hele week, zij een halve week om tijd te maken voor de kinderen. Dat is ook zichtbaar in de cijfers: slechts 1 procent van de alimentatiebetalers is vrouw. Maar het is voor de dertigers en veertigers van nu niet meer zoals bij oudere generaties dat de vrouw niet mocht werken. Dat ze afhankelijk was van haar man voor een inkomen. Dat ze thuis alles deed en zijn carrière mogelijk maakte.

Niettemin is het huidige wettelijk maximum van twaalf jaar in de rechtszaal een vrij onwrikbaar gegeven, zegt advocaat en echtscheidingsbemiddelaar Anciella van Bremen. „Ik vraag de rechter weleens om een kortere termijn, bijvoorbeeld als de kinderen al op de middelbare school zitten en de vrouw haar deeltijdbaan zou kunnen uitbreiden. Ik heb nooit meegemaakt dat de rechter dat toekende.”

Ook zij vindt twaalf jaar erg lang. „In sommige gevallen is het twaalf jaar niets hoeven doen om in je onderhoud te voorzien. Je kunt zelfs nog verlenging vragen. De duur van de alimentatie moet een reële termijn zijn. Gerelateerd aan de leeftijd van de kinderen en de baan van de vrouw.”

Het wetsvoorstel komt pas na de verkiezingen in de Tweede Kamer en de vraag is of andere en met name christelijke partijen erin mee zullen gaan. Maar CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg blijkt desgevraagd juist sterk voor de termijn van vijf jaar. Ze wil zelfs verder gaan, door geen uitzondering te maken voor moeders van jonge kinderen. „Dat vind ik ouderwets. Opvoeding wordt juist ingewikkeld als kinderen naar de middelbare school gaan. Dan komen ze in een kwetsbare fase.”

Renée Römkens, directeur van Aletta E-Quality, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, is „helemaal voor” economische zelfstandigheid van vrouwen, maar vraagt zich af of het nieuwe wetsvoorstel daaraan zal bijdragen. Die ‘prikkel’ die van het voorstel moet uitgaan, kan volgens haar alleen werken als mannen en vrouwen gelijke kansen hebben op een baan. En dat is niet zo. „Vrouwen hebben nog steeds een kwetsbaarder positie. Zij besteden gemiddeld 23,5 uur per week aan zorg, mannen 10,1 uur. Daardoor hebben ze minder werkervaring en is de toegang tot de arbeidsmarkt na scheiding niet gelijkelijk verdeeld.”

En Römkens verwacht niet dat getrouwde vrouwen bij de voorgestelde regeling meer gaan werken om na een eventuele echtscheiding een betere uitgangspositie te hebben. „Beslissingen als deze hebben een minder rationele grondslag dan wordt verondersteld. Het gaat om diepgewortelde patronen, met deels romantische ideeën. Vrouwen denken: mijn relatie houdt stand, en anders red ik me wel.”

Commentaar, op pagina 17