Welke olympiër krijgt de meeste stadionaandacht?

Vanavond staan er 42.000 mensen op de tribune in Gdansk, en maar 22 op het veld. Dat zijn bijna 2.000 supporters per voetballer. Nick Westgeest uit Rotterdam wil weten welke olympische sport deze zomer de meeste en de minste toeschouwers per atleet trekt.

Voor de Olympische Spelen in Londen zijn 8,8 miljoen kaarten beschikbaar. Voor de wedstrijden treden iets meer dan 10.000 sporters aan. Vergelijk het met de populatie van Zweden die de inwoners van het Drentse Klazienaveen komt toejuichen.

De website van de Spelen geeft een overzicht van de 34 wedstrijdterreinen. Voetbalstadion Wembley heeft met 90.000 zitplaatsen de grootste capaciteit. Sporters in de finales van het atletiektoernooi in het pas gebouwde Olympic Stadium krijgen gemiddeld echter de meeste aandacht van het stadionpubliek. Tijdens het koningsnummer van de Spelen, de honderd meter sprint, kijken 80.000 toeschouwers naar acht atleten: 10.000 kijkers per loper.

Het tennisveld is na de atletiekbaan de beste plek voor stadionaandacht. De twee finalisten spelen te midden van 15.000 supporters op het centre court van Wimbledon. Ook in andere een-tegen-eensporten zijn er relatief veel toeschouwers per sporter. Zo kunnen boksers, judoka’s en worstelaars in de finales op 5.000 supporters per persoon rekenen. De olympische voetballers moeten het in de eindronde doen met ieder 4.000 kijkers. Net als de schermers en beachvolleyballers.

Onderaan de ladder staan teamsporten in kleine arena’s. Wie veel aandacht zoekt, kan beter niet gaan synchroonzwemmen. Voor ieder van de acht teamleden zijn er 486 kijkers.

Het kleinste stadion is dat van de waterpoloërs. Zij spelen met z’n veertienen voor 5.000 mensen. Wie bekend wil worden, moet ook nog zijn helm afzetten.

Van alle olympiërs valt een turner in een ritmisch gymnastiekteam het minst op. In de finale is er plek voor 40 turners en slechts 6.000 toeschouwers. Waar de honderdmeterloper door 10.000 man wordt bekeken, zijn dat er slechts 150 voor de ritmisch turner.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl

    • Tom Vennink