Terug naar de kunst van het leven

Een groep kunstenaars bouwde bij kunstvereniging Diepenheim een tijdelijke gemeenschap waarin kunst en leven volledig versmolten.

De hut van sloophout, winkelkarretjes en oud ijzer van Ruchama Noorda.

Miranda en Maaike uit Markvelde zijn in het Pinksterweekend in Diepenheim in ondertrouw gegaan. Dit gebeurde op een Boerenbruiloft van Woeste Wieven, een feest dat een kunstwerk was van het duo Gil & Moti.

Het feest was deel van een evenement naar een idee van tentoonstellingsmaker Theo Tegelaers. Uitgangspunt was het boek van Bernard Rudofsky (1905-1988), Now I lay me down to eat, dat gaat over ‘the lost art of living’. Rudofsky ontwikkelde simpele ontwerpen voor gebruiksvoorwerpen die aan de basisfuncties van het leven voldoen. Tegelaers beschouwde het boek als een oproep om „terug te keren tot de alledaagse dingen van het leven”. Hij nodigde een groep kunstenaars uit om samen een tijdelijke gemeenschap te bouwen waarin kunst en leven volledig zouden versmelten. Het zou een experiment zijn dat ging over de vrijheid een nieuwe wereld te bouwen, in gedeeltelijke afzondering, in dit geval een verwaarloosd kampeerterrein aan de rand van Diepenheim. Hier hebben kunstenaars en vrijwilligers een basecamp gebouwd waar ze met Pinksteren drie dagen hebben gewoond. Now I lay me down to eat is gemodelleerd naar eerdere utopische experimenten, zoals Walden van Henry Thoreau.

Het moet een wild weekend zijn geweest. Er was een processie van sculpturen van hout en jute van Dan Geesin, die ’s avonds op rituele wijze zijn verbrand. Melanie Bonajo organiseerde een happening met ouden van dagen in rolstoelen. Ruchama Noorda initieerde een rave op de open plek voor de hut die zij bouwde van sloophout, winkelkarretjes en oud ijzer, bedekt met leem. In het kamp werden pizza’s gebakken in een lemen oven die tevens diende ter verwarming van een bad. Francisco Camacho organiseerde een reeks debatten over de grondwet en over kwesties als de verhouding tussen individuele vrijheid en collectieve waarden.

In Kunstvereniging Diepenheim is een documentaire tentoonstelling ingericht met de plannen en modellen die de kunstenaars in Diepenheim ontwikkelden. Op de benedenverdieping zijn overblijfselen van het basiskamp te zien. Ook op het kampeerterrein zijn nog resten te vinden. Zoals de oven, het bad en het gat van een bio-wc. De reliëfs over het thema van verheffing van de arbeider die zijn aanbracht op de façade, zijn ook nog zichtbaar.

Goede bedoelingen, gemeenschapskunst, sociaal engagement, het is een trend die al een poosje aan de gang is. Verkoopbare kunst levert het niet op, maar voor de mensen die erbij zijn geweest kan het een belangrijke herinnering zijn. Wat de film van Jasper van den Brink en de fotoreportage van Paulien van Oltheten laten zien is als een droom: lachende mensen in rolstoelen, versierd met groene takken en bloemen; een man spelend op een traporgeltje op een rijdende boerenkar; een kind dat gemasseerd wordt en in slaap valt.

Het in fysieke zin meest permanente resultaat is de folly van Graham Hudson, een nutteloos huis dat een verzameling is van bouwtechnieken en materialen die traditioneel zijn voor de omgeving van Diepenheim, zoals een rieten dak, oude houten balken, betonblokken, metselwerk, leem en koemest. Het staat bij een vinexwijk in aanbouw, als een metafoor voor het leven van toen en nu.

Now I lay me down to eat. Tentoonstelling in Kunstvereniging Diepenheim. T/m 2 september. Di-zo 11-17 uur. Inl: www.kunstvereniging.nl