Tegen het literaire doemdenken

Het eerste twitlit-seizoen laat de kracht van het experiment zien

Het eerste seizoen van NRC’s #twitlit eindigde deze week sprankelend met een sessie waarin Arnon Grunberg vragen van lezers over zijn roman De man zonder ziekte beantwoordde. Twitter lijkt voor Grunberg gemaakt: doordachte uitspraken over zijn boek wisselde hij af met razendsnelle, priemende terzijdes – en zo nu en dan verbale doodslag. Tegen televisiepersoonlijkheid/schrijver Arie Boomsma, die aangaf de sessie helaas voortijdig te moeten verlaten voor een optreden in Friesland: „Verkeerde prioriteiten. Die breken je nog eens op.” Tegen een lezer die tevergeefs grappig wilde zijn: „U bent niet helemaal wijs, maar dat wisten we al.”’

Over de vraag hoe Sam, de ogenschijnlijk passieve hoofdpersoon van de roman, gezien moet worden – breekt zijn naïviteit hem op, of is hij uiteindelijk ook schuldig? – zei Grunberg: „Het een sluit het ander niet uit. Integendeel.” Dus is Sam schuldig omdat hij naïef is? „Ja, als ik me hierover moet uitlaten, zou ik het zo wel zeggen. Maar ook omdat hij iets wil bewijzen.’’ Wat wil Sam bewijzen? „Dat hij geen slakje is. Zijn vriendin noemt hem slakje.” En: Sam is „slecht voorbereid op andere werkelijkheden dan zijn eigen.” Het gesprek is terug te lezen op #twitlit.

Het gesprek met Grunberg liet de kracht zien van het experiment dat #twitlit heet – en de zwakte. De hectiek van het vliegensvlugge vraag-en-antwoord zorgen voor een eigen dynamiek, die in niets lijkt op die van het gemiddelde literaire avondje. Voor alle deelnemende auteurs – Amy Waldman, Teju Cole en Arnon Grunberg – was het een nieuwe ervaring, dit snelschaken met lezers; alle drie lieten achteraf weten het vermakelijk en interessant te hebben gevonden. En zeker ook opwindend.

Lastiger is het om in zo’n gesprek de diepte in te gaan. De auteurs worden weliswaar tot aforistische helderheid gedwongen, maar een specifiek thema uitdiepen via tweets is lastig, zeker wanneer er veel lezers deelnemen aan het gesprek. Het vliegt dan al snel alle kanten op.

Wat dat betreft werken de sessies met gastlezers beter – die verlopen doorgaans rustiger, omdat het gaat om de leeservaring van één gast. Als je achteraf de tweets rustig terugleest, tref je vaak een onverwacht hecht betoog aan.

De discussies van de deelnemers onderling zijn vaak boeiend, maar hebben soms de neiging om vast te lopen in detailkwesties, waardoor ze voor nieuwkomers slecht te volgen zijn. Dat schrikt lezers af om zich in de discussie te mengen. Eens kijken wat daar aan te doen valt. Tot nu toe zijn er geen scheldpartijen geweest, alleen zo nu en dan wat stekeligheden – en een enkele ontevreden afhaker.

Al met al kijk ik met tevredenheid terug op de afgelopen drie maanden. Het is inspannend geweest, maar het was ook een geheel nieuwe ervaring. Vooral de hartstocht waarmee door zowel schrijvers als lezers over literatuur wordt gediscussieerd, in een tijd waarin het literaire doemdenken hoogtij viert, maakt het voor mij de moeite waard.

Mijn dank gaat uit naar auteurs van de gekozen boeken, naar de #twitlit lezers voor hun energieke bijdragen en ook naar de gastlezers, die zuiver voor hun plezier meededen: Lodewijk Asscher, Heleen Mees, Adriaan van Dis, Philip Huff en Marja Pruis. Ik vermoed dat het experiment na de zomervakantie een vervolg krijgt.

De Papiermolen verschijnt volgende week weer

    • Bas Heijne