Rekenkamer: overheid neemt risico met garanties

De garanties bedragen nu 77 procent van de omvang van de economie.

Den Haag. De overheid loopt steeds grotere financiële risico’s, maar voor de Tweede Kamer is de omvang hiervan onduidelijk. In vier jaar tijd zijn alleen al de overheidsgaranties verdubbeld tot 465 miljard euro.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het gisteren verschenen rapport Risico’s voor de overheidsfinanciën. Daarin wordt een overzicht geboden van de risico’s die de overheid loopt. Die bestaan deels uit expliciete garanties, bijvoorbeeld de Nationale Hypotheekgarantie of de gegarandeerde leningen aan Griekenland, Portugal en Ierland. Bij elkaar zijn die garanties toegenomen tot 77 procent van de omvang van de nationale economie. In 2008 lag dat percentage nog op 42 procent.

In een toelichting stelt collegelid Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer dat Nederland is veranderd van een verzorgingsstaat in een garantiestaat. Door de oplopende schulden in Europa neemt de weerbaarheid van de Staat tegen de financiële risico’s af.

Reden te meer, volgens de Rekenkamer, voor de Tweede Kamer om de risico’s goed in de gaten te houden. Niet alleen de expliciet afgegeven garanties vormen voor de overheid een risico. Er bestaan ook impliciete risico’s, waarvan de omvang veel moeilijker is te bepalen; bijvoorbeeld als het financiële systeem in gevaar komt, zoals dat in 2008 gebeurde.

Verder onderscheidt de Algemene Rekenkamer ook trendmatige risico’s. Zo nemen door de vergrijzing de uitgaven aan AOW en zorg toe. nrc