Redding van Vestia helpt bouwsector niet

Voor 2 miljard euro kocht corporatie Vestia deze week de banken af. Voor de bouw verandert de deal alleen niet veel. Een grote opdrachtgever valt weg – en dat in crisistijd.

Rotterdam, 22 juni 2012 Het Hakagebouw; eigendom van Vestia. Foto: Walter Herfst

Eppo König en Tom Kreling

‘Vestia bouwt door!’ Het was tot voor kort het motto van de woningcorporatie. „Vestia laat zich niet weerhouden door krappe marktomstandigheden”, stond er boven persberichten. In december vorig jaar bijvoorbeeld, toen de bouw van 200 woningen in het project ‘Heerlijk Houtingen’ begon. „Met dit project bouwt Vestia het grootste woningbouwproject van Rotterdam dit jaar. En dat in een tijd waarin bouwen niet vanzelfsprekend is.”

Het motto stamt uit de tijd dat Vestia nog prat ging op zijn goedkope leningen. Met renteverzekeringen (derivaten) drukte de corporatie de rente, zodat meer geld overbleef om te bouwen. Ondanks de crisis en de stagnerende woningmarkt leverde Vestia in 2010 nog 1.800 woningen op. Dat is „bijzonder’’, schreef de corporatie in het verantwoordingsverslag. „De verwachte productie blijft hoog – ook de komende jaren.”

Maar Vestia bouwt niet meer door. Toen de rente niet meer steeg maar juist daalde, bleek hoe risicovol de derivaten waren. De banken eisten vele honderden miljoenen euro’s aan extra onderpand van de corporatie. Afgelopen maandag sloot Vestia een akkoord met de banken over een afkoopsom van 2 miljard euro.

De deal heeft een faillissement voorkomen, maar lenen kan de corporatie voorlopig vergeten. Vestia schrapt nog steeds alle bouwprojecten waar zij onderuit kan. Andere corporaties zijn in overleg met Vestia om projecten over te nemen. Mogelijk blijft er ruimte voor sociale huurwoningen die met subsidie worden gebouwd. Ook koopwoningen voor lage en middeninkomens zouden een optie zijn – als minimaal 80 procent in de voorverkoop is verkocht.

Dura Vermeer uit Zoetermeer is de eerste bouwer die over de economische schade begint (zie inzet). Het bedrijf was één van de grootste bouwers voor Vestia en is alleen in Nederland actief. Andere bouwers zijn terughoudend over de schade, blijkt uit een rondgang door deze krant. Lokale aannemers die voor Vestia werken, zeggen niets of wijzen naar de concurrent. Het bekende Heijmans zegt in een e-mail geen uitspraken te kunnen doen over „mogelijke consequenties’’. De grootste, BAM, heeft op dit moment „geen noemenswaardige projecten’’ bij Vestia, zegt Paul Born, directeur van de sectie Woningbouw. „Soms heb je geluk.”

De zaak-Vestia is een extra klap voor de bouwsector in crisistijd. De landelijke productie is tussen 2008 en 2011 al gedaald van 79.000 naar 58.000 woningen. Het aantal mensen dat in de sector werkt, is in diezelfde periode teruggelopen met 28.000 tot in totaal 471.000. Na bijna vier jaar van crisis vallen in een hoog tempo bouwbedrijven om. Het aantal faillissementen zat in het eerste kwartaal op een piek van 367.

„Grote concerns zijn nog steeds aan het afslanken”, zegt Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), een denktank. „Veel kleine en middelgrote bouwbedrijven hebben moeite om overeind te blijven. Bedrijven die gespecialiseerd zijn in woningbouw en veel eigen personeel hebben worden het hardst getroffen. Een groot deel van hun omzet is weggevallen en de prijzen staan onder druk door steeds scherpere concurrentie.”

Een probleem is dat banken sinds de zaak-Vestia terughoudend zijn met leningen aan andere corporaties. En als de corporatiesector minder bouwprojecten gefinancierd krijgt, valt een belangrijke opdrachtgever in de bouwsector weg. Van alle nieuwbouwwoningen in 2011 is ruim de helft (circa 58 procent of ruim 35.000 woningen) voor corporaties gebouwd, volgens voorlopige cijfers van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) van deze week.

Uit de jaarlijkse peiling van het CFV blijkt dat corporaties tot en met 2016 „veel minder koopwoningen willen bouwen en veel minder huurwoningen willen slopen”. In totaal (bouw plus onderhoud en renovatie) willen ze de komende vier jaar 39 miljard euro investeren in vastgoed voor verhuur. Dat is 5,1 miljard euro minder (12 procent) dan ze vorig jaar in de peiling aangaven en 7,9 miljard euro minder (17 procent) minder dan in de prognose uit 2010. Bovendien: de peiling van het CFV is gedaan nog vóór banken kritischer werden met het verstrekken van leningen.

De crux is dat de sociale taak van corporaties in crisistijd onder druk komt te staan. Directeur Van Hoek van het EIB: „Met de huuropbrengsten verdienen corporaties de bouwkosten van sociale huurwoningen vaak niet terug. Het is de vraag hoeveel verliesgevende activiteiten corporaties zich de komende jaren kunnen en willen permitteren.”

Voorzitter John Kerstens van FNV Bouw zei vorige week dat banken „hun laatste krediet in de samenleving” verspelen. De vakbond dringt er bij banken op aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. „Banken moeten juist nu bouwprojecten van corporaties blijven financieren”, zegt Kerstens. „Veel bouwers hangen met hun vingers aan de rand van de afgrond.”

    • Tom Kreling
    • Eppo König