Perfectionist

Op 9 mei 1957 moest de filmster Kirk Douglas om 7.45 zijn hotel verlaten. Vervolgens werd hij om 8.15 bij de make-up en om 8.30 op de filmset voor de opnamen van Paths of Glory verwacht.

Hoe ik dat weet? De roosters van zulke shooting days zag ik op de tentoonstelling in het Amsterdamse Filmmuseum Eye over regisseur Stanley Kubrick. Het was de eerste dag na de officiële opening en de drukte op deze doordeweekse dag was al zo groot dat ik mijn hart vasthoud voor degenen die in het weekend komen kijken. Laat u echter door niets weerhouden: het is een schitterende tentoonstelling, een zeer overzichtelijke terugblik op het werk van een briljant regisseur.

Aan elk van zijn films is een afdeling gewijd: met enkele intrigerende sleutelscènes, op een groot scherm geprojecteerd, en met tegen de muren (helaas niet altijd goed leesbaar) gegevens over de film en bijbehorende attributen, zoals de typemachine uit The Shining en de maskers uit Eyes Wide Shut.

Wat ik er vooral aan overhield, was een sterk verlangen om al die films opnieuw te gaan zien. Op The Killing en Barry Lyndon na heb ik ze allemaal gezien, maar vaak zo lang geleden dat ik er nog maar een flauwe herinnering aan heb. Hoe ging het ook weer precies verder? Dat is de kwellende vraag waarmee je door die tentoonstelling loopt. Je ziet Humbert Humbert de teennagels lakken van Lolita terwijl hij jaloersig vraagt waar ze de vorige dag heeft uitgehangen. Ze weet toch dat al die jonge vriendjes van haar alleen maar vunzige bedoelingen hebben? „Daar moet jij wat van zeggen”, reageert Lolita meewarig.

Je loopt door en zit opeens midden in een dansscène uit Eyes Wide Shut. Een charmante, grijzende heer vraagt aan Nicole Kidman: „Waarom zou een mooie vrouw als u die iedereen kan krijgen, getrouwd willen zijn?”

„Waarom zou ze dat niet willen”, vraagt Kidman.

„Is het zo erg”, vraagt de man.

Later op de middag zag ik in Eye de bijna drie uur durende documentaire Stanley Kubrick: A Life in Pictures uit 2001 van Jan Harlan, een oud-medewerker van Kubrick en broer van diens weduwe Christiane. Harlan vertelde in een woordje vooraf dat het hem geen moeite had gekost ook de beroemdste coryfeeën – Tom Cruise, Jack Nicholson – aan de praat te krijgen. Ze hadden de beste herinneringen aan Kubrick, een moeilijke man, perfectionist in hart en nieren, maar zó bezield van zijn werk dat hij hen meezoog in de uitputtingsslag die elke opnamedag was.

Maar wat hij met zijn films wilde uitdrukken, hoorden ook de acteurs niet van hem. Nicole Kidman: „Als je vroeg waar het over ging, keek hij naar de grond en van je weg.”

Er zit in deze documentaire ook veel lof van andere regisseurs – Woody Allen, Martin Scorsese, Steven Spielberg – over Kubrick. „Elke keer ontdek je weer nieuwe dingen aan een film van hem”, zegt Scorsese. Allen moest bekennen dat hij 2001: A Space Odyssee pas een meesterwerk vond toen hij hem voor de derde keer had gezien.

Zelf komt Kubrick niet aan het woord. Wie was zíjn grote voorbeeld geweest, vroeg ik me af. Het antwoord vond ik pas thuis, op internet, waar een brief circuleert die Kubrick in 1960 aan Ingmar Bergman schreef. „Uw kijk op het leven heeft me diep ontroerd, dieper dan ik ooit ontroerd ben door enige andere film”, schreef Kubrick. „Ik denk dat u de grootste filmmaker van deze tijd bent.”

Tip voor Eye: de volgende tentoonstelling over Ingmar Bergman?

    • Frits Abrahams