Optimisme van een miljardair

Hughes (Leonardo DiCaprio) met Ava Gardner (Kate Beckinsale)

Het stormachtige leven van uitvinder, vliegenier, miljardair, rokkenjager en kluizenaar Howard Hughes (1905-1976) past niet in één film. Dat zagen Martin Scorsese en zijn scenarist John Logan goed in. Daarom beperken zij zich tot de hoogtijdagen van de man met smetvrees, die ook nog eens filmproducent en regisseur was.

Het boeiende eerste uur van The Aviator gaat over de getroebleerde productie van Hell’s Angels, Hughes’ debuutfilm. Hughes kreeg op 19-jarige leeftijd veel geld uit een erfenis en beschikte over een gigantisch aantal vliegtuigen die de gevechtsscènes – de film speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog – realistisch moesten maken.

In The Aviator wordt duidelijk dat deze opnames een lang en kostbaar project waren. Pas als Hughes ontdekt dat de snelheid van zijn vliegtuigen beter zichtbaar wordt tegen een stabiele wolkenachtergrond, komt er schot in de zaak. Maar dan is de geluidsfilm al niet meer weg te denken uit Hollywood. Hughes besluit Hell’s Angels opnieuw te draaien, maar nu als geluidsfilm. In 1930 ging de film, die drie jaar kostte om te maken en daardoor een van de duurste films aller tijden was, eindelijk in première.

The Aviator gaat door tot halverwege de jaren veertig en legt niet alleen parallellen tussen de opkomst van het medium film en de luchtvaart, maar ook met de geschiedenis van Amerika. Van onbevangen optimisme naar verloren onschuld.

    • André Waardenburg