Opnieuw spreekrecht voor ouders in een zedenzaak

Ook in een Amstelveense zedenzaak mogen ouders namens hun zeer jonge kinderen een verklaring afleggen. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam gisteren bepaald in de rechtszaak tegen Flovin O. en Mathijs van der M.

De twee mannen, die samen in een huis in Amstelveen woonden, worden verdacht van het bezit van kinderporno. Flovin O. wordt er ook van verdacht dat hij samen met Robert M. een kind heeft misbruikt. Matthijs van der M. werkte op verschillende kinderdagverblijven in Amstelveen. Er zijn geen aanwijzingen dat hij kinderen fysiek heeft misbruikt.

Wetsvoorstel voor spreekrecht van Teeven

Eerder al kregen de ouders van slachtoffers van Robert M. in de Amsterdamse zedenzaak spreekrecht toegekend. Dat was opmerkelijk omdat de wet alleen slachtoffers zelf spreekrecht gunt. Staatssecretaris Teeven (Veiligheid, VVD) heeft een wetsvoorstel ingediend dat ouders als vertegenwoordigers van jonge kinderen spreekrecht geeft.

De advocaten van Flovin O. en Matthijs van der M. hadden betoogd dat de kinderen op pornografisch materiaal dat is gevonden in het huis van Van der M. en O. geen direct slachtoffer van hen zijn. Maar volgens de rechtbank kunnen gevoelens van “schuld en schaamte” een “rechtstreeks gevolg” zijn van de wetenschap dat iemand in het bezit is van pornografie waarop de betrokkene is afgebeeld. De rechtbank weegt mee dat een wetsvoorstel is ingediend waarbij de positie van het slachtoffer in het strafrecht “verder zal worden versterkt”.

In de eerdere zaak, tegen Robert M., noemde de rechtbank de unieke aard en omvang van die zaak (zeer ernstig misbruik van 67 zeer jonge kinderen) als reden om het spreekrecht aan de ouders van betrokken kinderen te gunnen.