Ondertussen in Krakau - adelaar en Davidster

Het logo van de JRMIP. Het logo van de JRMIP.

Hij zit nog steeds in mijn portemonnee: de lidmaatschapskaart van de Jewish Renaissance Movement in Poland (JRMIP). Op een bloedrood veld prijken een witte Poolse adelaar en een joodse Davidster. Het enige wat ontbreekt is mijn naam en mijn lidmaatschapsnummer op de achterkant. En een stempel natuurlijk.

De kaart heb ik gejat op de Berlijnse Biënnale. Op de tentoonstellingsruimte aan de Auguststrasse leek het kantoor van de JRMIP even onbemand. In de hoek een rood-witte vlag, met het JRMIP-embleem, op het kleine bureau een computer, pennen, losse velletjes met notities. Het afdelingshoofd-Berlijn was even afwezig, zo leek het.

Natuurlijk bestaat de Jewish Renaissance Movement niet echt. Maar ondertussen vond vorige maand wel het eerste internationale congres van de JRMIP in Berlijn plaats. De boodschap: ’3,5 miljoen joden kunnen het leven van 40 miljoen Polen veranderen.’

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden er 3,5 miljoen joden in Polen. En als het aan de Israëlische kunstenares Yael Bartana ligt, keren joden zo snel mogelijk terug naar hun Poolse vaderland. Het is een anti-zionistische boodschap, die is verpakt in de totalitaire beeldentaal van de twintigste eeuw. In de film Mary Koszmary (‘Dromen en nachtmerries’) spreekt een jonge Joodse leider in het vervallen Stadion Narodowy (inmiddeld herbouwd tot een gloednieuw nationaal stadion) tot imaginaire joodse massa’s. In Mur i Wieza, (Muur en toren) bouwen Joodse kolonisen onder de klanken van het Poolse volkslied een nederzetting in Warschau. In de derde film, Zamach, (Aanslag) blijkt de jonge JRMIP-leider ineens vermoord.

Mary Koszmary:

Mur i Wieza:

Zamach:

Het zijn krachtige, schurende beelden. Maar de Joodse Renaissance die Yaël Bartana wenst, voltrekt zich al in Krakau - zij het op bescheiden schaal. Bij het Jewish Community Centre (JCC) in Krakau hebben zich inmiddels 400 Poolse Joden ingeschreven.

“Voor het eerst zien we iets van joods leven ontstaan in deze stad”, zegt de Amerikaanse directeur van het JCC, Jonathan Ornstein.

Ishbel Szatrawksa. Foto Steven Derix / NRC

Ishbel Szatrawksa. Foto Steven Derix / NRCIshbel Szatrawksa. Foto Steven Derix / NRC

Veel van de leden van het JCC wisten tot voor kort niet dat ze van joodse afkomst waren. Ishbel Szatrawka (31) groeide op in een klein stadje in Oost-Pruisen, en speelde als klein kind op de ruïnes van Hitlers hoofdwartier, de Wolfsschanze.

Achteraf gezien waren de aanwijzingen talrijk. Maar Szatrarwaka’s grootvader had besloten dat het beter was om zijn joodse achtergrond verborgen te houden – zelfs voor zijn kinderen en kleinkinderen. Dat is niet zo vreemd, als je bedenkt dat nog eind jaren zestig joodse Polen zich gedwongen voelden om te emigreren, vanwege de ‘antiozionistische’ campagne van het communistische regime. Szatrawka’s grootvader werd tijdelijk ontslagen. En pas na zijn dood, eind jaren negentig, kwam de hele familiegeschiedenis naar buiten.

Ishbel Szatrawksa (31) studeert aan de filmacademie in Krakau, en werkt parttime op het Joods gemeenshapscentrum in Krakau. Nadat ze haar joodse achtergrond ontdekte, was ze een tijdje religieus, en voerde ze een kosjere keuken. Dat doet ze nu niet meer. “Ik geloof eigenlijk niet in God.” Ishbel Szatrawska wil best naar Israël, maar alleen voor een vakantie. “Polen is mijn thuis.”

Volgende maand wordt opnieuw het Joods Cultureel Festival gehouden in Krakau. Bekijk het programma hier.

    • Steven Derix