Oh ja, er zijn ook paarden

Alleen hoe je er uitziet telt op Ladies’ Day van paardenrace Ascot. Slippers blijken bij het deftige festijn van onschatbare waarde.

De Racing Post deelt op de weg naar het station slippers uit. Aan het einde van Ladies’ Day op Royal Ascot gaat het niet meer om de hoeden. Het gaat om de hakken. Want die zijn hoog, hoger, hoogst. En in combinatie met gras – modderig zacht door de regen – en enkele uren staan juichen langs de renbaan, doen zelfs de voeten van de meest geoefende hakkendraagster pijn.

Op het complex vlakbij Windsor pik je de ervaren Ascot-gangers er zo uit. Die hebben in hun minuscule tasjes naast een lippenstift een paar platte schoenen weten te wurmen. En je ziet zo wie genodigd waren in een loge, of de Royal Enclosure, de koninklijke omheining. Die hebben veelal kunnen zitten en lopen nog elegant naar het parkeerterrein. Als ze nog meer geluk hebben, is dat terrein nummer 1, waar de parkeerplaatsen van generatie op generatie worden doorgegeven.

De kledingregels zeiden niets over schoeisel. De brief die bij mijn toegangspas zat, had het over hoeden met een rand van minimaal tien centimeter en een verbod op fascinators – haarbanden met bloemen en veren, populair gemaakt door Kate Middleton – in de Royal Enclosure. Op de net iets minder mooie plaatsen mocht er van alles op het hoofd, maar waren strapless jurken verboden, net als spaghettibandjes, blote ruggen en blote buiken.

De jurken moesten bovendien een „eerbare lengte” hebben, dus net boven de knie. „Dames worden aangemoedigd om zich te kleden op een manier die een formele gelegenheid betaamt.” In tegenstelling tot voorgaande jaren stonden er bij de ingang in het paars geklede meisjes die sjaals uitdeelden aan overtreders. Mannen moesten een jasje aan en das, in de koninklijke omheining een jacquet met vest en hoge hoed. Alleen in de Silver Ring kon alles, al werd men ook daar „aangemoedigd nette kleren te dragen”.

Van tevoren werd geklaagd dat dit wel erg elitair was. Was het niet een manier om de gewone man de toegang te weren? Nee, zei een woordvoerder van Royal Ascot stellig: „Onze bezoekers willen graag terug naar de situatie waar men algemeen accepteert dat dit een formele gelegenheid is en niet een gelegenheid waarop je je kleedt alsof je naar een nachtclub gaat.” Vorig jaar was er een vechtpartij geweest en waren er – zelfs voor Engelse begrippen – wel erg blote jurken te zien.

Al in de trein naar Ascot was te zien en te beluisteren dat men daar alle begrip voor had. De renbaan van Aintree, bij Liverpool, waar de roemruchte afvalrace Grand National wordt gehouden, is een schrikbeeld onder het Zuid-Engelse publiek. Daar geldt: hoe meer nepbruin, hoe meer haarextensies en hoe korter de jurk, des te beter. Ascot is niet voor niets koninklijk, hield een hoogleraar me voor.

Daar horen elegantie en etiquette bij. Ook in de Silver Ring, waar men op zijn paasbest gekleed net doet alsof het niet regent en niet koud is, en in de buitenlucht blijft picknicken – en vooral drinken. In de Grandstand zijn de mooiste hoedencreaties te zien: een theeset op een hoed, een bloementuin met vogels, een soort paasei met parels. Onhandig zijn ze wel: ze waaien weg, ze blokkeren ieder zicht, en een glas champagne drinken kan niet.

En in de Royal Enclosure? Daar mag je alleen in als genodigde van iemand die zelf vier keer achter elkaar is geweest. Tot vijf jaar geleden moest je zelfs twee bezoekers kennen die al zeven keer achtereenvolgens Ascot hadden bijgewoond. Koningin Elizabeth kom je er overigens niet tegen. Zij heeft haar eigen loge.