In het marriage light zijn de eerste drie jaar proeftijd

Plannen met als motto ‘de tijd is voorbij dat...’ dienen altijd met enig wantrouwen te worden behandeld. Is dat echt zo? En ook voor iedereen tegelijk? Of neemt een voorhoede ongemerkt terrein in waar nog burgers uit de ‘oude tijd’ met rechten, plichten of reële verwachtingen verblijven?

Het initiatiefwetsvoorstel om de partneralimentatie te beperken tot vijf jaar en af te schaffen voor huwelijken die korter dan 3 jaar duurden, lijkt echter makkelijk voor het examen ‘nieuwe tijd’ te slagen. Vroeger mochten vrouwen die trouwden ervan uitgaan dat zij zich geheel konden wijden aan de opvoeding van de kinderen. En dat zij voor hun levensonderhoud afhankelijk zouden zijn van hun man en niet van de arbeidsmarkt. De bijbehorende termijn van 12 jaar voor partneralimentatie is inmiddels onbillijk en verouderd. PvdA, D66 en VVD trekken dan ook de juiste conclusie met dit opvallende gezamenlijke wetsvoorstel. Zeker nu 1 op de 3 huwelijken in scheiding pleegt te eindigen. Het huwelijk is de facto een lossere band geworden. Daarbij horen minder zware verplichtingen.

Het ware te wensen dat deze partijen elkaar even makkelijk vinden bij andere, even noodzakelijke versoepeling. De arbeidsmarkt en woningmarkt, nauw verwant aan de relatiemarkt, vragen ook om meer flexibele arrangementen. Dit voorstel smaakt naar meer.

Jonge vrouwen en mannen zijn allang gelijkwaardige deelnemers aan de arbeidsmarkt. Maatschappelijk wordt ook van man en vrouw verwacht dat zij zelf in hun levensonderhoud voorzien. Een relatie brengt daar in principe geen verandering meer in. Ook gescheiden moeders (en vaders) worden weer op de arbeidsmarkt verwacht. Ook als ze enige jaren aan zorg en opvoeding hebben besteed. Dat is niet alleen een sociale kwestie, maar ook een economische. Een vergrijzende samenleving kan zich het arrangement van de vrijgestelde partner niet meer veroorloven.

Het wetsvoorstel bevat één opvallend nieuw element. De eerste drie huwelijksjaren worden kennelijk als proeftijd gezien, waarin geen alimentatieverplichtingen groeien. Over het huwelijk zegt het burgerlijk wetboek nu nog ongeclausuleerd: „Echtgenoten zijn elkander getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Zij zijn verplicht elkander het nodige te verschaffen”. Dat ligt straks dus een klein beetje anders. Jonggetrouwden worden gestimuleerd om de eerste drie jaar van hun huwelijk hun financiële zelfstandigheid niet op te geven. Het alimentatievangnet bestaat dan immers nog niet. In de eerste drie jaar bestaat er dus een marriage light. Trouwen als groeimodel. Van samenwonen via ‘licht getrouwd’ naar echt getrouwd.

Een moderne oplossing.