‘Hoezo Gdansk? Wij wonen in Danzig’

In de kwartfinale voetbalt Duitsland vanavond tegen Griekenland. Het duel wordt gespeeld in het Poolse Gdansk, een stad met een Duitse geschiedenis.

Het eiland Granary uit de fotoreportage Requiem over Polen en Duitsers in Gdansk (Danzig). Foto Piotr Wittman

„Heimat, Heimat”, klinkt het uit volle borst uit de kelen van een groepje zingende bejaarde mannen en vrouwen als ze het lied Danziger Frauen aanheffen. Een vast ritueel. Ze verzamelen zich iedere woensdagmiddag in het gebouw van de Bund der Deutschen Minderheit in Danzig. De Polen mogen hun stad dan hebben omgedoopt tot Gdansk, deze Duitsers zullen tot aan hun dood over Danzig reppen. „Het is toch prachtig dat de Mannschaft hier nu speelt. Ik volg al hun wedstrijden”, zegt de 77- jarige Alex Bolin. „De Polen zijn al uitgespeeld.”

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de voormalige Freie Stadt Danzig in Poolse handen, nadat de Duitsers waren verjaagd door oprukkende Sovjettroepen. Dat ging met grof geweld gepaard. Slechts een handjevol Duitsers bleef al dan niet gedwongen door omstandigheden achter. „Onze familie wist zich te verstoppen, maar vrijwel alles om hen heen werd verwoest”, vertelt Charlotte Litwin Witmer. „Ik moest opeens naar een Poolse school. Daar werd je uitgemaakt voor Hitlerowski. De haat tegen de Duitsers heeft lang geduurd.”

Vandaag de dag is de haat tussen de Polen en de Duitsers al lang verleden tijd. De Duitse minderheid wordt in Gdansk gerespecteerd, zolang ze zich maar aan alle Poolse wetten houden. „We sterven langzaam uit en zo blijft er van de Duitse wortels hier straks niets meer over”, , zegt Bolin, wiens kinderen en kleinkinderen al jaren geleden naar Düsseldorf zijn verhuisd. „Nee, onze jongeren hebben niets met deze stad. Maar ik wel. Ik ben als Danziger geboren en zal als Danziger sterven.”

Het Duitse voetbalelftal heeft zijn basiskamp opgeslagen in Gdansk en werkt de trainingen af in het oude stadion van Lechia Gdansk in de stad waar voor de oorlog clubs met namen als SC Preußen Danzig en BuEV Danzig de dienst uitmaakten. De Duitse ploeg van bondscoach Joachim Löw speelt vanavond in de kwartfinale van het EK in de schitterende PGA Arena tegen Griekenland. Bolin en zijn oude makkers zullen niet bij de wedstrijd aanwezig zijn. „Nee, we konden geen kaarten krijgen. Maar we kijken wel op de televisie. Op een Duitse zender uiteraard”, zegt hij roerend in een kopje koffie.

Tienduizenden Duitse supporters worden door de gemeente Gdansk met open armen ontvangen. Zoals de Poolse stad vorige week ook genoot van Spaanse, Italiaanse, Ierse en Kroatische voetbalfans. „Natuurlijk worden de Duitsers nu van harte welkom geheten. Ze brengen nu geld in het laadje”, zegt Bruno Polzfuss, die ruim tien jaar in Gdansk woont, maar nooit Pools heeft geleerd. Hard lachend voegt hij daaraan toe: „En ze zullen nu wel uit eigen beweging allemaal weer weggaan.”

De Duitse voetbalbond wil tijdens het verblijf in Gdansk niet voorbijgaan aan het roerige verleden. In aanloop naar het duel met de Grieken legde DFB-voorzitter Wolfgang Niersbach een krans neer op het nabijgelegen schiereiland Westerplatte, waar op 1 september 1939 het eerste schot van de Tweede Wereldoorlog werd gelost. Voor het toernooi heeft een delegatie van de Duitse voetbalbond, bondscoach Löw en de voetballers Miroslav Klose, Lukas Podolski en Philipp Lahm het vernietigingskamp Auschwitz nabij Krakau bezocht.

„Dit is een heel slecht hoofdstuk uit onze geschiedenis”, zei Niersbach op het strategische schiereiland Westerplatte, waar ooit een Pools militair wapendepot stond „Het moet een waarschuwing zijn om een herhaling te voorkomen.”

De Poolse fotograaf Piotr Wittman ging de afgelopen jaren op zoek naar verhalen van Duitsers en Polen die voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog lijnrecht tegenover elkaar stonden. Hij maakte een fotoreportage onder de titel Requiem. „Mijn overgrootvader had Duits bloed, maar mijn opa is als Pool na de oorlog van nabij Warschau naar Gdansk verhuisd. Hij is één van de medeoprichters geweest van voetbalclub Legia Gdansk”, zegt de 35-jarige Wittman. „Hij was een ingenieur en was als één van de directeuren verantwoordelijk voor de herbouw van de scheepswerven in Gdansk. Hij heeft nooit last gehad van zijn Duitse achternaam. Maar is aan de andere kant ook nooit lid geworden van de communistische partij.”

Bij een rondgang door de stad maakt Wittman duidelijk dat het verleden van de stad onbewust langzaam wordt uitgewist. Vlakbij de scheepswerf waar vakbondsleider Lech Walesa aan het begin van de jaren tachtig op de barricade klom, houdt hij even stil. „Kijk goed”, zegt Wittman, terwijl hij naar een grijze muur van een vervallen pand wijst. Chocolade. Conserven. Delicatessen, staat er nog net te lezen. „Hier zat vroeger een Duitse winkel. Dit soort overblijfselen wordt steeds zeldzamer”, zegt Wittman. „De grote bakstenen gebouwen bij de havens zijn natuurlijk ook van voor de oorlog. Daar maakten ze vroeger onderzeeboten. Ik kan me herinneren dat de Polen die gebouwen als opslagdepots gebruikten. Alles werd gebruikt.”

De Duitse minderheid heeft er al lang vrede mee dat Gdansk zo lang ze nog leven in Poolse handen zal blijven. „Danzig is nu in goede handen. We kunnen er ongestoord Duits praten. De mensen laten ons met rust. En we hebben in de loop van de tijd natuurlijk ook wel wat Poolse gewoonten overgenomen”, zegt Charlotte Litwin Witmer. „We drinken hun wodka en eten hun voedsel. Maar onze eigen echte Duitse Kartoffelsalat kennen ze hier niet. Die blijven we zelf maken.”