Het reuzenrad wordt discobol

Het pretpark Kulti in Berlijn was in de jaren 70 en 80 een hit. Nu is alles vervallen. Kunstenaars gebruiken de verroeste attracties op de Berlin Biennale.

De jaren 70 en 80 waren hoogtijdagen voor het pretpark Kulti in Berlijn. Kulturpark Plänterwald, zoals het officieel heette, trok zo’n 1,5 miljoen bezoekers per jaar. Maar die tijd is voorbij. Wie nu voor de toegangspoort staat, komt er niet meer in. De gammele, donkerbruin gebeitste toegangspoortjes zijn provisorisch dichtgespijkerd. Er zijn mensen die over het hek klimmen. Uit nieuwsgierigheid. Of om ijzerwaren te stelen. Klim je toch over het hek, dan riskeer je een klopjacht door bewakers, een hondenbeet en 150 euro boete.

Maar niet op 28 juni. Dan zal het pretpark deel uitmaken van de Berlin Biennale. Kunstenaars uit Miami van het kunstenaarscollectief Musement en kunstenaars uit Berlijn zullen de verlaten attracties een nieuwe bestemming geven. Zo worden de (inmiddels) onthoofde dino’s uitgerust met verlichting die wordt aangedreven door hometrainers waar bezoekers op kunnen trappen. De kunstenaars hangen het reuzenrad vol met oude cd’s zodat het een glitterende discobal wordt. De drijvende plastic zwanen van de ‘Schwanenfahrt’ worden gebruikt tijdens het ‘zwanenlied’. Tien Berlijnse muzikanten zullen de zogenoemde ‘swan songs’ ten gehore brengen en zangeres Lucinda Dayhew zweeft daarbij door de lucht.

In de rivier de Spree die langs het park stroomt, liggen de attracties straks vol met ledlampjes. Tip: neem een grote waterfiets die is gemaakt van touwen en ander parkmateriaal. Ook hier geldt: de lampjes gaan pas branden als bezoekers de trappers van de fiets gebruiken. In het treintje en in de Spreeblitztunnel zal de geschiedenis van het park te zien en te horen zijn. Kunstenaar Hither Yon sprak hiervoor met mensen die vroeger in het pretpark kwamen. De interviews heeft ze verwerkt in een tentoonstelling. En tijdens de ‘diner party’s’ discussiëren bezoekers over de toekomst van het park.

Wie niet naar de Berlin Biennale gaat, maar toch nieuwsgierig is naar Kulti kan een rondleiding krijgen van pretparkfanaat Christopher Flade. Iedere zondag loopt hij twee uur met een groep door het park. Hij vertelt over de historie en laat de verroeste attracties zien. Een groepje van twintig mensen heeft zich inmiddels verzameld voor de rondleiding van Flade. Iedereen baant zich een weg door meters hoog gras. Op de grond een enorme, lachende plastic sneeuwman met een peenkleurige neus. Even verderop schommelen de bakjes van het reuzenrad in de wind. In de hoek van het park ligt de wildwaterbaan: Grand Canyon. Vroeger voeren mensen met bootjes door een bloemenzee met gekleurde planten, vertelt de gids. Nu is de vijver een donkerbruine modderpoel. De waterbak is leeg en de gele bootjes zijn bedolven onder een laag bladeren en spinrag. De bezoekers maken er foto’s van.

Aangekomen bij achtbaan Spreeblitz waarschuwt Flade. „Jullie mogen niet op het plateau boven jullie hoofden klimmen. Ik snap dat je graag wilt zien hoe de achtbaan erbij ligt, maar het is niet veilig.” Het is te roestig en vandalen hebben schroeven en spijkers uit de baan gejat. Het helpt ook niet dat het hout van het plateau verrot is en planken door midden liggen.

Op het terrein houdt een aantal bewakers de boel dag en nacht in de gaten. Maar ze kunnen niet voorkomen dat vandalen attracties vernielen, ijzerwaren meejatten of attracties tientallen kilometers verslepen en in de middle of nowhere achterlaten. Zoals met ronddobberende plastic zwanen gebeurde.

Dat het pretpark in de jaren 70 en 80 zo’n succes was, kwam onder meer door de lage toegangsprijs. Mensen betaalden maar een 1,50 Ostmark om binnen te komen en 1 Ostmark per attractie. Ter vergelijking: een half brood van de bakker kostte 0,50 Ostmark. Op foto’s en filmbeelden uit die jaren zijn alle lagen van de bevolking te zien. Kinderen draaiden lachend rondjes in de ‘Kosmodrom’ of gleden joelend van de reuzenglijbanen samen met punkers. Die hingen hier ook veel rond. De jongeren met hanenkammen werden in de binnenstad van Berlijn in de gaten gehouden. Maar niet in het populaire pretpark.

Hoe is het pretpark in verval geraakt? Gids Christopher Flade steekt van wal. Het begon allemaal in 1991 toen Norbert Witte, een West-Duitser, het park overnam. Hij was eerder eigenaar van een kermis in Hamburg, maar die moest hij wegdoen toen er zeven mensen om het leven kwamen. De karretjes van een achtbaan waren in botsing gekomen met een andere attractie.

Witte veranderde de naam van het pretpark van Kulturpark Plänterwald in Spreepark. En hij bedacht een nieuw concept: het moest een park naar westers voorbeeld worden, met hogere toegangsprijzen en meer attracties. Witte stak zich hiervoor flink in de schulden. Een paar jaar later begonnen de problemen. De toegangsprijs van meer dan 30 euro per persoon zorgde ervoor dat bezoekers wegbleven. In 2001 vroeg Witte faillissement aan.

Hij bleef met een restschuld van 15 miljoen euro zitten, vertelt Flade. Om ervoor te zorgen dat zijn spullen niet in beslag zouden worden genomen, verscheepte hij een aantal attracties illegaal naar Peru. Daar probeerde hij een nieuw leven op te bouwen. De politie arresteerde hem in 2003. In de mast van ‘het Vliegende Tapijt’ werd 180 kilo cocaïne aangetroffen.

Het verhaal gaat dat Witte geld had geleend van de Peruaanse maffia. Om zijn schulden af te lossen zou hij de drugs, samen met zijn zoon, in de attractie hebben verstopt. Het doel was het Vliegende Tapijt terug naar Duitsland te verschepen. Zodat de cocaïne daar kon worden verkocht. De zoon van Witte werd veroordeeld tot twintig jaar cel in Peru. Norbert Witte tot zeven jaar. Hij is inmiddels weer vrij.

Terug naar het nu. Niemand weet wat er met Kulti moet gebeuren. Er zijn de afgelopen jaren verschillende geïnteresseerden geweest. Eerst toonde een Franse bedrijf interesse, daarna een Deens. Vervolgens waren er studenten die het gebied tot educatief ecologisch park wilden ombouwen. Projectontwikkelaar ‘Kleist Projekt- und Development GmbH’ wilde er een avonturenpark à la Lost World van Steven Spielberg maken. Maar alle geïnteresseerden haakten af. Het park is zo vervallen dat er (te) veel geld ingestoken moet worden. Daarbij is het gebied een natuurmonument en is het verboden om meer parkeerplaatsen te creëren.

Toch is het park nog erg geliefd, ook onder de bezoekers van de rondleiding. Zij zouden graag zien dat het park weer in ere wordt hersteld. Maar hoe?

Niemand weet het.

Lees meer over het kunstproject Kulti tijdens de Berlin Biennale via www.kulturpark.org

    • Martine Zeijlstra