Haags geknoei met schone energie

Tien miljard euro, gelijk aan twee nieuwe kerncentrales per jaar: dat zou Nederland tot 2020 moeten investeren om zijn enorme achterstand in schone energie in te lopen. Paradox: terwijl de staat de markt verstoort, bloeit die als nooit tevoren. Obligaties voor windmolens. „Wij ondernemen niets meer zonder de lokale burgers.”

De Raedthuys Groep uit Enschede is een projectontwikkelaar. Maar niet van de kantoortorens, woonwijken en industrieparken waarmee deze bedrijfstak doorgaans wordt geassocieerd. Raedthuys ontwikkelt windenergie. Het bedrijf leverde zijn eerste windmolen op in 1995. Het bouwt nog steeds solitaire windmolens, meestal op boerenerven, maar realiseert inmiddels ook complete parken.

Twee recente projecten zijn Treurenburg in Den Bosch en Oldebroekertocht in Dronten in de Flevopolder. Treurenburg bestaat uit één zeer krachtige Enercon-turbine met een vermogen van 2,3 Megawatt, die veertienhonderd huishoudens van elektriciteit kan voorzien. In Oldebroekertocht staan zes van zulke machines, goed voor de stroom van 7.200 gezinnen.

Beide projecten zijn mede gerealiseerd met geld van omwonende particulieren en bedrijven. Die konden obligaties kopen van 500 euro per stuk met een looptijd van maximaal vijf jaar. Voor Treurenburg waren vijfhonderd van die leningen beschikbaar, met een couponrente van 5 procent, voor Oldebroekertocht duizend, in twee varianten. Obligatie A was voor Drontenaren en bood een rente van 7 procent, een procentpunt meer dan obligatie B voor beleggers buiten die gemeente.

„Wij ondernemen niets meer zonder de burgers en bedrijven uit de omgeving daar zoveel mogelijk bij te betrekken”, zegt woordvoerder Harald Weerkamp van Raedthuys. En met succes: beide emissies waren in een oogwenk uitverkocht.

Toch zijn miljoenenprojecten als Treurenburg en Oldebroekertocht niet te realiseren zonder grotere financiële partijen. Een regelmatige partner van Raedthuys is de ideële Triodos Bank uit Zeist. In 2010 en 2011 investeerde Triodos 710 miljoen euro in projecten voor duurzame energie, ruim eenderde meer dan in de drie jaren daarvoor.

Daarmee is Triodos de tweede Nederlandse bank op dit gebied, achter de veel grotere Rabobank. De bancaire investeringen in duurzame energie zijn de afgelopen jaren fors toegenomen, van 965 miljoen naar 1,5 miljard euro per jaar, zo becijferde onderzoeksbureau Profundo.

Aan particuliere beleggers en banken zal het dus niet liggen. Alleen kan duurzame energie voorlopig niet zonder een derde geldschieter: de Nederlandse overheid. En die laat het al jaren lelijk afweten.

De business case voor duurzame of hernieuwbare energie laat zich in één woord samenvatten: noodzaak. De vraag naar energie zal de komende decennia krachtig blijven toenemen, omdat de wereldbevolking voorlopig hard blijft groeien en ook een steeds ‘luxueuzer’ leefpatroon ontwikkelt. En de wereld blijft al te afhankelijk van fossiele bronnen die een keer opraken en bovendien belastend zijn voor het milieu. De omzetting van fossiele brandstoffen in energie draagt bij aan de uitstoot van CO2, en daarmee aan een opwarming van de aarde met mogelijk onomkeerbare gevolgen.

In 1973 voorzagen olie, gas en steenkool in bijna 87 procent van de wereldenergievoorziening, zo blijkt uit gegevens van het Internationaal Energie Agentschap. In 2009 was dat nog altijd 81 procent, van een dubbel zo groot energieverbruik. Het aandeel van steenkool, de meest vervuilende fossiele brandstof, is in die periode zelfs nog iets gestegen.

Vandaar dat veel landen hun leven proberen te beteren. Zo hebben de 27 lidstaten van de Europese Unie onder meer afgesproken in 2020 het aandeel duurzame energie in hun totale gebruik op te voeren tot 20 procent. Nederland ligt daarbij ver achterop. In 2010 was in Nederland 3,8 procent van de energievraag van duurzame herkomst. De andere EU-landen zaten toen al op 11,5 procent.

Het grootste obstakel voor de omschakeling is dat de meeste vormen van duurzame energie veel duurder zijn dan fossiele brandstoffen. Energie uit een gas- of kolengestookte centrale kost in Nederland rond de 5 cent per kilowatt-uur (kWh). Stroom uit zonnepanelen op daken van huizen is bijna negen keer zo duur. Wind op land zoals in Den Bosch en Dronten is de enige schone energievorm die nu al op prijs kan concurreren met gas en steenkool.

Deels komt dat doordat de techniek voor duurzame energie nog in de kinderschoenen staat. Door schaalvergroting en innovatie zal de kostprijs per kWh de komende jaren flink gaan dalen. Maar een tweede belangrijke oorzaak is vertekening van de werkelijke kostprijs – door verouderd overheidsbeleid. De Nederlandse staat blijft producenten en gebruikers van fossiele brandstoffen hardnekkig ‘voortrekken’. Van alle ‘overheidsinterventies’ in de energiemarkt – subsidies, investeringspremies, belastingvoordelen – kwam in 2010 5,6 miljard euro ten goede aan ‘fossiel’ en slechts 1,5 miljard aan ‘duurzaam’, zo rekende onderzoeksbureau Ecofys uit.

De staat kan de omschakeling naar duurzaam langs twee wegen versnellen. De eerste is de milieukosten door te berekenen in de prijs van fossiele brandstof via de handel in emissierechten. Partijen die veel CO2 uitstoten moeten zulke rechten kopen, ‘schone’ producenten mogen ze verkopen. Nederland benut dit instrument onvoldoende, zegt Itske Lulof, manager van het Groenfonds van Triodos Bank. „De prijs van de emissierechten is te laag en de overheid heeft teveel vrijstellingen van deze handel uitgedeeld uit aan makers en verbruikers van ‘vuile’ energie.”

De tweede weg is schone energie te belonen. Zo’n vijftig landen, waaronder Duitsland en Denemarken, hanteren al jaren een zogenoemd Feed in Tariff (FiT). Boeren met een windmolen op hun erf en woningbezitters en bedrijven met zonnepanelen op hun dak krijgen een vaste vergoeding voor teruglevering van de stroom die zij zelf niet nodig hebben. Bovendien krijgen zij de aansluiting op het elektriciteitsnet die daarvoor nodig is. Gevolg: Duitsers en Denen zijn uitgegroeid tot wereldkoplopers in duurzame energie.

Nederland nam het bewezen succesvolle FiT-stelsel niet over – uit eigenwijsheid en, vooral, uit zuinigheid. Het wilde niet verder gaan dan ‘saldering’: Nederlanders die zelf schone energie produceren, mogen dat volume in mindering brengen op de rekening van hun energiebedrijf, die daardoor omlaag gaat.

Daarnaast kwam er een subsidiestelsel, Stimulering Duurzame Energie geheten. SDE heeft maar drie jaar bestaan: van 2008 tot 2011. „Een loterij”, vond Lulof van het Triodos Groenfonds. „Er ging een luik open, en zodra het geld op was ging dat weer dicht.” Het aantal aanvragers was vele malen groter dan het beschikbare budget.

Het SDE-loket is gesloten. Dankzij het Lenteakkoord gaat per 1 juli een nieuw luik open: subsidie voor kopers van zonnepanelen. Tot wanhoop van de zonnebranche, een particuliere sector die de laatste jaren sterk groeit, legde de enkele aankondiging van dit plan hun markt voor maanden droog: kopers van panelen wachten de subsidie af.

Wat al dit geknoei betekent voor de Nederlandse energiehuishouding is vorig jaar september in kaart gebracht door ING. Wil Nederland de EU-doelstellingen halen, dan zal onze duurzame energieproductie tot 2020 met gemiddeld 13 procent per jaar moeten toenemen. Dat kost 100 miljard euro, ofwel gemiddeld 10 miljard per jaar. Een bedrag van „ongekende omvang”, aldus de ING-onderzoekers.

En geld is niet eens het enige probleem. Zo verwacht Nederland veel van grootschalige windmolenparken op de Noordzee. Volgens het Energie Centrum Nederland zal deze bron tot 2020 jaarlijks met 37 procent groeien. Onhaalbaar, vreest ING, onder meer door tijdrovende en kostbare vergunningenprocedures en bezwaren van de scheepvaart in de drukst bevaren zee op aarde.

Verder is van de huidige Nederlandse schone energieproductie 70 procent afkomstig uit wind, biobrandstoffen en biomassa, natuurlijk afval zoals hout en resten uit de landbouw en voedingsindustrie dat wordt verstookt of vergast in krachtcentrales. Zonder verdere groei in biomassa en biobrandstof – ING voorspelt 10 tot 20 procent per jaar – komt Nederland al helemaal niet in de buurt van zijn EU-doelen. Maar deze bronnen zijn niet onomstreden. Triodos bijvoorbeeld steekt er geen cent in. „Biomassa wordt in Nederland veel gebruikt voor het bijstoken van kolencentrales”, zegt Lulof. „Dat vinden wij geen schone energie.”

Eén lichtpuntje is er: het particulier initiatief bloeit als nooit tevoren in de schone energie in Nederland. Gehard, wellicht, en gedwongen tot creativiteit door de Haagse strapatsen. Het kabinet-Rutte, op zoek naar miljarden aan bezuinigingen, wilde de fiscale bevoordeling van groen beleggen inperken. Gelukkig voor Lulof is dat plan van de baan. „Liever helemaal geen subsidies dan die voortdurende onrust en onzekerheid”, zegt zij. „De staat moet vooral duidelijk zijn. Dan doet de markt zijn werk wel.”

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer