Goedkope groente en fruit maakt lijf gezond

Sander Voormolen

Nederlanders gezonder laten eten is heel simpel: maak groente en fruit goedkoper en mensen zetten vanzelf meer gezonde producten op het menu. Dat zegt gezondheidswetenschapper Wilma Waterlander die onderzoek deed naar de invloed van prijs en voorlichting op het koopgedrag van supermarktklanten. Vandaag promoveert Waterlander aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

„Met een korting van 50 procent op groente en fruit gaan mensen aanzienlijk gezonder eten”, zegt Waterlander aan de telefoon. Na een half jaar kochten mensen die meededen aan een experiment voor hun gezin gemiddeld bijna 5 kilo groenten en fruit meer per twee weken. Omgerekend was dat 113 gram extra groente en fruit per persoon per dag, een toename die Waterlander „zeer relevant” noemt.

De promovendus deed haar onderzoek met vrijwilligers afkomstig uit wijken met lage inkomens. Binnen deze groep eten mensen vaak ongezonder, waardoor er relatief ook meer overgewicht voorkomt.

Voor mensen die niet veel te besteden hebben is de prijs doorslaggevend, vond Waterlander. En juist de energierijke voedingsmiddelen in de supermarkt zijn relatief goedkoop. Bovendien zijn het juist deze producten waar veel reclame voor wordt gemaakt. Waterlander: „Na de prijs vinden mensen uit de onderzoeksgroep ook gemak en smaak belangrijk. Pas daarna wordt gezondheid een overweging. Deze groep consumenten vindt met name het fruit in de winkels heel duur. Bij prijsverlagingen zag ik dan ook het grootste effect op de aankoop van fruit.”

Ongezonde producten duurder maken had geen effect op het aankoopgedrag. En als alle producten met het logo ‘Ik kies bewust’ goedkoper werden aangeboden, dan kochten consumenten wel meer gezonde producten, maar tegelijk ook meer ongezonde producten van het geld dat zij bespaarden. „Dat effect trad niet op als alleen groente en fruit in prijs verlaagd werden”, zegt Waterlander, die er daarom voor pleit prijsmaatregelen met beleid in te zetten.

De vraag is wie de kortingen zou moeten betalen. „De overheid zou kortingsbonnen kunnen verstreken voor groente en fruit”, zegt Waterlander. „Als ze dat nu alleen doet voor mensen met lage inkomens, de belangrijkste doelgroep voor gezond eten, dan zullen de kosten daarvan nog meevallen.”

Op de lange termijn zou het stimuleren van gezonde voeding met lagere prijzen mondiaal aangepakt moeten worden, vindt de promovendus: „De landbouw wereldwijd wordt flink gesubsidieerd. Met name maïs, suiker en soja krijgen extra geld om deze basisproducten goedkoop te houden. Maar bij het vaststellen van het landbouwbeleid zouden overheden niet alleen rekening moeten houden met economische factoren, maar ook de volksgezondheid als uitgangspunt mee moeten nemen.”

    • Sander Voormolen